Emotioneel eerbetoon voor Zeeuwse 'Zwarte Duivel' Bram Meerman

6810-emotioneel-eerbetoon-voor-zeeuwse-zwarte-duivel-bram-meerman

(Samengesteld door Hennie van der Zouw)

Het Rotterdamse deel van het Korps Mariniers heeft afgelopen zaterdagmiddag 4 november in het centrum van Rotterdam een opvallend eerbetoon gebracht aan een onlangs overleden marinier, welke in mei 1940 samen met andere militairen de Rotterdamse bruggen probeerde te beschermen tegen de binnendringende Duitse troepen. Tijdens deze emotionele militaire ceremonie is deze zaterdagmiddag de as van 'Zwarte Duivel' Bram Meerman uitgestrooid in de Nieuwe Maas.

De in Vlissingen geboren en in Arnemuiden opgegroeide Bram Meerman was onderdeel van de 'Zwarte Duivels', een groep mariniers, die tijdens de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog de Rotterdamse bruggen probeerde te beschermen tegen de Duitsers.


Bram Meerman was in 1940 nog geen ‘echte’ marinier, maar marinier-in-opleiding. De Duitsers gaven deze mariniers, die vochten in zwarte jassen, na de strijd om Rotterdam de bijnaam 'Zwarte Duivels'. Meerman overleefde de strijd en overleed enkele maanden terug op 16 mei 2017. Hij was een van de laatste nog levende mariniers, die in Rotterdam had gevochten. Zijn familie vroeg om uitstrooiing van de as, met medewerking van het korps. Het is voor het eerst dat uitstrooiing van as van een overleden marinier op deze manier is gebeurd. De eerste voorbereidingen voor deze uitstrooiing werden zaterdagochtend al getroffen. De verstrooiing van de as vond plaats tussen 14.00 en 14.30 uur bij de Willemsbrug.

Tijdens de ceremonie werd de as van deze Vlissinger uitgestrooid over de Nieuwe Maas. Voor familie en genodigden was een ponton geplaatst in de buurt van de uitstrooiing. Het publiek kon de ceremonie volgen vanaf de Maaskade en de Boompjes.

In een onderzoeksartikel van journalist Sander Grip staat dat Meerman in 1919 geboren is in Vlissingen en dat hij opgroeide in Arnemuiden, waar zijn vader als visser op een botter werkte. Citaat uit het artikel: "Het was een bar slechte tijd, mijn vader verdiende het zout in de pap niet. Werk was er niet. Ja ik kon de zee op, net als mijn vader, maar ik werd zeeziek van het schommelen en de putlucht van die garnalen. Ik liep met mijn ziel onder mijn arm in het dorp. Toen heb ik maar gesolliciteerd bij de mariniers. Je had nog geen dienstplicht bij de mariniers, je werd beroeps. Het was een manier om van de straat te zijn."

Het was een indrukwekkende ceremonie, waarbij menig traantje is gelaten.

‘Gone But Not Forgotten’ stond geschreven op één van de vijf roeiboten van de Dutch Marines Rowing Challenge, waarin zonen Rob en Bram Meerman met de as van hun vader naar de plek voeren, waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog onder de Maasbruggen vocht tegen de Duitse invaller.

Liefst vijf dagen wist Meerman, samen met een groepje van dertig mariniers, de Duitsers de doortocht naar de noordzijde van de Maasstad te belemmeren. Zoveel weerstand had de bezetter in de invasietijd nog niet gehad. Als respect voor die dappere strijders in hun zwarte jassen en nog zwarter door het roet van de brug waar ze onder lagen, verzonnen ze de geuzennaam: ‘Die Schwarzen Teufels’, ofwel de Zwarte Duivels.

Met het overlijden van Abraham Meerman verliest Nederland zijn laatste in Nederland woonachtige Zwarte Duivel. Eén persoon uit dat groepje heldhaftige strijders is nog in leven, maar woont sinds jaar en dag in Canada. ,,met de as verstrooiing van Abraham Meerman gedenken we ook vele collega’s, die hier het leven lieten”, aldus commandant Jan Ten Hove van het Korps Mariniers in zijn speech op de kade van het Noordereiland gadegeslagen door de complete familie Meerman, vrienden en een tweehonderd tal Rotterdammers, waarvan sommigen het niet droog hielden.

Na de woorden van Jan Ten Hove, commandant van het Korps Mariniers in de Rotterdamse van Ghent Kazerne en het indrukwekkende trompetgeschal van ‘The Last Post’, opent Bram Meerman junior de koker met de as van zijn vader en strooit het uit in de Nieuwe Maas. Broer Rob gooit de steen met het crematienummer er achteraan. Als ook een rozenkrans in het koude water drijft en groenwit Bengaals vuurwerk vanaf de Willemsbrug te zien is, roeit het gezelschap terug naar de noordkade. ,,Kippenvel. Echt kippenvel,” aldus de geëmotioneerde broers Meerman na afloop van de ceremonie. ,,Als onze vader dit geweten had, dan zou hij apetrots zijn.”

Bronnen: RTV Rijnmond / Omroep Zeeland / Algemeen Dagblad.
Foto's: Screenshots van filmpjes die op Youtube te vinden zijn.

Zie ook:
https://www.ad.nl/rotterdam/vaarwel-moedige-zwarte-duivel~a5bfa213/
http://www.rijnmond.nl/nieuws/161100/Hoe-groentje-Bram-Meerman-een-zwarte-duivel-werd
http://www.rijnmond.nl/nieuws/161037/Eerbetoon-in-Rotterdam-voor-zwarte-duivel-Bram-Meerman
http://www.marsethistoria.nl/394-de-zwarte-duivels-van-rotterdam


Jim Postma :
Zelf heb ik een grote bewondering voor het Korps Mariniers. Mocht twee keer met hen mee naar Noorwegen (poolcirkel) voor 'Koudweer-oefeningen'. Nou dat heb ik geweten, rillend van de kou en met zware bepakking op je schouders, alleen maar om een sfeervolle reportage te maken voor het toenmalige Het Vrije Volk.
Vaak heb ook ik terug gedacht naar 'de helden destijds op de Willemsbrug'. Alleen was die, net zoals ons hele land, niet meer te verdedigen tegen de absolute nazi-terreur. Schandalig achteraf van onze toenmalige defensiestaf. En was ons centrum waarschijnlijk niet weg gebombardeerd. Moraal van dit hele verhaal: Ook nu, anno 2017, is Nederland en Rotterdam niet te verdedigen tegenover bijvoorbeeld de Russen. Dacht altijd dat je van de geschiedenis kan leren...@@@

vrijdag 10 nov 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties