Mysterieuze ontdekking in ‘Mijn Kamp’

6968-mysterieuze-ontdekking-in-mijn-kamp

Het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 in Groesbeek heeft een bijzondere ontdekking gedaan: in de rug van drie Nederlandse edities van Adolf Hitler’s Mijn Kamp werden Duitse tekstfragmenten aangetroffen van een door de nazi’s verboden boek van de beroemde antifascistische auteur Thomas Mann. Het is nog niet duidelijk of het gaat om een stille verzetsdaad of om louter toeval.


Conservator Rense Havinga deed de ontdekking toen hij een exemplaar van Mijn Kamp binnenkreeg met een kapotte rug. Door de scheur was een strookje Duitse tekst te zien. Dat identificeerde hij als een passage uit de roman Buddenbrooks van Thomas Mann, wiens werken door de nazi’s verboden waren. Deze wonderlijke ontdekking van een stukje verboden tekst in een editie van Mijn Kamp was de start van verder onderzoek. In de collectie van het Nationaal Bevrijdingsmuseum ontdekte Havinga nog twee edities van Mijn Kamp met passages van Buddenbrooks in de rug.

Thomas Mann wordt beschouwd als een van de grootste Duitse schrijvers uit de twintigste eeuw en was een fanatiek tegenstander van het fascisme. In 1936 moest hij wegens zijn verzet tegen de nazi’s vluchten uit Duitsland. In ballingschap bracht hij in Nijmegen Das Problem der Freiheit uit. In dit kleine boekje pleit Thomas Mann gepassioneerd tegen het nationaalsocialisme en voor de sociale democratie waarin een balans tussen vrijheid en gelijkheid wordt bewaard. Van het zeldzame boekje is een exemplaar aanwezig in de collectie van het Bevrijdingsmuseum. De roman Buddenbrooks, over de ondergang van een Duitse koopmansfamilie, schreef Mann al in 1901. Toch werd ook dit boek verboden want de nationaalsocialistische censuur verbood rücksichtslos de druk en verkoop van alle boeken van Thomas Mann. Het bezitten van het boek was overigens niet verboden.

Historisch onderzoeker Hans van Goethem deed het afgelopen jaar in opdracht van het Bevrijdingsmuseum onderzoek naar de vraag hoe Buddenbrooks terecht kwam in de Mijn Kamp van het Bevrijdingsmuseum. Hij dook in het productieproces van het 51ste tot 100ste duizendtal van de 5de druk van de Nederlandstalige Mijn Kamp, want in drie exemplaren van deze oplage werden de verboden teksten aangetroffen. Het is mogelijk dat alle boeken uit deze reeks een stukje van het boek van Thomas Mann bevatten.

In de boeken zelf staat alleen de naam van de uitgever, De Amsterdamsche Keurkamer. Uit onderzoek blijkt dat ze werden gedrukt bij Drukkerij Thieme in Nijmegen en verder onderzoek toonde aan dat de boeken gebonden werden bij boekbinderij Kusters in Duivendrecht. Het oorlogsarchief van de boekbinderij bevat grote hiaten en daardoor kan er niet worden vastgesteld hoe en waarom nu juist dit boek in de kaft van Mijn Kamp belandde. Voor het lijmen van de rug van boeken werden tijdens de oorlog vaker stroken oud papier gebruikt omdat er naast papierschaarste ook een gebrek was aan karton. Het is mogelijk dat de boekbinderij met een stapel Buddenbrooks bleef zitten die door de censuur onverkoopbaar waren geworden, en simpelweg besloot de boeken te recyclen als bindmateriaal. Maar het is ook mogelijk dat het boek bewust gebruikt werd als een kleine daad van stil verzet tegen de censuur. Van Goethem zet zijn onderzoek voort maar als er geen ooggetuigen naar voren treden of ander bewijsmateriaal wordt gevonden is het waarschijnlijk dat het een mysterie zal blijven.

De betreffende boeken van Mijn Kamp worden vanaf vandaag tijdelijk voor publiek tentoongesteld in de aanwinsten-vitrine van het museum.

Locatie: Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945, Wylerbaan 4, 6561 KR Groesbeek

Bron foto's: Thomas Mann: Library of Congress. / Kaft: Archief Bevrijdingsmuseum.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties