De Razzia (2) – bijna 75 jaar later

7844-de-razzia-2-bijna-75-jaar-later (Door Hans Roodenburg)


Het is dit jaar (2019) 75 jaar geleden dat Rotterdamse jongemannen door de Duitse bezetters uit hun huizen en ouderlijke huizen werden gehaald voor transport naar Duitsland. Ze moesten er werken.

De gebeurtenis is de geschiedenis ingegaan onder de naam: de razzia.

Twee dagen lang stroopten de Duitsers met de geweren in de aanslag de wijken af en veroorzaakten schrik en chaos. Het komend jaar zullen we er uitgebreid op terugblikken. In deel 1 beschreef de journalist Jim Postma over hoe zijn vader Teunis Wietze Postma in november 1944 was ontsnapt. Vandaag in deel 2 is de beurt aan de journalist Hans Roodenburg.


Hieronder een van de weinige foto's die bewaard is gebleven van de razzia in Rotterdam - Beeldrecht: Gemeente Archief. (Kopfoto is fragment van deze foto)

In de familie Roodenburg, destijds wonend aan de Iependaal in Rotterdam, heeft de razzia van de Duitsers in november 1944, aardig wat teweeggebracht. De inmiddels overleden Jo Brinkman-Roodenburg, toen de jongste dochter, kon zich dat nog herinneren. Zij had twee oudere zussen en drie broers die inmiddels ook zijn overleden. Haar oudste broer is zelfs dramatisch in de Tweede Wereldoorlog doodgegaan bij een bombardement van de geallieerden in maart 1945.

Jo, toen al 83 jaar, in 2015 (een jaar later overleed zij): ‘’Mijn oudere broers waren in de oorlog allen jong en in de kracht van hun leven. Ik weet nog dat de Duitse bezetter dit soort jongens hard nodig had voor arbeid in Duitsland. Bert was 16 en Wim 22 jaar. Ook bij ons kwamen de soldaten aan huis. Mijn vader deed de deur open. Vader was al boven de 50 jaar en hoefde dus niet naar Duitsland. Hij zei bij de deur dat er in huis difterie en roodvonk heerste.’’

Een smoes waarvan zich vele Rotterdammers bedienden. Jo: ‘’De Duitse soldaten waren als de dood voor deze besmettelijke ziektes en gingen snel verder in de buurt. Tijdens een voedseltocht in de Hoekse Waard is mijn broer Bert later in de hongerwinter toch nog opgepakt en naar Duitsland gezonden. Hij moest in een fabriek in Münster werken. Daar is hij later ontsnapt en in Enschede ondergedoken.’’

Bert is uiteindelijk in december 2014 op 86-jarige leeftijd overleden in Australië waarnaar hij eind jaren ’50 was geëmigreerd en een bestaan had opgebouwd met zijn vrouw Cornelia Vernes. Zij kregen kinderen en achterkleinkinderen. De andere broer Wim is in 1986 overleden.

Nog dramatischer liep het af met de oudste broer van Jo, Floor Roodenburg, die op 18 maart 1945 bij een geallieerd Amerikaans bombardement op Berlijn om het leven kwam. Omdat de schrijver van dit artikel eerst dacht dat hij, de oudste neef van de familie van vaderskant, misschien fout was geweest in de oorlog heeft hij lange tijd daarover niet gesproken. Er werd ook niet in zijn familie over verteld. Iedereen was bezig met de opbouw van Nederland.

Totdat de auteur Jo Brinkman-Roodenburg ontmoette op een begrafenis in het begin van 2015. ‘’Toen mijn ouders nog in Dordrecht woonden is Floor geboren’’, vertelde ze. ‘’Floor kon later heel mooi orgel spelen. Net voor de Tweede Wereldoorlog had hij belijdenis gedaan in de nabijgelegen Breepleinkerk in Rotterdam. Aan deze kerk was de hele familie nauw verbonden.’’

Rijkscommissaris Seyss-Inquart verordende op 28 februari 1941 dat Nederlanders die geschikt werden bevonden te werk moesten worden gesteld in de Duitse oorlogsindustrie.

Jo: ‘’In 1942 kreeg ook Floor een oproep voor de keuring. Hij was bang dat hij in een vreselijke Duitse munitiefabriek moest werken. Dacht eerst de tewerkstelling te kunnen ontlopen door hartproblemen voor te wenden. Maar toen men hem dwingend vroeg om in Berlijn zijn oude beroep als herenkapper uit te oefenen is hij uiteindelijke gegaan. Hij had immers geen keuze. Als herenkapper was hij eerst in dienst van een werkgever in de Riederlaan in Rotterdam, later in Monster.’’

Jo Brinkman-Roodenburg, destijds een jaar of tien, kon met haar ouders nooit op bezoek komen in Berlijn. Dat was in oorlogstijd onmogelijk. Met Floor is het verkeerd afgelopen door een Amerikaans bombardement op zondag 18 maart 1945. Hij wilde uit zijn schuilkelder boven kijken of de kust veilig was. Toen kwam er een nieuwe golf Amerikaanse bommenwerpers. Van zijn lichaam is vrijwel niets meer teruggevonden. Zijn toenmalige vrouw heeft het nog wel overleefd. Zij was zwanger van een tweeling die het overigens door de belabberde gezondheidszorg in die oorlogstijd in Berlijn niet hebben gered, evenals een eerder geboren kind. Zijn ouders in Rotterdam kregen van het Rode Kruis van de dominee van de nabij gelegen gereformeerde Breepleinkerk het bericht dat hun oudste zoon was omgekomen.

Foto hierbovven: Jo Brinkman – Roodenburg in 2015. Een jaar later overleed zij.

Verhaal is eerder geplaatst op Dagblad010

Jan Marquart :
Op 10 november 1944 was ik nog 16 jaar. De Duitsers namen mij toch mee, omdat ik op 11 november 17 jaar werd.Ik heb gelopen van Rotterdam naar Gouda, van Gouda naar Utrecht, van Utrecht naar Amersfoort en van Amersfoort naar Ede.
In Ede kon ik met hulp van een verpleegster vluchten. In de nacht van 14 op 15 november ben ik met een vrachtwagen naar Rotterdam terug gebracht.
15 november 's morgens om zes uur was ik weer thuis in de Jeruzalemstraat.Wat ik onderweg beleefd heb, heb ik opgeschreven.Het is een spannend verhaal geworden

donderdag 10 okt 2019

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Stad en platteland

Het verhaal is van Annie Proulx. Het staat in 'Heart Stories'. Het gaat over Lime, een jongeman met rood haar en een soort innerlijk vuur dat erop lijkt 'of hij snel van binnen op aan het branden is'.

Een vuur dat sommige vrouwen aantrekkelijk vinden. Lime is met zijn vriendin Charlotte buiten de stad gaan wonen. Ze droomden dat ze daar een handeltje in Peruviaanse poncho's op konden zetten. Dat plan mislukt, maar dankzij het geld van de ouders van Charlotte overleven ze. Lime heeft in de heuvels een groep verlopen eenzelvige landbouwers gevonden die op woensdagavond fantastische zelf geschreven muziek maken. Hillbillymuziek, origineel en ontroerend goed gespeeld. De muzikanten zijn stug en weinig spraakzaam, maar ze staan hem toe dat hij meespeelt. Hij ontdekt dat de zangeres, een goed in het vet zittende, maar mooie jongedame, de schrijfster van de songs is. Haar vader speelt ook mee. De enige keer dat hij overdag langs komt, is zij alleen. Hij verleidt haar. Als haar huisgenoten waaronder haar vader, thuiskomen van het werk op het land en hen ontdekken, roept hij dat hij van haar houdt. Op dat moment ontdekt hij dat de man waarvan hij dacht dat het haar vader was, haar echtgenoot is. Hij rent voor zijn leven en keert er nooit meer terug.

  • Nieuw

  • Reacties