‘The Last Picture Show’: de jaren vijftig als rolmodel

6907-the-last-picture-show-de-jaren-vijftig-als-rolmodel (Door Ronald Glasbergen)

Het verhaal is dat van Sonny en Duane, twee vrienden uit het laatste jaar van de middelbare school in een klein provinciestadje in Texas. Ze worden gespeeld door Timothy Bottoms en Jeff Bridges, die beiden dan nog totaal onbekend zijn. Hun tijd buiten school brengen ze door in de poolhall, de snackbar en de bioscoop. Alle drie zijn eigendom van Sam the Lion gespeeld door bekend westernacteur Ben Johnson. Het is begin jaren vijftig. De Korea-oorlog ligt om de hoek op de loer maar dat weet niemand nog.


Het verhaal gaat over de eerste liefdes, over een wereld die ontdekt moet worden door wie er nieuw rondloopt, en over een oude wereld die weerbarstig weerstand biedt en nergens illusies over heeft. En over een derde wereld, die van mensen als Sam the Lion, wiens bezittingen oud een vervallen zijn, maar die evenals een dappere middelbare schoolleraar, gespeeld door John Hillerman die Engelse literatuur onderwijst, natuurlijke morele autoriteiten zijn in dit materialistische universum. Hun rollen en de vele overige bijrollen zijn sterk bezet, Ellen Burstyn als de illusieloze moeder van Jacy (Cybill Shepard), het meisje waar alle jongens verliefd op zijn. Cloris Leachman als de ongelukkige echtgenote van een pummelige gymleraar, Sam Bottoms als de verstandelijk beperkte jongen Billy die door Sonny en Duane in bescherming is genomen.

De film wordt gemaakt door Peter Bogdanovich in 1971. Het is zijn tweede speelfilm. Bogdanovich (1939, New York) schreef het script op basis van het gelijknamige boek van Larry McMurtrie. Hij vroeg hulp aan ervaren filmrot Samuel Fuller waarmee hij bevriend was. Die wilde geen credits hebben, maar bracht zo vertelt Bogdanovich, later wel uitstekende verbeteringen aan. Dan begint de casting en het zoeken van een geschikte stadje in Texas dat het fictieve Anarene uit script kan vertolken. Na lang zoeken komen ze uit in noordwest Texas, in Archer City. Het stadje is geknipt voor de film. Geen wonder want McMurtrie, zo ontdekken ze wat later, had er zijn boek op gebaseerd. Voor de rol van Sam the Lion wilde Bogdanovich beslist Ben Johnson hebben.Die weigerde drie keer totdat Bogdanovich hem eindelijk wist te overreden, Hij voorspelde Johnson dat hij met deze rol een Oscar zou winnen. Een nogal gevaarlijke speculatie gezien de kansen op Oscars, maar de voorspelling zou uitkomen: Johnson kreeg een Oscar voor zijn rol als Sam, evenals Leachman. De film zou acht maal genomineerd worden.

Bogdanovich was toen 31. Zijn ouders waren in 1939 uit Midden Europa gevlucht naar New York. Bogdanovich had van huis uit een neus voor kwaliteit . Zijn vader was schilder en pianist zijn moeder kwam uit een welgestelde Oostenrijkse familie. Toen Peter Bogdanonovich zestien was koos hij voor de toneelschool van Stella Adler. Daar hebben grote acteurs als Marlon Brondo en later Harvey Keitel, Robert De Niro en Benicio del Toro gestudeerd. Adler kwam uit de school van Stanislavski maar verwierp de dogmatische kanten van de ‘method’; de emotionele invulling van je personage moest je niét uit je eigen ervaringen halen, maar door geconcentreerd in de toneel- of filmtekst, in de psychologie van je personage en in de hele context te duiken. Bogdanovich leerde bij haar acteren en regisseren. Na zijn tijd bij Adler ging hij filmprogramma’s in het Museum of Modern Art (MoMA) presenteren. Hitchcock, Orson Welles en Howard Hawks waren grootheden uit de film. Ook schreef hij filmkritieken voor Esquire.

In 1966 verhuisde hij met zijn gezin naar Los Angeles om zelf films te gaan maken. Hij had talent voor toeval. Hij kreeg via low budget filmmaker Roger Corman – die ook filmmakers als Scorsese, Coppola, De Palma en Demme op weg geholpen had, de kans zelf films te gaan maken.

Voor zijn eerste film ‘Targets’ (1968) koos Bogdanovich, in navolging van de door hem zeer bewonderde Orson Welles,, een lenzensysteem dat ‘deep-focus’ -grote scherptediepte- mogelijk maakt. Het resultaat is enerzijds een documentair aandoend beeld voor – en achtergrond zijn scherp, maar het laat doordat je met camerabeweging meer kan laten zien, ook langere shots toe die het- zelfde laten zien als anders met verschillende shots. Dat soort realisme in beeld wilde hij ook in ‘The Last Picture Show’.Ook gebruikt hij veel deep focus beelden, maar hier kiest hij heel doelbewust voor zwart-wit.

De film had groot succes en voelt 46 jaar na 1971 nog steeds verbluffend fris aan. De film is een indrukwekkende onsentimentele en scherpe weergave van kleinsteeds Amerika zoals Bogdanovich en cameraman Robert Surtees dat in 1970, in een tijd van diepgaande maatschappelijke veranderingen, verfilmden.

‘The Last Picture Show ’draait op zaterdag 28 december om 14.30, éénmalig in de Centrale Bibliotheek op de vierde verdieping als opening van de gelijknamige reeks 'The Last Picture Show'. Toegang is gratis. De film wordt om 14.00 uur ingeleid door de schrijver van dit stukje.

Foto’s © The Last Picture Show

Bijschriften: Publicity Photo met Tomothy Bottoms, Jeff Bridges en Sam Bottoms en Poster TLPS.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Liever Turks dan Paaps..

(Door Geert-Jan Laan)

Tijdens de Nederlandse vrijheidstrijd, de 80-jarige oorlog dus, was een gevleugelde uitdrukking:,, Liever Turks dan Paaps.”Dat sloeg op de moslimbondgenoten in een land dat nu Turkije heet. In de strijd tegen de Spanjaarden was de sultan een belangrijke bondgenoot van de jonge Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In de harem van de sultan bevinden zich ook een grote hoeveelheid, door Nederland geschonken, Delfts blauwe tegels en andere kunstvoorwerpen.

Nederland was ook het eerste westeuropese land dat het moslimrijk erkende. En ook de eerste staat die een eigen ambassade in de stad opende die toen nog Constantinopel heette.Op onze beurt namen we de Turkse tulpenbollen mee en ontwikkelden zo een handel die tot op de dag van vandaag vele honderden miljoenen euro's en dollars waard is geworden.

Nu is het natuurlijk niet zo dat onze strak en streng gereformeerde voorvaderen ook vijf keer per dag op een matje in de richting van Mecca bogen met de tekst :,,Allah is groot.”

En katholieken werden niet onthoofd of op de brandstapel geworpen, maar wanneer zij zich in hun schuilkerken een beetje rustig hielden dan was een ander nieuw woord van toepassing. Het werd “gedoogd”.

En ik weet ook wel dat wanneer ooit de moslimtroepen niet voor Wenen waren tegengehouden de kans groot zou zijn dat wij ook in hoofddoekjes en lange jurken gekleed zouden zijn, maar dat is allemaal niet gebeurd.

Dus hebben we vrijheid van godsdienst. En dus plaatst iemand die de moskee wil sluiten zich buiten de orde in dit land.

En dat zou ook moeten gelden voor een politieke partij die geen leden en geen gekozen aanvoerder heeft.

Een fors aantal jaren geleden toen de Arabische landen dankzij de sterk gestegen prijzen van ruwe olie vele miljarden hadden te verteren was ik op een Europees/Arabisch symposium in de Zwitserse stad Montreux. Aanwezig was ook een uit Ijmuiden afkomstige vishandelaar. Ik vroeg aan hem of hij de Arabieren wilde overhalen onze malse Hollandse nieuwe te kopen en te consumeren. Hij knikte ontkennend. ,,Nee, dat houdt niet lang in de woestijn.” Hij troonde me mee naar een aanpalende kroeg en liet me samenzweerderig een soort kompas zien met allemaal in het Arabische afgedrukte plaatsnamen van over de hele wereld. ,,Kijk,“sprak hij terwijl hij een plaats dicht bij Montreux opzocht. De kompasnaald verschoof en hij wees:,, Daar ligt Mecca. Want zo'n Arabier ligt niet graag met zijn reet in de richting van Allah. Ik heb het de Meccafinder genoemd. ” Ik vroeg hoeveel het moest kosten. ,, Ik heb het in Italie laten vergulden. Zeg maar vijf honderd dollar.”

Een paar dagen later meldde hij dat hij er al zo'n zestig had verkocht.

Opnieuw had de koopman gewonnen van de dominee.


  • Nieuw

  • Reacties