Verdrietig kind na 65 jaar teruggevonden in Spanje

6966-verdrietig-kind-na-65-jaar-teruggevonden-in-spanje

(Door Gert van Engelen)

In de collectie van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam bevindt zich een aandoenlijke foto van een klein, doodmoe Rotterdams meisje met verwarde haren dat stijf haar poes in de armen geklemd houdt. De foto is gemaakt in Zierikzee, op een beurtschip dat eilandbewoners die de watersnoodramp hebben overleefd, veilig naar Rotterdam brengt, naar de 'Ahoy’-hallen.


Het meisje heet Willy Zwaal. Ze was pas zeven jaar toen het losgeslagen water haar, en duizenden anderen in Zuidwest-Nederland, overweldigde. Dat haar naam bekend is, van al die naamlozen die werden geëvacueerd uit het rampgebied, komt door diezelfde foto, gemaakt door de Rotterdamse fotograaf Kees Molkenboer. Het Algemeen Dagblad publiceerde de opname in de editie van vrijdag 6 februari 1953. Een abonnee uit Haarlem werd er zo door geraakt, dat hij de redactie een pakket stuurde, met daarin een geluidgevende pop en wat versnaperingen. Hij wilde onbekend blijven, maar zou de krant het geschenk alstublieft willen doorgeven aan het kind?

Foto 1: Met deze ontroerende foto, destijds gepubliceerd in het Algemeen Dagblad, leerde Nederland Willy Zwaal kennen: als het meisje dat op een evacuatieschip stevig haar poes Wuut bij zich hield. Zonder Wuut wilde ze Zierikzee niet verlaten. Foto: © Kees Molkenboer / Nederlands Fotomuseum

Een verslaggever speurde Willy Zwaal op, en vond haar en haar ouders bij grootouders, aan de Schulpweg in Charlois. Daar schuilde de Zierikzeese familie Zwaal zolang. Willy kreeg de pop aangereikt en Molkenboer drukte opnieuw af. Nu ontstond er een vrolijke foto, van een lachend meisje mét pop en kat. En ook die kwam weer in de krant.

Willy Zwaal werd zo heel even wereldberoemd – als het meisje dat per sé niet zonder haar poes het rampgebied wilde verlaten. De foto’s vertederden talrijke krantenlezers. Maar waar is zij sindsdien gebleven? Hoe is het haar vergaan, in de afgelopen decennia? Hoe kwam zij, Rotterdamse van geboorte, eigenlijk in Zierikzee terecht? Leeft zij nog?

De ramp voltrok zich dit jaar 65 jaar geleden. Op donderdag 1 februari is in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk de nationale herdenking. Ter gelegenheid daarvan dit verslag van een hernieuwde, spannende speurtocht. Terug naar de rampzalige tijd op Schouwen-Duiveland.

Website
In het begin was er alleen die ontroerende foto, bij toeval al neuzend aangetroffen op de website ‘GahetNa’ van het Nationaal Archief. Daar zijn, behalve kaarten en documenten, honderden foto’s bijeengebracht van de watersnoodramp, afkomstig uit de omvangrijke collecties van het Nederlands Fotomuseum en Spaarnestad. Tussen al die droef stemmende, soms ronduit huiveringwekkende beelden, sprong de foto van Kees Molkenboer eruit: een bleek Zierikzees kind met vermoeide ogen dat stevig haar poes vasthoudt. De nieuwsgierigheid was geboren: wie was deze toegewijde kattenliefhebster? Wat was er rondom haar gebeurd?

Haar naam stond erbij. Maar daarop gegoogeld, komen er geen nadere familiegegevens tevoorschijn. Desgevraagd mocht de Schouwen-Duivelandse gemeentearchivaris dr. Huib Uil, met het oog op wettelijke privacy-beperkingen, niet meer meedelen dan dit: dat Willy voluit Willemina heet, is geboren op 3 november 1945 in Rotterdam, en dat zij in december 1953 officieel terug verhuisde van Zierikzee naar haar geboorteplaats. En, oh ja, haar vader is chauffeur Jacob Zwaal, geboren in 1916.

Foto 2: Willy woonde met haar vader Jacob Zwaal en haar moeder Neeltje van Eijk (Jacob’s tweede vrouw) in de Nieuwe Bogerdstraat op nummer C155 (tegenwoordig: 14), in het witte pand links. Daar is nu Galerie Formula gevestigd. Foto Gert van Engelen

Intussen werd er op Schouwen-Duiveland rondgebeld, naar mensen die mogelijk verwant zijn met de familie Zwaal. Het leverde ontmoedigend weinig bruikbaars op: alleen de tip van een verwant uit Dreischor dat in Rotterdam ene Corrie Zwaal woont, een halfzus van Willy. Een halfzus, hoe dat zo?

Het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag, onderdeel van het Nationaal Archief, stuurde een kopie van de persoonskaart van Jacob Zwaal toe, Willy’s vader. Die kopie was aangevraagd omdat zo’n kaart de samenstelling van een gezin weergeeft, en allerlei verhuisbewegingen. Voorwaarde is dat het hoofd van het gezin is overleden; anders wordt er geen kopie verstrekt.

Huwelijk
De kopie toonde aan dat Jacob Zwaal, geboren 9 februari 1916, van beroep chauffeur en automonteur, twee huwelijken achter de rug heeft. Hij trouwde eerst op 7 maart 1934 met Geertruida Clasina Riesmeijer, geboren in Rotterdam op 17 juni 1915. Vijf kinderen kregen zij samen, vier dochters en een zoon, allen te Rotterdam. Het zijn, in chronologische volgorde: Cornelia (‘Corrie’; 9.5.1934), Maria (13.5.1935), Adam (13.9.1936), Elisabeth (31.12.1938) en Clasina Jacoba (30.10.1941).

Het huwelijk werd midden in de oorlog ontbonden, op 7 oktober 1943. Een jaar later hertrouwde Jacob Zwaal op 26 juli 1944 met Neeltje van Eijk, ook geboren te Rotterdam (8 mei 1923). Met Neeltje kreeg Jacob nog een zesde kind, Willemina, de gezochte Willy, die inderdaad is geboren op 3 november 1945. Volgens de persoonskaart verhuisde het gezin op 25 september 1946 naar Zierikzee, eerst naar de St. Domusstraat D 260, op 24 januari 1950 naar de Nieuwe Bogerdstraat C155 (nu: 14). Op 19 december 1953 betrokken zij een woning aan de Schulpweg 569 in Rotterdam. Het echtpaar scheidde op 25 februari 1964.

Tot zover de kale persoonsgegevens. Dat Willy een halfzus is van de vijf eerste kinderen Zwaal is hiermee uitgelegd. Maar waar is zij nu zelf?

Corrie Zwaal, telefonisch benaderd in Rotterdam, kon het niet vertellen. De reden die zij opgaf, verklaarde ook meteen waarom de speurtocht zo moeizaam verliep: het contact tussen de familieleden is volkomen verwaterd.

Nadat haar vader was hertrouwd, zagen de kinderen hem niet meer. Waarom, wisten ze destijds niet, en ook niet waarom hij Rotterdam verruilde voor Zierikzee. Corrie, 82 inmiddels en de oudste van de vijf: “Je werd als kind heel erg dom gehouden. Het was een tijd dat kinderen niets te zeggen hadden en met wie niet gesproken werd. Hij was weggegaan; dat was ’t. Er was zo weinig contact, wij gingen niet op visite, hij kwam niet bij ons. En doordat wij nooit contact hadden met m’n vader, hoorde je alleen via via iets, áls je al wat hoorde.”

Christelijk
Corrie Zwaal groeide op op Schouwen-Duiveland; en dat doet haar en haar zussen nogal verschillen van Willy.

Ter toelichting: haar grootouders van vaderskant zijn ketelmaker Adam Zwaal (Rotterdam, 26.5.1892) en Cornelia Hendrikse (Ouwerkerk, 18.2.1897). Na het desastreuze bombardement op Rotterdam, op 14 mei 1940, waren deze opa en oma hun huis kwijt. “Ze hadden alleen hun kleren nog.” Nichten en neven in Ouwerkerk zeiden tegen hen: “Kom naar Zeeland, er zijn hier nog huizen genoeg. De oorlog is hier nog niet zo erg.”

Ze vertrokken, volgens de Rotterdamse gezinskaart, op 17 augustus 1940, naar Sirjansland, met hun zeven overgebleven kinderen (de achtste stierf in 1921). Corrie ging als 6-jarig kleinkind mee naar Zeeland, “om bij te komen”: de oorlog had haar behoorlijk ontregeld. Na drie maanden keerde ze terug in Rotterdam, maar nu waren het Engelse bommenwerpers die haar angst aanjoegen. 'Het werd weer erg met mij.”

Ze vluchtte opnieuw naar Schouwen-Duiveland en zou daar tot haar 21ste blijven, tot 1955. Bijgevolg is ze “zwaar christelijk” opgevoed. “Je moest nederig zijn, onderdanig.” En dát is wat haar en haar zussen doet afwijken van Willy, de halfzus. “Ik ben een echte Rotterdamse, maar opgegroeid in Zeeland. Zij was het tegenovergestelde. Wij roken niet, wij drinken niet. Wij weten ook niet of ze getrouwd is of was, misschien was het een vrije vogel.”

Van het weinige dat Corrie over Willy hoorde, is dat ze een zangeres is geworden. “Maar ik zou niet weten waar ze woont, en eerlijk gezegd ook niet of ze nog leeft. Dus dat wordt moeilijk voor u.” De foto van haar halfzus met de poes herinnert ze zich. “Die foto is wereldberoemd geworden.” Ze sluit af met de mededeling dat haar vader Jacob 70 is geworden (overleden in 1986), en haar moeder Geertruida 92 (2007).

Oproep
Lang bleven alle naspeuringen vruchteloos. Willy Zwaal leek spoorloos verdwenen, in de schemer van de tijd.

In arren moede werd een noodgreep toegepast: een oproep in De Oud-Rotterdammer, de welbekende krant voor vijftigplussers, die gratis wordt verspreid in Rotterdam en omtrek, en die overloopt van nostalgie. Echte Rotterdammers kunnen er hun hart ophalen aan verhalen die, “aan de hand van persoonlijke herinneringen, een beeld schetsen van de stad in de vorige eeuw. Herinneringen aan gewone alledaagse belevenissen, hoogte- en dieptepunten, of het nu gaat om sport, cultuur of evenementen”, zo verwoordt de redactie haar missie.

In de oproep, begin vorig jaar geplaatst, staat dat Willy, het meisje met de poes, “naar verluidt zangeres is geworden (mogelijk zelfs in een nachtclub), en dat ze naar Duitsland is verhuisd”. Want dat was het laatste gerucht dat rondging.

Een eerste reactie is veelbelovend. Yvon de Groot, die Willy kent van de Zwaerdecroonstraat, waar Willy woonde van 1954 tot 1963, denkt “vermoedelijk” wel te kunnen helpen. Haar buurtgenote zou nu in Spanje wonen, “aan de Costa Blanca en had een café of zoiets. Ze is inderdaad zangeres”. Ze noemt de naam van een Facebook-account: Monique Edwin Benidorm.

Foto 3: Een foto die Willy Zwaal (alias Monique) de afgelopen jaren plaatste op haar Facebook-account toont haar als zangeres. (Foto: Facebook)

En dan gebeurt er iets ongelooflijks: Willy Zwaal reageert zelf. Ze schrijft in een e-mail dat ze “van familie heeft vernomen” dat deze krant naar haar op zoek is. Welnu, hier is ze. Graag wil ze weten hoe ze van dienst kan zijn.

Voordat ze iets gaat opschrijven over het leven na de watersnoodramp, stuurt ze alvast enkele knipsels toe. Wat blijkt? Het Algemeen Dagblad heeft niet alleen kort na de stormvloed die twee foto’s van haar met kat (op het schip en bij haar grootouders) gepubliceerd, maar is haar ook na vijf jaar weer op wezen zoeken, in 1958. En 25 jaar na de ramp, in 1978, is ze nóg eens in de herinnering gebracht. Zucht: soms is er echt niets nieuws onder de zon.

Stiekem
Veertig jaar later zag Willy Zwaal, terug van bezoek aan kennissen in Noord-Spanje, op een dag kans om op ons verzoek haar watersnoodbelevenissen eens op papier te zetten. Ze schrijft in haar e-mail: “Mijn ouders zijn op mijn vierde jaar naar Schouwen-Duiveland verhuisd, omdat het daar in die tijd gemakkelijker was om werk en een woning te krijgen. Veel van de familie van mijn vader woonde daar.”

De poes die zij zo krampachtig vast hield op die legendarische foto, heette Wuut. Ze was gewoon om hem “altijd stiekem mee naar bed” te nemen, zo ook natuurlijk toen de ramp zich voltrok. Het gezin woonde in de Nieuwe Bogerdstraat (door Willy en andere Zierikzeeënaars kortweg aangeduid als Nieuwweg) toen het woeste water door de straat denderde.

“Vanwege de hoogte van het water, moesten wij naar de buren vluchten. Ik verstopte de poes onder mijn pyjama. Ik heb niet veel meegekregen van de ramp. Er was veel paniek en omdat het water snel steeg, moesten we snel naar de vliering. We hebben daar twee nachten en een dag in de kou gezeten. De tweede dag zijn wij van de vliering gered met een roeiboot en een lange ladder. Daarna werden we nog ergens in een hoger liggend gedeelte opgevangen. Ze wilden toen de poes bij mij weghalen, omdat die niet mee naar binnen mocht. Ik heb later van mijn ouders gehoord dat ik toen met de poes in een schuurtje heb moeten slapen.”

De volgende dag was er plaats op een rijnaak. Willy, haar ouders en anderen zijn daarmee naar Rotterdam vervoerd. Weer betoonde Willy zich weerbarstig: ze zou dit ‘reddingsschip’ niet zonder Wuut betreden, de poes moest hoe dan ook mee. Zoals de foto die vervolgens aan boord werd gemaakt, bewijst, is het Willy gelukt Wuut mee te krijgen. Ze is moe, bleek, en aan slaap toe. Maar de poes houdt ze vastberaden in de armen geklemd. Nu ze uit Zierikzee was verjaagd door het water, koesterde ze Wuut als “het laatste persoonlijke bezit dat ze uit de overstroming had weten te redden” (AD).

Ze heeft de fotograaf, die haar, bevroren in triestheid, vastlegde, niet opgemerkt. “Ik kan me daar niet veel van herinneren”, legt ze uit. “Ik was tenslotte pas zeven jaar.”

Nationaal
De foto, die haar nationale bekendheid zou geven, stond in het AD van 6 februari 1953. Dus is deze zeer waarschijnlijk de dag ervoor gemaakt. De fotograaf was Kees Molkenboer (7 april 1907 – 1987) een volgens het Fotomuseum “rasechte Rotterdamse fotograaf”, die zijn eerste camera bij elkaar spaarde met zegeltjes van De Gruyter en De Sperwer en leerde fotograferen bij de amateurfotoclub De Maasstad.

Zijn loopbaan in notendop: in 1936 opende Molkenboer zijn eigen fotostudio aan de Mauritsweg, onder de naam International Photopress Office (IPO). Tot zijn mobilisatie in 1939 en aansluitende krijgsgevangenschap (tot 1943) hield hij zich bezig “met een breed scala aan fotografische activiteiten: van portret- tot architectuurfotografie”. Na de oorlog fotografeerde Molkenboer voor eigen rekening, voor diverse Rotterdamse kranten en periodieken, en voor het communistische dagblad De Waarheid.

Tientallen foto’s heeft Molkenboer gemaakt in de eerste dagen van de ramp. Hij was in het parkgebied in Rotterdam, in Ridderkerk, in Abbenbroek, maar ook in Zierikzee. Zijn beelden zijn genadeloos. Ze tonen indringend die mengeling van hulpeloosheid en afschuw die je bij al dat watergeweld voelt. Zijn archief, dat vooral een karakteristiek tijdsbeeld geeft van Rotterdam in de jaren van 1945 tot 1960, wordt nu beheerd door het Fotomuseum. Tot de oudst bewaard gebleven negatieven behoort een honderdtal “unieke beelden” die Molkenboer deels illegaal maakte tijdens de Hongerwinter en de bevrijding.

Sirenes
Willy Zwaal, door hem aandoenlijk vereeuwigd op die rijnaak met haar poes op schoot, mag dan als kind niet zulke scherpe herinneringen hebben aan de ramp, haar ouders kunnen haar aanvullen. In het AD vertelde haar moeder Neeltje van Eijk: “We hebben alles in Zierikzee moeten achterlaten. Het water kwam zo vlug dat het al anderhalve meter in ons benedenhuis stond, eer de sirenes gingen.

“Niet dat Willy er veel weet van heeft gehad. De volgende dag, toen we nauwelijks uit het gevaar waren gered, kwam ze drijfnat tot haar middel toe thuis, en vertelde dat ze visjes was wezen vangen. Ze heeft geen enkele keer gehuild, en als ze een ander zag huilen, riep ze: ‘Sliep uit.’ Toen ze hier aankwam bij haar grootouders (in Rotterdam), was het eerste dat ze triomfantelijk zei: ‘Kijk eens wat ik meegebracht heb’, en ze wees op de poes…”

De AD-journalist Barend Maaskant overhandigde Willy dat pakket met de sprekende pop. Volgens hem moest ze van het cadeau “blozen”, en stond ze de pop “roerloos” te aanschouwen. Vijf jaar later, toen het AD haar weer opzocht, bleek ze “eigenaardig” omgesprongen te zijn met de “prachtige, pratende pop”: het ‘mamma-ding’ had ze eruit gesloopt en de pop weggegeven.

Wuut was er toen nog wel. De poes, in Zierikzee door Willy van straat opgeraapt, was “een prachtige kater” geworden.

Wat onveranderd was, hoorde het AD, was dat Willy’s ouders onder geen beding ooit nog terug wilden naar Schouwen-Duiveland. De ramp had ze angstig gemaakt. Mevrouw Zwaal: “Ik was blij dat ik er weg was. Ik ga nooit meer terug.” Alleen ’s zomers, aan het strand, “dan wil ik er wel heen”, nuanceerde ze.

Willy heeft er ook een tik van meegekregen, vertelt ze in de e-mail. “Ik heb nog steeds een verborgen angst voor storm en hoge waterstanden. Maar overstromingen zoals toen, zullen hier niet zo gauw gebeuren, want we wonen in een land aan de Middellandse Zee.” Met haar Edwin woont ze niet in Benidorm, corrigeert ze, maar “wat hoger bij de kust vandaan”, in La Nucia.

Uit het allereerste artikel over de poes en de pop viel al op te maken hoezeer de ramp Willy’s 'jonge zieltje' raakte (AD). Haar moeder zegt daarin: “Ze heeft op een avond in Zierikzee gezegd, terwijl de vloed rees en rees: ‘Als u me maar niet wakker maakt als het water komt. Als ik in mijn slaap verdrink, is het niet zo erg.’”

***

De Willy Zwaal van tegenwoordig, ondertussen zeventiger geworden, geniet vooral. Gevraagd of ze enigszins wil schetsen waar ze zoal heeft gezongen, en hoe haar leven de afgelopen decennia is verlopen, houdt zij het kort en luchtig. Ze heeft merkbaar niet zo’n zin om gedetailleerd terug te blikken op haar loopbaan, die optredens omhelsde in verscheidene horecazaken-met levende-muziek in Rotterdam, en engagementen in Spanje, Engeland en Portugal.

Foto 5: Een foto die Willy Zwaal de afgelopen jaren plaatste op haar Facebook-account. Op deze foto staat ze met haar partner Edwin (in 2013). Foto’s Facebook

“Met mijn huidige man”, mailt ze, “ben ik in 2011 naar Spanje verhuisd. Wij hebben geen kinderen. Na een werkzaam leven, van horeca en zingen, ben ik nu met pensioen. Wij wonen niet in Benidorm, maar wat hoger bij de kust vandaan. Ik heb nog steeds een verborgen angst voor storm en hoge waterstanden. Maar een overstroming zoals toen zal hier niet zo gauw gebeuren, want we wonen in een land aan de Middellandse Zee. Verder schijnt het zonnetje hier en ik leer de taal en gewoonten. Kortom, het is prettig oud worden hier.”

Foto 6: Deze foto stuurde Willy Zwaal zelf op als illustratie. (Foto Privébezit) N.b.Een kleinere versie van deze foto is in spiegelbeeld als kopfotootje gebruikt.

Foto 4: Drie foto’s (3, 4 en 5) die Willy Zwaal (alias Monique) de afgelopen jaren plaatste op haar Facebook-account. Twee foto’s tonen haar als zangeres (in 2011 en 2015), op een andere staat ze met haar partner Edwin (in 2013). Foto’s Facebook


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Tekort aan politie


Met het dagelijkse grote gebrek

aan respectvol gezag

met de daarbij hoognodige alom

gerespecteerde gezagsdragers


Is onze stad

niet meer van ons


JP

  • Nieuw

  • Reacties