Mozes en zijn Geboden


God de Almachtige riep Mozes op het matje.

Natuurlijk niet op die platvloerse aarde zo

ergens midden in de dorre woestijn.


Maar op de hoogste trede van Mount Sinaï

Mozes sloft er op zijn verouderde sandalen

slofje, na slofje naar toe. Een hele klim.


Intussen bleef zijn volk in diepe nieuwsgierigheid

achter bij de voet van de hoge berg. Jammerend

en lamenterend aan alle kanten


Pas na enkele uren komt Mozes op zijn ‘gemakkie’

naar beneden gesloft.

Het volk begint hem al toe te juichen.


‘En Mozes?, wat zei Hij? ‘Wat heeft Hij aan jou

verteld, wat wij met zijn allen nog niet weten?’


En vlak voordat Mozes weer helemaal beneden

was, sprak hij vanaf een slechts twintig meter

hoge richel boven de woestijn alsof hij

als een rockstar op het podium stond.

Met alle ogen als schijnwerpers op hem gericht.


Mozes kuchte nog even, bleef doelbewust zo’n

minuut in stilte de verdere nieuwsgierigheid

van zijn volk aanwakkeren en sprak toen

handenwrijvend alsof je een speld kon horen vallen:


‘Hij begon met 17!’ Maar ik heb het afgemaakt op 10!’.


Jim Postma

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De kluts kwijt


Je zou ze de kost moeten geven die gedurende

deze enorme hittegolven de kluts zijn kwijt

geraakt. Waarvan recentelijk weer ondergetekende.


In de bloedhitte ben ik op zoek naar een

Kringloopwinkel in het dorp Oude-Tonge. Daar

buiten, midden in natuurgebied en boerenland,

bivakkeer ik vaak om de hitte in de stad te ontvluchten.


Hoewel, zo ontdek je al snel van stad naar platteland:

‘Vluchten kan niet meer.’


Afijn. Een keer had ik daar jaren geleden in dit vriendelijke

dorpje een matras gekocht voor mijn buitenhuisje.

Maar nu kon ik de tweedehands-winkel niet meer

direct terugvinden.


Geheel de weg kwijt stopte ik mijn oude bestelwagentje

langs de kant van de weg, toevallig in de buurt van

een autogarage. Zo’n vijftig meter daar vandaan.


De goedlachse automonteur wees mij onmiddellijk

de goede richting. Namelijk naar de volgende rotonde.

Ik had mij dus eenvoudig vergist. Omdat de monteur

mijn auto niet zag, vroeg hij: ‘Bent u lopend?! Het is nog

wel zo’n driekwart kilometer hier vandaan?’


Geruststellend antwoord ik hem: ‘Nee, mijn wagen

staat wat verder op. Ik was alleen even de kluts kwijt.’


Op dat moment loopt de monteur naar een van de

auto’s en vraagt met een ‘big smile’: ‘Zo, u was de kluts

kwijt, hè? Nou, dan heeft u geluk. Heb er hier nog eentje

liggen voor een goedkoop prijsje. Hoeft u ook niet meer

naar de Kringloopwinkel.’’


Jim Postma


  • Nieuw

  • Reacties