‘Toegang vrij’ moest mensen trekken

4555-toegang-vrij-moest-mensen-trekken (Door Saskia Wigbold)

Deze week (11 tot en met 15 juni) start Poetry international nummer 44. Het festival is al jarenlang een wereldwijd begrip. Echter het begon in Rotterdam ooit allemaal met ‘Propo’, de voorloper van Poetry International. Dichter en kunstenaar Hans Wap was één van de betrokkenen van het eerste uur en vertelt over deze legendarische start.


‘Propo’
,,In 1969 werd in Rotterdam ’Propo’ opgericht. ‘Propo’ stond voor het Proza en Poëzie-secretariaat van de Rotterdamse Kunststichting,’’ vertelt Hans Wap.
,,Adriaan van der Staay, de directeur van de Rotterdamse Kunststichting, was samen met Martin Mooij de initiatiefnemer. Bob den Uijl, Jacobus P. Bos, Riekus en ik (Hans Wap) deden ook allemaal mee.
De eerste voorleesavond vond plaats in het oude Lantaren-Venster theater. Deelder, Waskowsky en Gils zouden optreden. We hadden Gerrit Kouwenaar, Remco Campert en Cees Buddingh uitgenodigd om ook hun gedichten voor te komen dragen.

Hans Wap

Doodsbang
Die eerste avond waren we doodsbang dat er geen publiek zou komen opdagen. Met deze namen kun je je dat nu niet meer voorstellen maar zo was de sfeer in die tijd. Ik kwam toen op het idee om ook de band Brainbox van Jan Akkerman uit te nodigen voor een popconcert. Die was in die tijd wereldberoemd. Die hebben we op het aankondigingsposter erachter gezet, achter de dichters optredens, en er stond met grote letters ‘toegang vrij’.
Er konden maar 200 mensen in het theater maar er stonden die eerste avond wel 1000 mensen op straat! Het was krankzinnig druk. Er werden meerdere avonden georganiseerd en de volgende avond stonden er weer honderden mensen en de dag daarop weer. Van die 200 mensen binnen, kwamen er 100 voor de muziek.

Beleefd
Maar die hadden wel de beleefdheid om zich te gedragen en stil te zijn tijdens de dichters optredens. Heel veel zaten nog op de middelbare school dus ze kenden de dichters omdat ze die gedichten op school moesten leren.’’
Hiermee startte het eerste dichtersfestival in Rotterdam dat direct een groot succes werd dankzij de slimme toevoeging van een concert van een bekende popband.
,,Eén keer per maand deden we dat met steeds een andere band en dichters.
Voor jongeren was er in die tijd nog niks in de stad.’’ vervolgt Hans Wap. ,,Exit moest nog worden opgericht dus ze waren allang blij dat er iets gebeurde. Dat ze ergens heen konden. Rotterdam was voor hen nog een lege vlakte. Er waren maar een paar cafés voor jongeren. ‘’

Hans Wap vond een paar weken geleden de legendarische eerste poster weer terug. De tekst 'toegang vrij' en 'Lantaren' winnen het qua grootte glansrijk van de dichtersnamen.

Goede naam
,,Rotterdam kreeg hiermee direct een goede naam in de Nederlandse dichterswereld,’’ vervolgt Wap zijn verhaal. ,,De dichters zeiden tegen elkaar; Daar moet je heen. Het is leuk, je word goed betaald en altijd volle zalen.
De dichters kregen in die tijd 100 of 150 gulden per optreden. Voor Staaij, die alle middelen beschikbaar stelde, was dit heel gunstig. Naar de politiek toe kon hij zeggen: We hebben succes. We trekken volle zalen. Na ongeveer anderhalf jaar stopte het. Daarvoor is Poetry International in de plaats gekomen dat door Martin Mooij werd opgericht, ‘’ besluit Hans Wap zijn verhaal.

Toevallig vond hij een paar weken geleden in zijn atelier tussen een stapel papier de eerste poster weer terug. Dit affiche hangt nu boven zijn deur. De tekst: toegang vrij en Lantaren winnen het qua grootte glansrijk van de dichtersnamen.
Bij latere posters wordt letterlijk het vertrouwen en succes van ‘Propo’ zichtbaar. De grootte van tekst die wijst op het literaire gebeuren is in de aankondiging gestaag in centimeters gegroeid.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De kluts kwijt


Je zou ze de kost moeten geven die gedurende

deze enorme hittegolven de kluts zijn kwijt

geraakt. Waarvan recentelijk weer ondergetekende.


In de bloedhitte ben ik op zoek naar een

Kringloopwinkel in het dorp Oude-Tonge. Daar

buiten, midden in natuurgebied en boerenland,

bivakkeer ik vaak om de hitte in de stad te ontvluchten.


Hoewel, zo ontdek je al snel van stad naar platteland:

‘Vluchten kan niet meer.’


Afijn. Een keer had ik daar jaren geleden in dit vriendelijke

dorpje een matras gekocht voor mijn buitenhuisje.

Maar nu kon ik de tweedehands-winkel niet meer

direct terugvinden.


Geheel de weg kwijt stopte ik mijn oude bestelwagentje

langs de kant van de weg, toevallig in de buurt van

een autogarage. Zo’n vijftig meter daar vandaan.


De goedlachse automonteur wees mij onmiddellijk

de goede richting. Namelijk naar de volgende rotonde.

Ik had mij dus eenvoudig vergist. Omdat de monteur

mijn auto niet zag, vroeg hij: ‘Bent u lopend?! Het is nog

wel zo’n driekwart kilometer hier vandaan?’


Geruststellend antwoord ik hem: ‘Nee, mijn wagen

staat wat verder op. Ik was alleen even de kluts kwijt.’


Op dat moment loopt de monteur naar een van de

auto’s en vraagt met een ‘big smile’: ‘Zo, u was de kluts

kwijt, hè? Nou, dan heeft u geluk. Heb er hier nog eentje

liggen voor een goedkoop prijsje. Hoeft u ook niet meer

naar de Kringloopwinkel.’’


Jim Postma


  • Nieuw

  • Reacties