Drama achter boekje ‘Onbestelbaar’ (2)

7219-drama-achter-boekje-onbestelbaar-2 (Door Gert van Engelen)


Het ware drama achter een paar zinnen in een Rotterdamse herdenkingsboekje

Deel 2


Conflict
Ies had het erg naar zijn zin in het jongensweeshuis met die joodse sfeer. Hij wilde graag dat zijn broer Alex ook naar het weeshuis zou komen.

Zodra Ies na de bevrijding hoorde dat zijn broertje nog leefde, zocht hij Alex op. Oom Piet kende het adres van de familie Klompe. Hij waarschuwde Ies: “We hebben in de oorlog wat last gehad met die mijnheer in Zeeland! Die ging wat te veel eisen stellen voor vergoedingen. Maar we vinden niet dat jij erover moet praten met die man. Hij heeft tenslotte je broertje gered.”

Ies ging met Alex wandelen. “Hij maakte het goed”, noteerde Ies in Onbestelbaar. “Ik wist dat hij mijn broertje was, maar ik voelde dat niet echt zo. Voor mij waren de jongens Balt eerder broers en voor hem zal dat zo zijn geweest met de jongens Klompe. We hadden elkaar eigenlijk niets te zeggen.”

Hij bezocht Alex vaker, en sluipenderwijs ontstond een conflict met Gommert Klompe. Deze wilde Alex bij zich in huis houden en als een van zijn zonen opvoeden.

Ies begon zich op te winden. “Iedere keer als ik Alex in Zeeland ging opzoeken, vroeg ik Klompe of Alex bij mij in Amsterdam mocht komen wonen. Steevast antwoordde hij dat Alex een goed christen moest worden. Alex zat op de School met den Bijbel en vol trots liet hij mij plaatjes zien van de messias van de christenen en vertelde hij over de goede Herder.”

De pleegouders zeiden ook over Alex: “Het is een slim joodje. Hij kan best dominee worden.” Ze hadden hem nooit verteld dat hij joods is, ook niet dat zij niet zijn echte ouders waren. Ies: “Hij zei pa en ma tegen ze. Onverdraaglijk.”

Al even ergerlijk vond Ies dat zijn broer in dat streng-gereformeerde milieu verkeerde. Zijn ouders, wist hij zeker, zouden beslist liever hebben gewild dat Alex in een joodse sfeer opgroeide dan in een orthodox-christelijk gezin. “Ik vond dat hij joods moest worden, niet gereformeerd.”

Hij bezocht de commissie van Oorlogs Pleeg Kinderen (OPK), maar die zei: “Je moet je daar niet mee bemoeien, want die mensen hebben hun leven in de waagschaal gesteld voor dat jongetje en dat jongetje is daar heel gelukkig!” Ies Lipschits bleef echter vinden dat Alex weg moest van Schouwen-Duiveland. “Klompe zal wel moe van mijn gezeur zijn geworden. Ik ben niet opgehouden om druk op hem uit te oefenen. Maar ik stuitte op een muur van onwil.”

Foto 5: Ook het huis waarin de familie Klompe na de bevrijding is gaan wonen, aan de Nieuwe Havenweg 19 in Burghsluis, is intact gebleven. Alex Lipschits werd hiervandaan gekidnapt. (Foto Gert van Engelen)

Brief
Toen ontving hij die brief die de inleiding werd tot een drama.

Gommert Klompe schreef dat hij toch wel iets zag in het standpunt van Ies. Maar daar moest wel geld tegenover staan. Klompe wilde vrachtwagenchauffeur worden, en om een vrachtwagen te kunnen kopen, ontbrak het hem nog aan tweeduizend gulden. Als de voogdijorganisatie Le-Ezrath Ha-Jaled hem dat geld zou uitkeren, was hij bereid Alex af te staan. Dan zouden alle onkosten die hij had gemaakt, zijn vergoed.

Ies Lipschits was geschokt, maar voelde ook triomf. Hij ging met de brief naar de stichting. Daar werd meteen een kopie gemaakt die de brandkast inging. Hij ging ook naar de OPK, en die bestond het om hem te zeggen: “Je ziet het helemaal verkeerd, Ies. Dat vragen om geld is een primitieve uitdrukking van de liefde voor het kind!”

Er knapte iets bij Ies. Hij nam een onbezonnen besluit. Hij had ontdekt dat het weeshuis in het geheim een schakel was, een station, in de illegale doorvoerroute van joden uit Europa naar de op te richten Staat Israël. Ies was ingewijd geraakt in de organisatie, hij leidde er een soort reisbureau. Hij hielp mee joodse jongens en mannen naar Palestina te smokkelen. Hij zou, nam hij zich voor, k naar Israël gaan en zijn broertje meenemen.

Verrader
Aan Gommert Klompe was de Tweede Wereldoorlog allerminst geruisloos voorbijgegaan. Het echtpaar De Vrieze wijdt in Trugkieke een apart, vrij onthullend hoofdstuk aan hem en zijn vrouw, met gegevens, namen en andere wetenswaardigheden die niet voorkomen in voornoemde boeken.

Bijvoorbeeld dat de kostganger van Klompe, Antonie van der Hof, na onenigheid over een ruilmotor, in het geniep naar de Haamsteedse burgemeester J.P.C. Boot stapte, en vertelde dat er een joods ventje bij Klompe verbleef. Boot beval de verrader Van der Hof bits zijn mond te houden en nog dezelfde dag het eiland te verlaten.

Aanvankelijk woonde Klompe met Alex op de grens met Noordwelle, in een woonhuis dat bij de watersnoodramp verloren is gegaan. In februari 1944 moesten de Klompes als gevolg van de inundatie de polder verlaten. Zij konden inwoning krijgen in het dorp Haamstede, eerst tijdelijk aan de Kloosterweg (dit pand is ook verdwenen), naderhand in de Noordstraat (staat er nog). Na de bevrijding betrok het gezin, inclusief Alex die op de openbare lagere school ‘Jopie’ heette, een woning aan de Nieuwe Havenweg in Burghsluis, op huidig nummer 19 (nog intact).

Gommert Klompe is in december 1944 naar Hamburg afgevoerd; alle mannen van 17 tot 40 uit de Westhoek werden in Duitsland tewerkgesteld. Pas eind mei 1945 keerde hij terug. Hij kreeg vervolgens werk via Mozes Polak uit Middelburg, volgens De Vrieze “zo goed als zeker” omdat hij een joods jongetje hielp. Samen met Gerrit Klaassen uit Elst verwijderden ze honderden Duitse palen uit de stranden van Westenschouwen en Oostvoorne, met behulp van een door Klompe geïmproviseerd kraantje.

Voorjaar 1948 konden Gommert en Geertje weer bezit nemen van hun eigen, droog- en schoongemaakte woning bij Noordwelle.

Later dat jaar, op 6 september, had die ontluisterende ontvoering plaats.

Smoes
Ies Lipschits was “erg driftig geworden” en in die drift nam hij het boze besluit om Alex weg te kapen uit Schouwen-Duiveland. Hij verzon een smoes. Volgens De Vrieze vroeg hij Klompe of hij zijn broertje een middagje mocht meenemen naar de kroningsfeesten van Juliana in Zeeland; volgens Lipschits wilde hij zogenaamd naar Middelburg. De uitkomst was hetzelfde: Alex en Ies keerden niet meer terug. Ze waren onvindbaar. “De Klompes waren ten einde raad en erg verdrietig”, meldt De Vrieze.

Alex was nog pas negen jaar. Zijn broer, ook nog pas 17, zei: “Ik ga naar Israël toe, daar wonen allemaal joden, en ik wil graag dat je meegaat.” Dat was achteraf gezien hoogst onverantwoord, dat besefte Ies ook wel, “want je kunt een jongetje van negen niet zo’n beslissing laten nemen. Maar hij vond het prachtig en avontuurlijk.”

Putte, Antwerpen, Brussel, Kortrijk, Parijs en Marseille was de route die de jongens volgden. Ze voeren naar Haifa, de Staat Israël was al uitgeroepen, op 14 mei 1948. En hier ging iets grondig mis.

Ies had zich als vrijwilliger aangemeld bij het Israëlische leger; hij had de dienstplichtige leeftijd. Nog in de haven werd hij abrupt gescheiden van zijn broertje Alex. Die bleef moederziel alleen achter, niemand wist welke taal hij eigenlijk sprak. Drie weken had Alex, die er zelf voor koos zijn naam te veranderen in David, met Ies zullen doorbrengen. In plaats daarvan stond hij nu alleen in de haven, waar totale chaos heerste. Zijn broer was verdwenen. Alex is uiteindelijk terechtgekomen bij een Hollandse pleegfamilie in de kibboets Sde Nehemya, in het noorden van Israël.

Het verdwijnen van Ies is “een hele klap” voor Alex geweest, hij hield er een trauma aan over.

Het werd nog pijnlijker: Ies Lipschits werd afgekeurd. Hij had te lang zonder water in een omsingeling gezeten, en liep een nierontsteking op. Na een jaar als soldaat gevochten te hebben, moest hij vertrekken; hij vloog terug naar Nederland. Andermaal liet hij zijn broertje in de steek. In De Groene: “Alex moet zich zeer eenzaam hebben gevoeld. Verlaten. Ik heb me daar altijd schuldig over gevoeld. Ik heb niet voor hem gezorgd.”

“Het leven zonder de Klompes was zwaar voor Alex”, weet De Vrieze. “Hij vertelde later zich vier verschillende moeders te herinneren: twee in Nederland, twee in Israël.”

Foto 6: Alex (ofwel: David) Lipschits is als volwassene vanuit Israël op bezoek bij zijn voormalige pleegouders, ‘ma’ Geertje Koster en ‘pa’ Gommert Klompe. (Foto Collectie-De Vrieze)

Rechtbank
Terug in het joodse jongenshuis, terug ook op school, krijgt Ies Lipschits op een dag bezoek van twee rechercheurs. Ze namen hem mee naar het bureau. Hij had een minderjarige jongen onttrokken aan het wettelijk gezag, en hij was in vreemde krijgsdienst geweest, luidde de beschuldiging.

Hij moest voorkomen in Middelburg, in de arrondissementsrechtbank. Zijn advocaat, mr. Levy uit Rotterdam, ried hem aan om alles te bekennen. Zelf deed Levy de rechtbank de hele zaak uit de doeken, over de brief, de 2000 gulden, de reactie van OPK. “De rechter”, vertelt Ies, “heeft toen zo’n tirade gehouden tegen de OPK, dat de vertegenwoordigster van de OPK zat te trillen van woede. Het was een goede rechter, geen slechte. Hij zei: ‘Meneer Lipschits, ik móet u veroordelen.” Hij kreeg twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, aldus De Groene.

Boekje
Een sprong in de tijd. Op 27 januari 2008, tijdens de internationale Holocaust-herdenkingsdag, wordt in Rotterdam gratis het boekje Onbestelbaar verspreid. In een oplage van 250.000 exemplaren glijdt het bij ieder Rotterdams huishouden in de brievenbus. Het boekje, 75 pagina’s omvattend en geschreven door Isaac Lipschits, is een herdruk van een eerdere uitgave uit 1992. Via de website van uitgeverij Verbum is Onbestelbaar nog altijd gratis als e-book te downloaden.

Ies Lipschits heeft in het boekje, in de vorm van een fictieve brief aan zijn “lieve moeder”, zijn herinneringen aan de jodenvervolging in Rotterdam beschreven. Hij spreekt haar rechtstreeks aan, haar bijpratend over wat er in en na de oorlog zoal is gebeurd, met hem en Alex. Het is hier dat Lipschits, inmiddels een gepensioneerd hoogleraar, op papier voor het eerst voluit spijt betuigt over zijn ontvoering. Ook uit hij spijt over wat hij de Klompes heeft aangedaan.

“Ik zie al lange tijd in dat dat (de kidnap, red.) verkeerd is geweest. Het was onverantwoordelijk en onbesuisd van mij om als zeventienjarige een jongen van negen jaar te ontvoeren. De heer en mevrouw Klompe hadden zo’n behandeling ook niet verdiend. Ze hadden Alex met gevaar voor eigen leven als onderduiker in hun gezin opgenomen en ze hadden goed voor hem gezorgd.” Ook tegenover Alex verontschuldigt Ies Lipschits zich. “Ik voel me nog steeds schuldig tegenover Alex, omdat ik hem daarheen (Israël, red.) heb gebracht en hem daar achter heb gelaten.”

Al deze deemoed wast niet weg dat Gommert en Geertje toen al overleden waren. Lipschits heeft dit echtpaar weliswaar in De Groene ook lof toegezwaaid (Citaat: “In de eerste plaats, in de aller-, aller- en allereerste plaats hebben die mensen met gevaar voor hun leven en dat van hun kinderen mijn broertje in huis genomen. Daar heb ik enorme waardering voor”) – maar ook tóen, in 1998, leefden zij al niet meer. De woorden van spijt bereikten hen niet.

Foto 7: Het boekje ‘Onbestelbaar’, in januari 2008 verspreid in een oplage van 250.000 exemplaren. Isaac Lipschits betuigde hierin spijt voor het ontvoeren van zijn broer.

Contact
Maar was er dan na de ontvoering alleen nog verbittering en verwijdering? Geenszins, integendeel zelfs, zo valt op te maken uit de nijvere naspeuringen van Wim de Vrieze.

Even een paar feiten: in oktober 1949 verhuizen de Klompes naar de Wieringermeer, waar familie woonde, in mei 1954 naar Bant, in de Noordoostpolder. In 1957 brengt Ies zijn broer Alex “voor het eerst in contact met de blij verraste Klompes”. Op 15 februari 1962 trouwt Alex, eigenlijk David genoemd, met de lerares Jehudith Shosberger (Novisad, Joegoslavië, 11.3.1942), en krijgt met haar een zoon en twee dochters. Zoals Ies schrijft in ‘Onbestelbaar’: “Hij maakt het goed, hij heeft gestudeerd en hij is leraar geworden.”

Als op 24 november 1981 Geertje Klompe-Koster (geboren 12.6.1910) sterft, is David op de begrafenis. In 1982 zoekt Gommert hem op in Israël en blijft er twee maanden. In 1984 krijgt Gommert op 5 juni het Verzetsherdenkingskruis, “voor het in de oorlog risicovol opnemen en beschermen” van David. Nog datzelfde jaar, op 30 september, wordt in het herinneringspark Yad Vashem in Jeruzalem een eucalyptusboom geplant, door David, “ter herinnering aan de onvergetelijke jaren”.

In 1990 sterft Marcelis Gommert Klompe (geboren 14.01.1910), op 9 september, tachtig jaar oud. Hij komt om het leven bij een verkeersongeval tussen Emmeloord en Tollebeek. Gommert wordt aangereden door een personenauto, bestuurd door een 46-jarige inwoner van Vollenhove, toen hij de Karel Doormanweg overstak. Per ambulance werd hij nog naar het ziekenhuis overgebracht, maar korte tijd later overleed hij.

Twee jaar later, in april 1992, is David Lipschits weer op Schouwen-Duiveland, om er mee te werken aan de Tros-tv-documentaire ‘Kind tussen twee werelden’, gemaakt door Willy Lindwer. Opnamen hebben plaats in Burghsluis, in Rotterdam en in Haifa. De reportage, nog op dvd beschikbaar, is in 1993 onderscheiden met een Gouden Kalf. De Klompes en Lipschits’ lijken zich te hebben verzoend.

In december 2000 overlijdt David, 60 jaar oud, in Haifa; zijn vrouw Jehudith op 17 februari 2015.

Hoogleraar
En Ies Lipschits, de drieste ontvoerder? Wat waren de coördinaten van zijn volwassen leven?

Hij is hoogleraar geworden. Na zijn eindexamen in 1951 meldde hij zich (“in mijn eentje”) aan bij de Universiteit van Amsterdam, om er politieke wetenschappen te studeren. Hij haalde zijn doctoraal, zijn kandidaats en zijn promotie cum laude. Trots: “Dat heb ik toch mooi bereikt, als zoon van een standwerker.”

Hij ging vervolgens college geven aan diverse universiteiten in Nederland en in Israël. In 1973 werd hij bij de Rijksuniversiteit Groningen hoogleraar contemporaine geschiedenis. Hij richtte er het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen op, schreef meerdere boeken, vertaalde bijvoorbeeld Das Kapital van Karl Marx en ging in 1990 met emeritaat.

Op het persoonlijk vlak overkwam hem forse tegenslag. Hij trouwde op 24 september 1954 met Bertie Linnewiel (Arnhem, 20.8.1932). In De Groene openbaart hij dat het “een merkwaardig huwelijk” was: ze zijn beiden joods, hebben beiden de Shoa meegemaakt, maar praten nooit over wat in de oorlog is voorgevallen. “Het huwelijk is finaal misgegaan.” Vele jaren na de echtscheiding pleegt Bertie Linnewiel zelfmoord in een bos in Frankrijk.

Lipschits hertrouwt met Ruth de Leeuwe (1936), en is er “lang gelukkig mee”, totdat ook zij ieder hun eigen weg gingen, in 1985. Hij gaat verder, tot aan zijn dood, met Sieta de Vries. Isaac Lipschits overlijdt op 24 mei 2008 in Groningen, een halfjaar na de verspreiding van Onbestelbaar. Hij laat drie kinderen na, de oudste zoon David uit zijn eerste huwelijk, en Daniel en Deborah uit het tweede huwelijk.

Foto 8: Isaac Lipschits op latere leeftijd. Tot aan de dag van zijn dood, in mei 2008, werkte hij aan biografieën voor de gezaghebbende website ‘Joods Monument’, die door hem is geïnitieerd. (Foto Familiebezit)

Monument
Behalve als politicoloog en geschiedkundige heeft Ies Lipschits op nog andere wijze faam geoogst. Hij is de initiatiefnemer en geestelijke vader van de interactieve website ‘JoodsMonument.nl’, voluit geheten het Digitaal Monument van de Joodse Gemeenschap in Nederland. Hierop zijn de persoonsgegevens, de laatst bekende adressen en het gezinsverband te vinden van alle omgebrachte Nederlandse joden. De site staat bekend als hoogst betrouwbaar, en is onmisbaar voor elk particulier of wetenschappelijk onderzoek.

Nadat hij afscheid had genomen als hoogleraar deed Lipschits onderzoek naar het rechtsherstel van joden na de Tweede Wereldoorlog, licht de site het ontstaan toe. Hieruit is het boek De kleine sjoa, joden in naoorlogs Nederland (Zutphen, 2001) voortgekomen. De vele schriftelijke bronnen die Lipschits daarbij onder ogen kreeg, brachten hem “op het idee om een overzicht te maken dat meer inzicht zou geven in het lot van de meer dan honderdduizend joodse slachtoffers van de sjoa in Nederland”.

Zo is het Digitaal Monument er gekomen, zijn magistrale nalatenschap, geschiedkundig van eminente waarde.

Ies Lipschits heeft zelf ruim zevenduizend korte biografische aantekeningen bijgedragen aan het monument, tussen 2004 en 2007. De website is sinds 27 april 2005 officieel te bezoeken. Volgens Het Parool hadden vier onderzoekers, twaalf data-invoerders er bij de start zo’n 25.000 uren in gestoken om 103.777 persoonspagina’s raadpleegbaar te maken.

De levensbeschrijvingen van zijn eigen familie stelde hij uit, te moeilijk. Kort voor zijn dood deed hij het alsnog.

Steentjes
De woning van de familie Lipschits aan Agniesestraat in Rotterdamp-Noord bestaat nog. Lang woonde er het Turks-Nederlands gezin Habibi, in maart 2016 stond het huis tijdelijk leeg. In de stoep voor de deur liggen vier, al weer enigszins verweerde Stolpersteine, zogenoemde herdenkingssteentjes voor de vier vermoorde leden van het gezin Lipschits: Sander, Grietje, Maurits en Jacob.

Op 5 mei 2014 heeft Ruth, de tweede echtgenote van Ies Lipschits, de woning van mevrouw Habibi bezocht, samen met haar dochter Deborah.

Deborah vertelt over haar vader en haar grootvader, Sander, de standwerker. Ze herhaalt, in het verslag op Jonet.nl, de online community-site van Joods Nederland, dat haar vader van zijn moeder niet ook op de markt moest gaan staan, maar moest gaan leren. Dat advies heeft Lipschits ter harte genomen, zoals hij zelf schrijft in de denkbeeldige brief aan zijn moeder: “Ik heb mijn hele leven hard gewerkt en, zoals U altijd wilde, veel geleerd en gelezen. Ik ben zelfs professor geworden.”

Maar Ies Lipschits heeft volgens Deborah ook nog iets anders gezegd, een schrijnende uitspraak die alles zegt over het kolossale leed dat zijn familie is aangedaan: “Liever was ik op de markt gaan staan zonder de oorlog dan professor worden met de oorlog.”

Foto 4: In de stoep zijn struikelsteentjes (zogenoemde Stolpersteine) gemetseld, waarmee vier van de zes omgebrachte gezinsleden worden herdacht. (Foto: Gert van Engelen)




Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

‘Soldatenrondje op het terras’


Het gesprek tussen de

gepensioneerden op

het zonovergoten terras

gaat over hun lang

verleden als militair.


De ene anekdote volgt

na de andere en na

het zoveelste biertje is

het dus lachen, gieren

en brullen, zoals in

de vroegere diensttijd.


De jongste van het stel

ene Daan begint nu over

zijn vroegere meerdere

aan wie zijn compagnie

inmiddels een pesthekel

had gekregen.


Daan: ‘En toen zongen wij

uit volle borst, waar hij

bij ouderwets schreeuwend

en vloekend aanwezig was:


‘Beter je zus als hoer dan je

sergeant-majoor als broer.’


JP


(Andere dienstervaringen zijn

hier van harte welkom).


  • Nieuw

  • Reacties