KUNST & CULTUUR

Naamloos bericht

Lees verder

‘Verf op goeie plaats op het doek krij

(Door Ronald Glasbergen) Onlangs overleed de Rotterdamse schilder en tekenaar Hans Verweij. Hij werd tweeëntachtig [...]

Over Oscars en andere filmprijzen

3489-over-oscars-en-andere-filmprijzen
Hoe goed is de beste film? (Door Ronald Glasbergen) De burgers van Athene in de Oudheid waren gek op wedstrijden[...]

Hoe goed is de beste film?

Over Oscars en andere prijzen De burgers van Athene in de Oudheid waren gek op wedstrijden. Daar hebben we niet a[...]

Nieuwtjes in ‘Mooie schepen en banen

(Door Jim Postma) ROTTERDAM – Na het succes van hun eerste boek ‘Mooie schepen en banen’ vorig jaar, presente[...]

Reisverslag Tripoli (1)

‘Man is still backward because he is unable to speak one common language’ (Door Ronald Glasbergen) Rond k[...]

Art/Object Rotterdam

(Door Ronald Glasbergen) Vijf dagen, van woensdag tot en met zondag 13 februari, lag het epicentrum van de national[...]

Art/Object Rotterdam

Vijf dagen, van woensdag tot en met zondag 13 februari, lag het epicentrum van de nationale kunstwereld op de Wilhelm[...]

Dolf Henkes Prijs voor Lara Almarcegui

(Door Ronald Glasbergen) De Dolf Henkes prijs wordt sinds 2004 uitgereikt aan Rotterdamse kunstenaars die met hun werk[...]

Verkiezing Jonge Tijgers

Internationale film aan de Maas (Door Ronald Glasbergen) De Tiger Award winnaars van 2011 zijn: de Spa[...]

Egyptische toestanden

Internationale film aan de Maas (Door Ronald Glasbergen) Twee Iranese filmmakers zijn onlangs in hun land tot[...]

Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties