Troelstra

7484-troelstra

“Grijpt de macht en doet, wat u moet, en kunt doen.”

Honderd jaar geleden riep Troelstra op tot een vreedzame revolutie.

Door Geert-Jan Laan

Het was 11 november 1918 en Duitsland had die ochtend gecapituleerd: de Eerste Wereldoorlog was ten einde. In het Algemeen Verkooplokaal aan de Goudsesingel 33A in Rotterdam stond Pieter JellesTroelstra voor een zaal vol leden van de SDAP en de vakbeweging NVV. De leider van de Nederlandse sociaaldemocatie ontvouwde zijn plannen om de macht in Nederland te grijpen. Binnenkort dus honderd jaar geleden.

Al weken ging er een golf van revoluties door Europa. In oktober eerst Rusland, waar Lenin de macht greep. Later in november 1918 dreigde dat ook in Duitsland, waar de Keizer naar Nederland moest vluchten.


Troelstra wilde geen gewelddadige revolutie. Aan het einde van zijn toespraak bezwoer hij zijn gehoor “zich niet te verleiden door droombeelden, door avonturiers en fantasten”.

Nederland was officieel neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog. De regering en de oppositiepartijen kwamen overeen hun onderlinge verschillen zo lang neer te leggen om Nederland eensgezind door de oorlog te loodsen. Stakingen en demonstraties waren niet meer aan de orde. Ook Troelstra had zich hierin geschikt. Dat alles voorkwam niet dat Nederland wel degelijk de gevolgen van de oorlog voelde. De voedseldistributie kwam zwaar onder druk te staan en schaarste dreigde. In Amsterdam brak in 1917 het zogenaamde aardappeloproer uit. Huisvrouwen stonden uren in de rij voor een paar aardappels, terwijl er geruchten gingen dat we nog steeds volop aardappels exporteerden aan het oorlogvoerende Duitsland. Na vier jaar compromis vond Troelstra het tijd voor een radicaal andere koers.

Als reactie op de oproep van Troelstra nodigde de Rotterdamse havenondernemer Nijgh de vakbondsleiders Brautigam en Heijkoop uit om bij hem thuis te praten over de ontwikkelingen in Duitsland. De Rotterdamse burgemeester Zimmerman wilde met deze socialistische vakbondsleiders spreken over hoe de machtsoverdracht op een ordelijke manier zou kunnen plaats vinden, gesteld dat Troelstra zijn zin zou krijgen.

Daar bleek echter al snel geen sprake van te zijn. In het bestuur van de SDAP groeide het aantal tegenstanders van Troelstra. Een dag later, op 12 november, verspreidden de katholieken een manifest in een oplage van 500.000, tegen de revolutie. De protestants-christelijke jongeren schaarden zich achter de acties van de Bataafsche Petroleum Maatschappij (nu Shell) om de regering de Vrijwillige Landstorm te laten mobiliseren. Uiteindelijk stuurde de regering zo'n vijfduizend militairen naar Rotterdam, de haard van de dreigende opstand. Op 14 november organiseerden de confessionelen grote bijeenkomsten in de Laurenskerk en in hetzelfde Algemeen Verkooplokaal waar Troelstra nog maar net de revolutie had aangekondigd. Op 18 november vonden eerst in Den Haag en later ook in Rotterdam massale bijeenkomsten plaats waarbij de koninklijke familie door duizenden werd toegejuicht. Een week na zijn beruchte toespraak bleek de revolutie van Troelstra niet meer dan een storm in een glas water te zijn.

Burgemeester Zimmerman, die iets te vroeg inzette op de revolutie, verloor zijn baan. Hij ging werken voor de Volkenbond en was eind jaren twintig een groot bewonderaar van de Italiaanse dictator Mussolini. Pieter Jelles Troelstra gaf dertien jaar later in zijn Gedenkschriften ruiterlijk toe dat hij zich had vergist. Hij schreef: “In het algemeen moet worden toegegeven dat van een onweerstaanbare revolutionaire beweging in november 1918 geen sprake is geweest. In die dagen van beroering en talloze oncontroleerbare geruchten was het niet mogelijk daaromtrent een juist beeld te verkrijgen. Mijn voorstelling van de invloed die de Duitse revolutie op ons volk moest uitoefenen is overdreven gebleken.”

Hoewel de sociaaldemocraten niet aan de macht kwamen (pas in 1938 kwamen ze in de regering) hadden de gebeurtenissen wel zoveel indruk gemaakt op de werkgevers dat zij vernieuwende sociale wetgeving niet langer massaal blokkeerden. Zo kwamen in korte tijd de Achturige werkdag, de Invaliditeitswet en de Ouderdomswet tot stand. Troelstra had de revolutie dan wel niet voor elkaar gekregen, voor mijn grootvader, zijn leven lang vakbondsleider in Rotterdam, was de SDAP-voorman een groot voorbeeld. Op zijn schoorsteenmantel stond altijd een kleine bronzen plaquette met het portret van Troelstra. Dat staat nu bij mij.

(Voor het schrijven van dit verhaal heb ik dankbaar gebruik gemaakt van onder meer het verhaal van Sjaak van der Velden in het tijdschrift van de Rotterdamse historische vereniging Roterodamum, de Gedenkschriften van Troelstra en de studie van dr. Scheffer, voormalig hoofdredacteur van het Rotterdamsch Nieuwschblad. )

Monument voor Pieter Jelles Troelstra, gemaakt door Tjipke Visser in 1933 te Stiens

Jim Postma :
Als wij met zijn allen toen hadden geweten, wat wij NU weten, had onze hele geschiedenis totaal anders verlopen, dan zoals die NU is verlopen.

Tegen onder meer Ronald Sörensen heb ik ooit verteld, dat ik een reiziger was recent in de tijd. Zo belandde ik ooit in de eind twintiger jaren in het hartje van Berlijn. Met een missie: 'Te waarschuwen voor de opkomst van Adolf Hitler en alle vernietigingen daarna, onder meer de Hollocaust.' Geloof het of niet: 'Ik zag de oude trams in die tijd rijden,de oude lantaarnpalen branden, de Duitsers lopen in de klederdracht van toen.' Het werd een doorlopende film in reality en ik moest mijzelf in de billen knijpen, van dit kan toch niet waar zijn!!@!'
Probeerde toen de Duitsers te overtuigen wat hen te wachten stond...@@@
Als enig bewijs had ik bij mij mijn portemonnee met Eurogeld met geldpasjes en al en de jaartallen daarin.
NIEMAND wilde mij geloven en toen wist ik het zeker: Tijdreiziger of niet, het VERLEDEN valt NOOIT meer te veranderen. HELAAS!

dinsdag 11 sep 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Militairen ‘blauw ‘ op straat


Gratis ochtendkrant Metro kopte gisteren:
‘Politie zal straks ‘nee’ moeten zeggen’.
En: De werkdruk bij de politie is zo hoog,
dat het aantal overtredingen van de
Arbeidswet dit jaar zal uitkomen op 200.000.

Gevolg: Politiemensen stukken minder gemotiveerd,
te hoge werkdruk leidt tot stress, burn-outs en
aantal ziekmeldingen onder onze wethandhavers
neemt alarmerende vormen aan.

Met nu zo’n 1100 nieuwe agenten erbij en dure
langdurige opleidingen, blijft het landelijke
Nationale Politiekorps dweilen met de kraan open.

Interview met hoofdagent: ‘Wat je alleen wel ziet,
Is dat de burgers langer moeten wachten op een
aangifte die ze hebben gedaan. En ze zullen minder
blauw op straat zien?’

Nog minder blauw op straat? Nog langer wachten
voor de burgers op aangiften? Kan het nog gekker.

De misdaad, zeker de zware criminelen tieren
tegenwoordig zo welig als nooit te voren. Gelegenheid
maakt de dief. Pakkansen steeds kleiner, de
veiligheid op straat en in het verkeer nemen
intussen eveneens alarmerende vormen aan.

Waarom op korte termijn geen militairen tijdelijk
betrekken als noodagent nu de nood het hoogst is.
Wat doen militairen eigenlijk in vredestijd?
Oefenen in de kazerne, in het bos, op het strand
En waarom dus niet direct op straat en in het verkeer?

Met zeer effectieve korte opleidingen tot agent, overal
direct inzetbaar, van terrorismebestrijding tot
invallen bij zware criminelennesten.

Simpel zolang de nood het hoogst is tijdelijk
met een het wisselen van een
groen naar een ‘blauw’ uniform. Met daarbij een
besparing van honderden miljoenen euro’s.

En anders, Opstelten zei het al in alle toonaarden:
'Blauw op straat,
meer blauw op straat,
nog meer blauw op straat.’

Allemaal, allemaal, hartstikke blauw op straat!


Jim Postma.

  • Nieuw

  • Reacties