Buitenlands gedistilleerd: Leningrad

7002-buitenlands-gedistilleerd-leningrad (Door Alek Dabrowski)

In het buitenland bezoek ik graag de lokale kroegen. Eind jaren tachtig was ik in Petersburg, dat toen nog Leningrad heette en in de Sovjet-Unie lag. Het een studiereis. We bezochten belangrijke personen in de stad, zoals de directeur van de haven. Het communisme brokkelde af en men zag westerlingen als redders in nood. In hun ogen waren wij potentiële handelspartners. De kennis van het Westen was er gering. (Bron bovenste foto: olga9177)

Ieder land kent zijn eigen drankgebruiken en kroegen. Tot onze verwondering waren er in Leningrad nauwelijks cafés waar je vrij kon binnenlopen. Naast thuisdrinken speelde het uitgaansleven zich af in zaaltjes die je - inclusief consumpties - met een stel vrienden afhuurde. Er was één Westerse kroeg in het centrum: Tsjaika, oftewel ‘De Zeemeeuw’, genoemd naar een toneelstuk van Tsjechov. Na het bezoeken van dit oord, konden wij nog slechts het woord ‘Zeemeeuw’ uitbrengen.

De nationale hobby van de Russen is wodka drinken. Wij pasten ons moeiteloos aan. Bier was schaars. Op een ochtend zagen wij mensen hun pas versnellen en resoluut afwijken van hun route. Hier en daar sprongen mensen uit langzaam rijdende bussen, auto’s werden aan de kant gezet. (Foto hiernaast: wijnemenjemee.nl)

Wat was er gaande? Vanuit een kiosk werd tapbier verkocht. Dit bijzondere aanbod was voor menige voorbijganger reden om de weg naar de fabriek of het kantoor te onderbreken. Glazen waren eveneens schaars. Na het afrekenen diende de halve liter in één slok genuttigd te worden, zodat de volgende dit zeldzame geluk ook kon proeven. Dat het verkeer vastliep en mensen die dag niet meer op hun werk verschenen, daar maakte niemand zich druk om.

In Leningrad heb ik het grote zuipen gezien. Op de eerste avond wilde ik in mijn onwetendheid ergens een biertje gaan drinken. Ik maakte een praatje met een van de vele bedienden in het gigantische hotel. Ik sprak een paar woorden Russisch. Het was voldoende. Ik werd de weg gewezen naar de ontbijtzaal, die deze avond was afgehuurd voor een drankgelag. (Foto hiernaast: Pixabay.com)

Wij, een paar onschuldige Hollandse jongens, betraden de ruimte. In de dampende zaal waren zo’n honderd mensen aanwezig. We onderscheidden twintig-dertig nonchalante soldaten en politieagenten. De meesten hadden hun bewapening ergens laten slingeren. Een enkeling stond te zwaaien met iets. De rest van het mannelijke publiek leek rechtstreeks uit een roman van Dostojewski gekropen te zijn.

Het gezelschap werd gecompleteerd met dames die er nadrukkelijk hoerig uitzagen en zich grotendeels hadden verstrengeld met hun mannelijke tegenspelers. Wat alle aanwezigen gemeen hadden was het controleverlies over de ledematen. Bijna niemand kon meer staan. Over tafels en stoelen heen lagen mensen in coma. (Foto hiernaast: vakantiearena.nl)

Ergens kwam een jongeman vandaan gekropen. Een Sasha, die na een wat onduidelijk gesprek mij innig omhelsde. Het probleem was dat de drank bijna op was. Hij leidde mij slingerend naar een tafel waar nog wat halfvolle flessen stonden. Ik onderscheidde er een onduidelijk lichtbruine vloeistof in. Het resultaat van huisvlijt. Ik dronk met Sasha en was een vriend rijker. Na die avond heb ik hem nooit meer teruggezien.

Ons gezelschap van professoren en studenten paste zich snel aan de lokale gebruiken en tekortkomingen aan. De jongens dronken iedere avond hun hoeveelheid wodka op de verschillende hotelkamers. De vrouwelijke studenten vielen uiteen in twee categorieën: zij die lustig meedronken met de jongens - een enkele dame gaf zelfs een striptease met een Russische vlag ten beste – en zij die vanaf dag één met grote schrik alles om zich heen bekeken en het liefst zo snel mogelijk naar huis wilden.

Van die laatste categorie hadden we vier meisjes zo gek gekregen op een van de laatste avonden zich aan te sluiten bij ons bonte drankgezelschap. Zij moesten zich eerst omkleden en opmaken. En zij namen de tijd. Tijd die wij besteden aan het rap drinken van onze goedkoop ingeslagen wodka. De hotelkamer was gevuld met tien jongens, een paar drinkende meisjes en één hoogleraar. Deze wat oudere man – hij had onlangs een hartaanval overleefd – was zo in de ban van het Russische drinken dat hij na ieder glas uitriep: ‘De Zeemeeuw!’ Daarbij ging hij staan, maar bemerkte dan pas dat hij deze vaardigheid niet meer machtig was.

De studenten zopen flink door en enkelen hadden de kruipgang naar de toiletpot al moeten maken. Eén jongen, een forse corpsbal, had een week voor de excursie zijn been gebroken. Ook hij werd misselijk van zijn eigen gulzigheid. Door zijn gipsbeen werd het bereiken van de wc bemoeilijkt. Tot onze walging zagen we hem vlak voor de toiletdeur capituleren. En terwijl onze professor opsprong en wild zwaaiend met zijn armen de Zeemeeuw aanriep, ging voorzichtig de hotelkamerdeur open. Ik zag vier keurig opgetutte dametjes. Ik weet niet wat zij verwacht hadden van deze avond, maar niet dit tafereel. Ik zag totale ontzetting op hun gezichten. Binnen twee seconde sloot de hotelkamerdeur zich weer. Zij wilden hier geen deel van uitmaken. Rusland was niet hun land.

Bron foto: denvit

Jeroen Waardenburg :
O, o wat fantastisch allemaal her verheerlijken van zuipen en dronken schap.In Rusland een groot probleem.En denk maar niet dat de normale rus die weldenkend is altijd maar bezopen is integendeel.

Voorts de mannen vooral in Rusland worden niet zo oud door al dat zuipen de mannen die in Rusland wel gezond oud worden (is ook wetenschappelijk bewezen)hebben altijd maat kunnen houden met drinken en gebruikte hun gezonde verstand.

maandag 12 feb 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties