Een ‘Beer’ op de woelige baren

7217-een-beer-op-de-woelige-baren

(Door Jaap de Beer)

Herinneringen van oud-Rotterdammer kapitein Jaap de Beer zoals verteld aan Geert-Jan Laan. Jaap de Beer (78) woont al geruime tijd in de Verenigde Staten. (Foto 1)

Jaap de Beer is in 1939 in Rotterdam geboren, maar was door zijn vader ondergebracht in een internaat in Zeist bekend om discipline. De jonge Jaap maakte namelijk een potje van zijn opleiding. Zijn schoolprestaties waren van dien aard dat hij zeker niet bevorderd zou worden naar de vijfde klas van de HBS. Daar kwam nog bij dat hij al een oproep had gekregen zich in december te melden voor zijn dienstplicht.


Voor Jaap betekende het dat hij na de zomervakantie nog tot december in Rotterdam zou kunnen blijven en dus ook dagelijks zijn geliefde kroeg ‘De Fles’ kon bezoeken. Tussen de wat losgeslagen, artistiekerige jeugd die de zaak voor een groot deel bevolkte, voelde Jaap zich helemaal thuis. Hij was een forse, brede man die vaak ondeugend uit zijn ogen keek.


Foto 2 en 3

Zijn vader suggereerde dat hij, tot hij in dienst ging, maar moest gaan varen. Een buurman had een paar kleine schepen. En daar zou hij best als jongste manusje van alles kunnen werken . Op 23 augustus 1958 koos Jaap voor het eerst het ruime sop. De kleine coaster had een bemanning van tien koppen: 1 kapitein, 1 stuurman, 3 machinisten, 4 matrozen en 1 kok. De maandgage voor de jongste bediende was fl 81,50.

‘Doodskisten’
Zijn ‘hut’ was maar 4 bij 5 meter groot. Behoorlijk krap voor twee forse jonge zeelieden. De douche was 1,5 meter in het vierkant. Bij slecht weer kon je die zo draaien dat je zittend kon douchen. De kooien leken wel twee oude doodskisten.

‘De kapitein vertelde wat mijn werkzaamheden waren,’ licht Jaap toe. ‘Elke dag moest ik in de namiddag en de nacht wachtlopen met de stuurman. Dat hield in dat ik 12 uur per dag voor werk moest opdraven. Daarnaast moest ik eens per week de hut van de kapitein schoonmaken. Dat haatte ik. Net als vrijwel alle jongens in die tijd had ik nog nooit een dweil of een vaatdoek in mijn handen gehad .Wij keken daarop neer. Het was gewoon wijvenwerk.’ (Foto 4 en 5)

‘Pikheet’
Dat eerste schip heette De Leemans. Tijdens de koffiepauze – in de Rotterdamse haven heette dat ‘Pikheet’ – vertelde de stuurman dat er aan boord een strikte pikorde heerste. Wie het langste aan boord was kreeg de grootste biefstuk, bijvoorbeeld. Dat gebeurde al snel en de opvarende Henk Brouwer, die van de reclassering bleek, kreeg wel eens om die reden de grootste biefstuk. Een andere volmatroos, die dacht daar meer recht op te hebben, trok woedend zijn mes.

Foto 6: Het eerste schip van Jaap de Beer

Er waren namelijk ook bemanningsleden aan boord die via de reclassering binnenkwamen. Zij hadden meestal een klein vergrijp gepleegd en moesten varend hun straf, in plaats van uitzitten, uitwerken. Een mooie manier ook om te voorzien in het destijds schreeuwend tekort aan zeelieden op de Nederlandse koopvaardijvloot.

‘In mei 1977, een kleine twintig jaar nadat ik voor het eerst voet aan boord zette, werd ik kapitein.’ Aldus Jaap de Beer.

(Wordt vervolgd).

Foto 7: De matrozen van de Leemans (tweede van links: Jaap de Beer)


Fotobijschriften:

Foto 1 bovenaan dit artikel: Foto van een verjaardag van Jaap de Beer.

Tweede foto: Tjonger (1e stuurman), in the ship’s bar. Beginning May 1978. Cook Mateus Fortes, and engine foreman Mario Brunetti. At sea between New York and Kingston/Jamaica. (Engelse tekst is van Jaap de Beer zelf)
Derde foto:
Tjonger, op zee van Maracaibo naar Barbados, eind mei 1977. 1e Stuurman Ratko Rogulj met vrouw Milena en jongste bediende Alfonso “the Fonz” Barreto. Zomaar een party.

Vierde foto: Tjonger, tussen Houston en Oranjestad/Aruba, midden augustus 1978. Met HWTK Pierre Janssen en Wiper Adelino Teixeira.
Vijfde foto:
Als boven. Pierre was altijd aanwezig. Hij was ruin 23 jaar ouder dan ik, maar dat maakte weinig uit.

Zesde foto: Jaap de Beer over deze foto: De Leemans, het begin van mijn zeemanslooppbaan, 29/08/1958

Zevende foto: De matrozen van de Leemans: v.l.n.r. Klaas, Jaap de Beer, Jacob en Henk, met de scheepshond, Gumpie, Middelandse Zee van Sfax naar Rotterdam eind september 1958.


Marian van Andel :
Jaap de Beer was mijn buurjongen in de Breitnerstraat en de Zoon van onze Tandarts dus zeer interessant voor mij! Toen ik Tiener was en hij kwam in de "Fles" op de Gravendijkwal! Er was eens een feestje van hem in een garage in onze straat waar ik toen naar binnen ben getrokken, en ik heb toen gezoend met Fred Kenters een mooie jongen! Zo spannend allemaal! Memories!

zaterdag 22 sep 2018

Arie C. Torcque Zaanen :
Dus.... in cafe Timmer ging de "Beer" los, lekker genieten.....

vrijdag 18 mei 2018

Jim Postma :
p.s. Speciaal nog voor de kapitein Jaap de Beer-fans: Zaterdag aanstaande op 5 mei, vanaf 17.00 uur, is Jaap de Beer samen met zijn ook hier bekende vrouw Sophie, aanwezig in Tapperij Timmer.

Helemaal speciaal daarvoor overgekomen uit de VS.

Take your pick and greetings, werkelijk nog eenmalig!

maandag 30 apr 2018

Jim Postma :
In de tachtiger jaren was kapitein Jaap de Beer weer aan wal (zowel aan lager als aan hoger...@@@).

Jaap na zeer lange tijd weer ontmoet in café Timmer. Vervolgens samen rollenbollend over de Witte de Withstraat, na nog de nodige neuten in stamcafé De Schouw.

Vervolgens zwalkend als twee godmajoors in de richting van de toenmalige sociëteit aan de Westersingel. Maar op weg daar naar toe, stonden er bij shoarmatentjes en dergelijken een aantal zwarte snorren aan de deur.

Jaap, voor de dood en wie dan ook niet bang, stak zijn vinger op en schreeuwde over de hele Witte de Withstraat heen: 'TURK GO HOME!'

Wie nu - in die situatie - wie zijn bodyguard was, weet ik niet meer. Maar wij samen kwamen als 'oude kameraden in het kwaad' bijzonder veilig aan in onze sociëteit. Bulderend van de lach, toen nog wel!

maandag 30 apr 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Militairen ‘blauw ‘ op straat


Gratis ochtendkrant Metro kopte gisteren:
‘Politie zal straks ‘nee’ moeten zeggen’.
En: De werkdruk bij de politie is zo hoog,
dat het aantal overtredingen van de
Arbeidswet dit jaar zal uitkomen op 200.000.

Gevolg: Politiemensen stukken minder gemotiveerd,
te hoge werkdruk leidt tot stress, burn-outs en
aantal ziekmeldingen onder onze wethandhavers
neemt alarmerende vormen aan.

Met nu zo’n 1100 nieuwe agenten erbij en dure
langdurige opleidingen, blijft het landelijke
Nationale Politiekorps dweilen met de kraan open.

Interview met hoofdagent: ‘Wat je alleen wel ziet,
Is dat de burgers langer moeten wachten op een
aangifte die ze hebben gedaan. En ze zullen minder
blauw op straat zien?’

Nog minder blauw op straat? Nog langer wachten
voor de burgers op aangiften? Kan het nog gekker.

De misdaad, zeker de zware criminelen tieren
tegenwoordig zo welig als nooit te voren. Gelegenheid
maakt de dief. Pakkansen steeds kleiner, de
veiligheid op straat en in het verkeer nemen
intussen eveneens alarmerende vormen aan.

Waarom op korte termijn geen militairen tijdelijk
betrekken als noodagent nu de nood het hoogst is.
Wat doen militairen eigenlijk in vredestijd?
Oefenen in de kazerne, in het bos, op het strand
En waarom dus niet direct op straat en in het verkeer?

Met zeer effectieve korte opleidingen tot agent, overal
direct inzetbaar, van terrorismebestrijding tot
invallen bij zware criminelennesten.

Simpel zolang de nood het hoogst is tijdelijk
met een het wisselen van een
groen naar een ‘blauw’ uniform. Met daarbij een
besparing van honderden miljoenen euro’s.

En anders, Opstelten zei het al in alle toonaarden:
'Blauw op straat,
meer blauw op straat,
nog meer blauw op straat.’

Allemaal, allemaal, hartstikke blauw op straat!


Jim Postma.

  • Nieuw

  • Reacties