Met punten en strepen de wereld rondvaren

6613-met-punten-en-strepen-de-wereld-rondvaren

(Door Piet van Dijk)

Gastauteur Piet van Dijk woont vlakbij de ingang van de Nieuwe Waterweg in Hoek van Holland. Hij is secretaris van de club van scheepvaart liefhebbers in Rotterdam, World Ship Society Rotterdam. Hem hebben we gevraagd een verhaal te maken over een uitgestorven functie die hij in zijn jonge jaren heeft bekleed.

Je kunt het je haast niet meer voorstellen, maar nog geen generatie terug was contact met een schip op zee vrijwel alleen mogelijk via morsecodes. Dichtbij land en havens had je VHF, de telefonie op korte afstand, zeg maar tot aan de horizon zo ongeveer.


Het beroep van radiotelegrafist ontstond toen wereldwijd een noodfrequentie op de radio (500 kHz) werd ingesteld om schepen in nood in de gelegenheid te stellen hulp in te roepen van andere schepen of hulpverleners aan de wal. Grootste aanleiding daartoe was de ramp met de TITANIC in 1912, waar hulp voor honderden opvarenden te laat kwam.

De telegrafist, ook wel marconist genaamd, naar Marconi, de uitvinder van de draadloze radiotelegrafie, was in principe aan boord om de noodfrequentie te beluisteren en eventueel zelf in een noodsituatie contact te leggen. Hij werd ook wel sparks genoemd, naar de eerste vonkenzenders, of marco. Vandaar dat mijn zoon Marco heet.

Per 1 januari 1999 werd het beroep officieel opgeheven toen het maritieme nood- en veiligheidssysteem GMDSS officieel van kracht werd en via satellietcommunicatie veel sneller en efficiënter hulp verleend kon worden.

Maar verder op zee of de oceaan ging contact maken niet zo gemakkelijk. Sinds de wereldbol omgeven wordt door satellieten is elk schip in principe bereikbaar, dag en nacht. Per telefoon of internet, net wat je wilt.

De navigatie loopt ook via die satellieten met uiterst nauwkeurige posities op elk moment van de dag. Het zonnetje schieten met een sextant rond het middaguur is allang achterhaald. Leren ze het nog op de zeevaartschool?

Toen ik een halve eeuw geleden afgekeurd werd op mijn ogen om mijn droombaan als stuurman te gaan vervullen, stortte mijn wereld in. Wat moest ik nu? De machinekamer was helemaal niets voor mij, al dat gesleutel in de ‘vetput’ lag mij niet.

En telegrafist dan? Dat gepiep van punten en strepen leek mij om helemaal gestoord van te worden. Als jonge jongen was ik eens met een vrachtschip mee geweest en ik was na vijf minuten de radiohut weer uit gevlucht.

Bij de keuring voor militaire dienst (in mijn tijd bestond er nog dienstplicht), kreeg je een morse-test met de letters T, N en I, herinner ik me. In morsetaal: een streep/ een streep en punt/ en twee punten. De een na de ander raakte het spoor snel bijster en verliet de zaal, alleen wilde ik de test zo goed mogelijk doen.

Uiteindelijk kreeg ik er lol in en ik redde het tot het laatst. Ik werd goedgekeurd. Mocht ik in het leger terechtkomen, zou dat de verbindingsdienst geweest kunnen zijn.

Omdat ik wilde varen schreef ik me in bij Radio-Holland aan de Sluisjesdijk (Eekhoutstraat) in Rotterdam. Nog geen 2 km van mijn ouderlijk huis. Radio-Holland, in 2016 vierde het bedrijf haar eeuwfeest, had eigen opleidingsscholen in Rotterdam en in Amsterdam. Het bedrijf bestaat nog steeds en is een grote leverancier van producten die erg veel met de communicatie en navigatie in de scheepvaart te maken heeft.

Op de zeevaartscholen kon je de opleiding tot radiotelegrafist ook volgen, al kwam je na het examen over het algemeen toch bij Radio-Holland terecht.

Het bedrijf leverde niet alleen radiozenders en -ontvangers, radars en nog meer navigatieapparatuur, ze waren tevens werkgever van bijna alle telegrafisten voor de Nederlandse koopvaardijvloot.

Alleen de sleepdienst van Wijsmüller uit IJmuiden en de veerdienst Hoek van Holland naar Harwich en terug hadden eigen telegrafisten in dienst.

De belangrijkste vakken in de opleiding waren natuurlijk ‘seinen en opnemen’, naast radiotechniek. Eindeloos werd geoefend om het juiste ritme en de lengte van de punten en de strepen onder de knie te krijgen.

Een streep is driemaal zo lang als een punt en de tussenruimte tussen de tekens heeft ook de lengte van een punt. De leraar seinen stond met een stok op tafel te slaan om het juiste ritme te houden. Het morsealfabet werd er dus letterlijk ingeslagen.

Om te controleren of je de slag te pakken had moest je een oefening doen, waarbij de seinsleutel aangesloten stond op een printer, die op tape de tekens in inkt vastlegde. Rollen tape gingen erdoor. En de leraar controleerde met een liniaal erbij of alle punten en strepen wel gelijk waren.

Ook het opnemen, het luisteren naar morsetaal was een vak apart. Eerst langzaam en steeds sneller moest je kunnen volgen wat er ‘gezegd’ werd. En als je eenmaal de taal verstond, dan kreeg je op de koptelefoon meerdere zenders door elkaar heen te horen. Allemaal piepjes, waarvan jij dan de juiste eruit moest filteren. In de praktijk was het niet anders.

Dat seinen en opnemen is als een soort moedertaal in m’n hoofd vastgelegd, die sla je er niet meer uit. Alleen de snelheid, door gebrek aan oefening is wat teruggelopen, al kan ik, ook na 45 jaar het gepiep nog steeds volgen. Want de piepjes bestaan nog altijd, bijvoorbeeld van bakens voor de luchtvaart, die nog steeds gebruik maakt van de taal van Samuel Morse.

Marco Van Dijk :
Leuk verhaal. Je zoon gebruikt in zijn werk ook nog steeds morsecode alleen wordt het voor ons 'vertaald' door een computer. Ik heb op mijn vliegopleiding zelfs nog examen moeten doen in het morsecode alfabet.

maandag 17 jul 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties