Rotterdammer Gustav Flatow is in Berlijn allerminst vergeten

6783-rotterdammer-gustav-flatow-is-in-berlijn-allerminst-vergeten

(Door Gert van Engelen)

In Rotterdam, waar hij op vlucht voor de nazi’s jarenlang woonde, is de joodse Olympisch kampioen Gustav Felix Flatow zo goed als vergeten. Maar in zijn oorspronkelijke woonplaats Berlijn blijft volop aandacht bestaan voor de sportheld die Gustav was, samen met zijn neef Alfred. Foto: Een persoonsfoto van Gustav Flatow, zijn jodenster dragend. (Foto © Sportwebsite ‘Flatbushfalcons’)

Er is een straat naar hen genoemd, de Flatow Allee, en op een sporthal prijkt hun familienaam. En tijdens een expositie over Hitlers Olympische Spelen in 1936, wijdde het Sportmuseum, dat is gevestigd náást het Olympisch Station, enkele jaren terug een compleet paneel aan Flatow, met enkele nieuwe details over zijn Rotterdamse periode.


De neven worden, met andere woorden, in Berlijn nog onverflauwd in de herinnering gehouden. Een bericht uit Berlijn.

Foto 1: Als eerbetoon werd de voormalige Reichssportfeldstrasse in de jaren negentig omgedoopt tot Flatowallee. (Foto © Gert van Engelen)

De tentoonstelling toonde indertijd honderd zeldzame en onbekende foto’s, gemaakt tijdens Hitlers Olympische Spelen van 1936. Uit angst voor de oprukkende nazi’s had Gustav Flatow, wiens voornamen abusievelijk dikwijls worden omgekeerd, Berlijn toen al verlaten, in 1933. Maar naar eerst nu blijkt, is hij voor en tijdens die omstreden Spelen toch even teruggeweest in Berlijn: het organiserend comité had de voormalige Olympisch kampioen als eregast uitgenodigd, ondanks zijn joodse afkomst. Op de expositie was de envelop met de uitnodiging te zien, met als adres Burgemeester Meineszlaan 34a in Rotterdam.

Zijn Olympische status heeft Gustav Flatow verder volstrekt niet geholpen: in 1945 werd hij ijskoud uitgehongerd in het Tsjechische concentratiekamp Theresienstadt.

Foto 2: Op de gevel van zijn voormalige woning in Berlijn is een herinneringsplaquette aangebracht. (Foto © Gert van Engelen)

Neef
Wie was deze Rotterdammer?
Gustav Felix Flatow is op 7 januari 1875 geboren in Berent, in het toenmalige West-Pruisen. In 1892 verhuisde hij naar Berlijn, waar hij zich ontwikkelde tot een talentvol turner. Vier jaar later, in 1896, nam hij samen met zijn neef Alfred deel aan de eerste moderne Olympische Spelen, in Athene. In tegenstelling tot Alfred won hij er geen medaille op individuele onderdelen. Maar als lid van het Duitse team wist hij juist tweemaal goud te veroveren, op de onderdelen rekstok en brug met gelijke leggers.

In 1900 vertegenwoordigde hij Duitsland opnieuw, tijdens de Zomerspelen van Parijs. Dit keer behaalde hij geen enkele medaille. Gustav Flatow nam afscheid van het turnen, en ging zich concentreren op zijn textielbedrijf dat hij in 1899 had opgericht. In 1914 betrok hij een woning aan de Schlüterstrasse 49 in de vrij voorname wijk Charlottenburg. Hij zou er blijven wonen tot 1933, het jaar waarin Hitler de macht greep en de joden opgejaagd, achtervolgd en verdreven gingen worden. De systematische vernietiging van joden begon zich aan te kondigen.

Foto 3: In de Berlijnse wijk Kreuzberg, aan de Schlesische Strasse, staat tegenwoordig een sporthal vernoemd naar Flatow. (Foto © Gert van Engelen)

Samen met zijn tien jaar jongere echtgenote Margarete Lamm (Berlijn, 19.3.1885) vluchtte Flatow naar Nederland, naar Rotterdam. Daar voegden hun dochter Anni Amalie Beatrice (Berlijn, 3.12.1908) en hun zoon Siegbert Stefan (Charlottenburg, 6.10.1916) zich bij hen, zij vanuit Den Haag, hij vanuit Utrecht. Volgens de gezinskaart in het Rotterdamse Stadsarchief woonde het gezin eerst, vanaf 14.9.1933, op de Stationsweg 10b, vanaf 3.10.1934 in de Rochussenstraat 207, vanaf 20.10.1934 in de Burg. Meinesszlaan 34a en ten slotte vanaf 25.12.1938 op de Statensingel 161.

Van Gustav is genoteerd dat hij in Rotterdam als modelmaker in de confectiefabriek A. Brandel aan de Oostzeedijk 224 werkte, zijn zoon als volontair. Maar hoe zij zich verder in leven hielden, en hoe hun Rotterdamse jaren verliepen, is via de schaarse openbare bronnen, zoals sportdocumentatie en -websites, niet te achterhalen.

Bekend is wel dat ook Alfred Flatow (Danzig, 3.10.1869), de neef, zich in Nederland bevond. Alfred was in 1933 ‘vrijwillig’ afgetreden als turnleraar van de Berlijnse turnvereniging, nadat de voorzitter hem daartoe schriftelijk had aangespoord, meldt www.sportgeschiedenis.nl. Hij hield het nog tot 1938 uit in het vijandige Duitsland, daarna emigreerde ook hij naar Nederland.

Foto 4: De envelop die naar Rotterdam werd gestuurd, met de uitnodiging aan Flatow om aanwezig te zijn bij de Hitlers Olympische Spelen in 1936. (Foto © Sportmuseum Berlijn)

Ondergedoken
Over het gezin van Gustav Flatow is als volgende officiële feit slechts te vinden dat zij tijdens de oorlog onderdoken in Driebergen, mogelijk al in 1940. Op oudejaarsdag 1943 werd de familie gearresteerd, vervolgens opgesloten in het Drentse doorgangskamp Westerbork, en ten slotte volgde op 26 februari 1944 deportatie naar het concentratiekamp Theresienstadt. Hier was twee jaar eerder zijn neef Alfred al gestorven, op 28 december 1942, 73 jaar oud. Gustav Flatow zelf stierf op 29 januari 1945, volledig uitgehongerd, twintig kilo lichter, als 70-jarige.

Foto 5: Een familiefoto uit 1936, toen Gustav Flatow even Berlijn bezocht. V.l.n.r.: dr. Leo Flatow (Gustavs broer), Gustav Flatow zelf, Hans Flatow (Leo's zoon) met diens zoon Peter op de armen, twee ongenoemd gebleven vrouwen en ten slotte Hans Flatows vrouw. (Foto © Sportmuseum Berlijn)

Zijn dochter Anni was op 15 mei 1944 overleden, in Nederland nog. Zijn vrouw Margarete en zoon Stefan wisten het verschrikkingsoord te overleven en keerden na de oorlog terug naar Rotterdam. Tot zover de openbare gegevens.

Op de tentoonstelling in Berlijn werden aanvullende details bekendgemaakt – gegevens die voor dit terugblikkende verhaal hier voor het eerst worden geopenbaard.

De expositie had als kapstok dat 75 jaar geleden de Olympische Spelen van 1936 plaatshadden. Op diverse panelen werden tientallen nauwelijks bekende foto’s getoond, toegelicht op tekstbordjes. Voor Gustav Flatow, in Rotterdam verdwenen in de vergetelheid, was een apart paneel ingericht. Daarop was een bijzondere privé-foto te zien met drie mannen en drie vrouwen, onder wie Gustav, als tweede van links. De foto is gemaakt op de Kaiserdamm in Berlijn in 1936, op de achtergrond zijn feestelijke vlaggemasten te zien.

Uit de begeleidende tekst viel een opzienbarend feit op te maken: Gustav Flatow is vanuit Rotterdam op familiebezoek geweest in Berlijn. Hitler gebruikte de Olympische Spelen als propagandashow, het opdrijven van joden werd tijdelijk stilgelegd – voor de bühne. Flatow heeft dit “oppervlakkige moment van vrede”, zoals het paneel het omschrijft, gebruikt om naar Berlijn te gaan, deels om zakelijke, deels om persoonlijke redenen.

Terwijl hij bij zijn broer dr. Leo Flatow logeerde kreeg hij als voormalige Olympische winnaar een uitnodiging van het Olympisch Comité aanwezig te zijn bij de Spelen. De invitatie werd tweevoudig verstuurd: naar zijn Rotterdamse adres (de B. Meineszlaan 34a), en naar (“p/a”) de Berlijnse Knesebeckstrasse 86/87, waarschijnlijk het adres van zijn broer Leo.

Foto 6a samen met de hieronder staande foto: De Rotterdamse gezinskaart, voor- en achterzijde, van het gezin Flatow. (Foto © Stadsarchief Rotterdam)

Eregast
Nadrukkelijk was de envelop, afgebeeld op het paneel, gericht aan de “Olympiasieger Athen 1896”. Gustav Flatow werd dus verwelkomd als eregast, omdat hij een sportheld was. Zijn joodse afkomst werd voor de gelegenheid even genegeerd. Toch zou dit blijven opspelen. Het tekstbord deelt mee dat Gustav inderdaad de uitnodiging “één keer” heeft gebruikt om het Olympisch Stadion te bezoeken, zijn broer Leo mee naar binnen smokkelend. Op 29 juli mochten de overlevende Olympische veteranen van 1896 een kop koffie komen drinken bij mevrouw Gebhardt, de weduwe van de Olympische organisator Willibald Gebhardt.

Het Berlijnse tijdschrift Die Woche publiceerde een groot verhaal over deze reünie van oud-Olympische helden, maar de aanwezigheid van de joodse Alfred en Gustav Flatow werd verzwegen.

Stefan Flatow, die in Rotterdam een bedrijf in tabakswaren had, is overleden (zo ook zijn moeder). Op het paneel staat dat de getoonde documenten uit zijn nalatenschap komen. Het telefoonboek van Rotterdam meldt geen Flatows (meer), al is via de website sportgeschiedenis.nl is te achterhalen dat hij dochters heeft. Of die nog in Nederland wonen, is niet traceerbaar. Het Sportmuseum is destijds gevraagd contact te leggen met eventuele nabestaanden, maar heeft op dat verzoek nooit gereageerd.

Foto 6b samen met de hierboven staande foto: De Rotterdamse gezinskaart, voor- en achterzijde, van het gezin Flatow. (Foto © Stadsarchief Rotterdam)

Eerbewijzen

In Rotterdam is Gustav Flatow opgelost in de mist van de geschiedenis. In Berlijn wordt hij voortdurend in de aandacht gehouden. Zo is bij zijn woning in Charlottenburg een plaquette op de muur geschroefd. In 1996 gaf de Deutsche Post bij het 100-jarig bestaan van de moderne Olympische Spelen een serie postzegels uit, met onder andere één zegel waarop Gustav en zijn neef staan afgebeeld. Een jaar later, in 1997, is een opgaande straat naar het Olympisch Stadion omgedoopt van Reichssportfeldstrasse in Flatowallee. En in de Oost-Berlijnse wijk Kreuzberg staat een grote Flatow-Sporthalle.

Al die eerbewijzen zijn te danken aan de Oost-Duitse journalist Volker Kluge, beweert Ruud Slierings op de website ‘Sportgeschiedenis.nl’. Deze sporthistoricus ontdekte in 1986 dat Gustav Flatow in Theresienstadt begraven is; hij vond er zijn urn. Dat was opmerkelijk, want lang was Flatows lot ongewis gebleven. Toen Kluge, toch op bezoek bij Fanny Blankers-Koen, zoon Stefan in Rotterdam opzocht om hem te interviewen, sloeg Siegbert Stefan de deur in Kluge’s gezicht dicht. Hij wilde niets met Duitsers te maken hebben. Maar later is Siegbert Flatow alsnog met Kluge naar Theresienstadt gegaan.

Foto 7: Een persoonsfoto van Gustav Flatow, zijn jodenster dragend. (Foto © Sportwebsite ‘Flatbushfalcons’)

De familie Flatow wordt “sindsdien gerehabiliteerd”, schrijft de website. Stefan kreeg het Bundesverdienstkreuz, zijn vader en diens neef worden nu geregeld geëerd. Maar cynisch is deze verlate rehabilitatie wel. Want, zoals op het paneel met grote letters enigszins verontwaardigd viel te lezen: in 1936 werd Gustav Flatow nog als Olympisch kampioen.





Auteur: Gert van Engelen.

Hans Roodenburg :
En indrukwekkend researchverhaal van Gert. Zo hoort het! Jammer dat de naam Flatow niet meer in Rotterdam is terug te vinden. Zelfs geen straat naar hem vernoemd.

dinsdag 24 okt 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over: