Een Heer van Stand

(Door Zettie Leeuwenburgh)

Een Heer van Stand kwam jaren geleden vanuit het mooie Limburgse land naar Rotterdam, aangetrokken door de haven. De schilder, tekenaar én dichter Manuel Kneepkens (75) ging op avontuur in Rotterdam-Kralingen, waar hij is blijven wonen in een laan achter een beschermende dijk. Hij ging rechten studeren, slaagde uiteraard en na verloop van tijd ging hij de politiek in als voorman van de oude Stadspartij tot 2006.

Vaak struinde hij rond op het fraaie landgoed Trompenburg, waar hij inmiddels elk pad en elke zandkorrel weet te vinden. Hij luisterde er naar het zingen van de vogels en het ruisen van de wind in de takken van de bomen. Die vertellen hem waarover hij een gedicht moet schrijven. Dat blijkt wel uit de gedichten in zijn bundel ´Trompenburg´.

Op de fiets trok hij van Kralingen naar de Coolsingel, waar hij nu weer is aanbeland. Manuel Kneepkens heeft zich verbonden als lijstduwer aan de nieuwe partij Stadsinitiatief Rotterdam, de partij van voormalig D´66-raadslid Jos Verveen. Deze week lokte hij talloze bezoekers naar eetcafé ´De Steek´ in de Kralingse Waterloostraat, waar een prachtige tentoonstelling is ingericht met zijn tekeningen en schilderijen.


Foto: Manuel Kneepkens, bij hem thuis tijdens Kunstroute Kralingen 2014 Foto © Rinus Vuik.

¨Die Jos Verveen vind ´k een sympathieke vent¨, vertelt Manuel Kneepkens als we zijn schilderijen bewonderen. Zijn vrienden, de kunstenaars Jan de Grauw, een Rotterdamse vioolbouwer en zanger en Ad Vermeer, die de schilderijen en tekeningen hebben opgehangen, knikken instemmend. ¨Een man van statuur, daar kun je niet omheen¨ vervolgt Manuel. ¨ Hij heeft veel te vertellen en heeft inmiddels een café in het stadhuis geopend, zulke mensen steun ik.¨

Met luide stem draagt de ´pensionisto´, zoals hij zichzelf noemt, even later wat gedichten voor, zoals ´Fazant in de Annastraat´ en ´Arboretum Alcoholia´. ¨Het Trompenburg moet bewaard blijven, de tuin moet openblijven. En er is nog veel meer in Rotterdam, dat niet mag verdwijnen. Hij stipt de Plasmolens aan en noemt een paar beelden bij het Park in Rotterdam. Dan volgt het gedicht ´Jasmijnthee op de Avenue Concordia´.

Of Manuel Kneepkens nu zijn balans heeft gevonden? Hij lacht eens en zegt: ¨Zout erin!¨

Foto:Manuel Kneepkens luistert geamuseerd naar voordracht van dichter Jana Berenová bij monument ter ere van Marten Toonder (2012). Foto © Rinus Vuik

Prachtige schilderijen en tekeningen, boordevol humor, van Manuel Kneepkens vullen elk leeg plekje in eetcafé De Steek, helemaal aan het begin van de Lusthofstraat, op nummer 2A. Heel even verder kijken, dan een lezer´s neus lang is, voor onbekenden in Rotterdam-Kralingen. Al Manuel´s fraaie schilderijen en tekeningen blijven er hangen tot 5 april. Beslist de moeite van een bezoek, na een fris wandelingetje waard.

Bron afbeeldingen: Manuel Kneepkens
Bron foto's: Rinus Vuik.

Jos Verveen :
Om geschiedvervalsing te voorkomen. Over het verplaatsen van De Verwoeste Stad naar het nieuwe plein voor Rotterdam CS waren de meningen verdeeld, ook onder kunstenaars en architecten. Daarom heb ik voorgesteld hier een referendum over te houden. Dat heeft de toenmalige wethouder geblokkeerd. Het waren dus niet de Rotterdammers die er een stokje voor staken.

zaterdag 17 feb 2018

Jan Tak :
Kneepkens kennen we hier wel, maar wie is toch die Jos Verveen?
Wel dat is een Hagenees en thans ex D66'er bekend van het ooit zo verfoeilijke idee om "ons" monument "De Verwoeste Stad" vanaf het Plein 1940 te verplaatsen naar het drukke Stationsplein.
Maar daar staken de Rotterdammers gelukkig een stokje voor.

Wat is de overeenkomst tussen een Heerlenaar en een Hagenees? Ha-Ha :-)



zondag 11 feb 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties