Haringkar

(Door Geert-Jan Laan)

De nationale driekleur

In april 1964 moest ik mij melden voor mijn dienstplicht . Ik diende mij te melden bij het depot van de Koninklijke Artillerie in Ossendrecht in Brabant. Ik was al wat ouder dan de andere recruten. Zo'n twintig jaar en de meesten waren zo'n 18 jaar. De oorzaak was dat ik in de afgelopen drie jaar in Londen had gewerkt en gestudeerd. Ossendrecht bleek een gigantische leerfabriek waar de jonge recruten klaargemaakt werden voor de echte dienst bij de kanonnen en de luchtdoelartillerie van het Nederlandse leger.

Dat was wennen geblazen, maar het staat me bij dat wij jonge dienstplichtigen er maar het beste van moesten maken.

Zo bleek al snel dat ik uiterst onhandig was met technische zaken. Een geweer uit elkaar halen ging nog wel, maar van het opnieuw in elkaar zetten bakte ik helemaal niets. Gelukkig had ik een andere specialiteit . Ik had al een klein jaar gewerkt als leerling-journalist bij Het Vrije Volk. Toen de grootste krant van Nederland. Ik was uiterst behendig in het opstellen van brieven en berichten. Moest er een verkering worden uitgemaakt dan schreef ik een roerend epistel. Moest de liefde worden verklaard dan maakte ik een gloedvol betoog. Zo kreeg ik nogal wat vrienden met technische vaardigheden die graag van mijn diensten gebruik maakten en daar natuurlijk graag een wederdienst tegenover stelden.

Zo tegen het einde van de recrutentijd kregen we les van een een onze ogen, hoge officier.Hij kwam ons de vaderlandsliefde bij brengen waarmee wij als de nood hoog was, ten strijde moesten trekken.

,,Vertel eens heren. Wat gaat er door jullie heen wanneer je in een ver buitenland onze nationale driekleur trots zien wapperen.?”

We wisten het niet. Hij drong aan. “Ons geliefde rood,wit en blauw?

Ik dacht, ik zeg wel iets aardigs. En toen ik mijn hand opstak gaf hij mij onverwijld het woord.

“Dan hoop ik dat er een haringkar onder staat.”

Een bulderend gelach. Voor straf moest ik drie rondjes hardlopen op het kazerneplein . Maar ik had er wel tientallen vrienden bij.

Jan Tak :
Ik heb, als behorende bij de geboortegolf van 1946, nooit het "genoegen" van de militaire dienst mogen smaken maar heb dus een hoop gein gemist. Deze mooie anekdote bewijst het maar weer. Graag meer.

Wel had ik diverse neven in dienst die dit soort verhalen in de weekenden meebrachten in ruil voor een zakcentje van de familie. Eén van hen was ook in Ossendrecht gelegerd en van hem kreeg ik dan informatiebladen met de silhouetten van Russische vliegtuigen.
> Was er ooit één overgevlogen dan had ik hem herkend <

> < = hier knippen en plakken :-)

zaterdag 28 jul 2018

Jeroen Waardenburg :
Een heerlijk dienst verhaal,dank,met plezier gelezen.

vrijdag 27 jul 2018

Arie C. Torcque Zaanen :
Ik leef met je mee Geert-Jan... Ossendrecht 59/5

vrijdag 27 jul 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Geert-Jan Laan

Geert-Jan Laan (1943, Delfzijl) is mede-oprichter van de nieuwe weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen.
Laan begon zijn journalistieke carrière bij Het Vrije Volk en het Rotterdams Parool, werkte van 1970 tot 1975 als sociaal economisch redacteur bij Het Vrije Volk en bedreef tussen 1975 en 1982 samen met Rien Robijns onderzoeksjournalistiek, o.a. naar Lockheed/Northrop, OGEM, etc. Ze wonnen de persprijs 1980 en publiceerden samen vijf boeken.

Daarna werkte Laan tot 1990 als plaatsvervangend hoofdredacteur/directeur van Het Vrije Volk te Rotterdam. Via zijn eigen PR- en journalistiek productiebureau deed hij in 1991 ,in opdracht van Robert Maxwel, onderzoek naar de eerste Nederlandse tabloid.

Hij was tot 2003 hoofdredacteur van Nieuwsblad/Dagblad van het Noorden en was onder meer voorzitter van het Nederlands Persmuseum te Amsterdam. Tevens was hij voorzitter van de Commissie Dag van de Persvrijheid.

KOPSTOOT

De kluts kwijt


Je zou ze de kost moeten geven die gedurende

deze enorme hittegolven de kluts zijn kwijt

geraakt. Waarvan recentelijk weer ondergetekende.


In de bloedhitte ben ik op zoek naar een

Kringloopwinkel in het dorp Oude-Tonge. Daar

buiten, midden in natuurgebied en boerenland,

bivakkeer ik vaak om de hitte in de stad te ontvluchten.


Hoewel, zo ontdek je al snel van stad naar platteland:

‘Vluchten kan niet meer.’


Afijn. Een keer had ik daar jaren geleden in dit vriendelijke

dorpje een matras gekocht voor mijn buitenhuisje.

Maar nu kon ik de tweedehands-winkel niet meer

direct terugvinden.


Geheel de weg kwijt stopte ik mijn oude bestelwagentje

langs de kant van de weg, toevallig in de buurt van

een autogarage. Zo’n vijftig meter daar vandaan.


De goedlachse automonteur wees mij onmiddellijk

de goede richting. Namelijk naar de volgende rotonde.

Ik had mij dus eenvoudig vergist. Omdat de monteur

mijn auto niet zag, vroeg hij: ‘Bent u lopend?! Het is nog

wel zo’n driekwart kilometer hier vandaan?’


Geruststellend antwoord ik hem: ‘Nee, mijn wagen

staat wat verder op. Ik was alleen even de kluts kwijt.’


Op dat moment loopt de monteur naar een van de

auto’s en vraagt met een ‘big smile’: ‘Zo, u was de kluts

kwijt, hè? Nou, dan heeft u geluk. Heb er hier nog eentje

liggen voor een goedkoop prijsje. Hoeft u ook niet meer

naar de Kringloopwinkel.’’


Jim Postma


  • Nieuw

  • Reacties