Een ketelbinkie in krantenland (28)

6165-een-ketelbinkie-in-krantenland-28

De paden op, de lanen in......

In 1957 toen het liedje ,,De paden op, de lanen in”werd geschreven noemden de auteurs het nog een ,,Marslied”. Het ging verder met de tekst:

Vooruit, met flinken pas,

Met stralend oog en blijden zin,

En goed gevulde tas.

De zonne lacht ons vrolijk toe,

Ons groet der vooglen zang,

En wij, wij worden vast niet moe,

Al wand'len we uren lang....

Het tekent de sfeer in de jaren vijftig in Nederland. Er is vooruitgang, goed geluimd marcheren we de natuur in. Er is weer voldoende te eten, de wederopbouw is overal. Nadat wij in 1946 van Delfzijl naar vier hoog in de Amsterdamse Bos-en Lommerbuurt waren verhuisd, vertrokken we eind 1950 weer naar vier hoog in de Rotterdamse Vlaggemanstraat. Mijn grootouders haalden mijn broer en mij op om even te logeren in Tuindorp Vreewijk op Zuid. Toen we in de tram door het nog grotendeels kale centrum van Rotterdam reden vroeg mijn opa aan mij:,, Wat vind je van Rotterdam?” Mijn antwoord veroorzaakte grote hilariteit in de familie. Ik zei iets in de richting van:,, Pracht stad. Je kunt hier ook in het centrum overal voetballen.”

In Amsterdam was ik op de kleuterschook hevig verliefd geworden op de leidster Juffrouw Dubois. Toen mijn moeder na enkele weken informeerde hoe het met mij ging zei zij:,, Ik weet het niet. Hij heeft nog niets tegen mij gezegd, maar hij kijkt mij steeds maar strak aan.” Ik volgde haar een keer naar huis en zag dat zij innig werd gekust door een andere man. Mijn verdriet was groot.

In Amsterdam leerde ik op de lagere school al snel lezen en schrijven. We hadden een onderwijzeres voor twee klassen. Zij stond in de open deur tussen de twee klaslokalen en bracht zeer effectief de kunst van het lezen en schrijven aan zo'n zestig leerlingen bij.

Ik vond het prachtig. En ik had ik de boekjes van onder meer Ot en Sien al uit terwijl de rest van de klas nog maar halverwege was. Mijn ouders werden wel eens een beetje gek van mij omdat ik ook alle teksten op winkels en zo luidkeels kon opnoemen.

In Rotterdam stuurden onze ouders ons naar een -in die tijd – progressieve Dalton school.

Dat betekende dat je naast de normale lessen ook elke week een zogenaamde “taak”kreeg die je aan het einde van de week moest hebben afgemaakt. Daar was ik niet zo goed in. Meestal stelde ik dat uit tot bijna het einde van de week waardoor ik ook in tijdsproblemen raakte. Maar misschien was dat later achteraf een goede training voor toen ik als leerling-verslaggever razend snel kopij moest doorbellen aan een stenotypiste op de krant.

Niettemin ben ik elk jaar – soms op het nippertje – overgegaan naar de volgende klas. Die lagere school, prinses Margriet in de wijk Blijdorp, doorliep ik verder zonder problemen uitgezonderd

een fors conflict in het begin van de zesde en laatste klas met het hoofd der school. Bij het vak handenarbeid had ik van karton een soort kasteel geknutseld en dat bij het begin van de grote vakantie aan het hoofd der school overhandigd met de vraag dit te bewaren zodat ik het na de vakantie kon voltooien. Na de vakantie deelde hij me kortaf mee dat hij, omdat het “zo slordig” was, hij het had weggegooid. Ik was razend. Een vriend van me had toevallig net voor zijn verjaardag een luchtdrukpistool gekregen. Met dat pistool verschool ik mij na schooltijd in de bosjes en toen het hoofd der school zijn fiets besteeg schoot ik hem een pluimpje in zijn achterste. Helaas droeg ik een fel blauwe trui en werd dus herkend. Die avond probeerde hij al mijn ouders te bellen, maar die waren er niet. Ik logeerde bij mijn grootouders.

De volgende ochtend werd ik bij binnenkomst direct weggestuurd met de mededeling dat mijn vader zo snel mogelijk contact moest opnemen. Ik vertelde mijn opa wat er was gebeurd. Hij sprak de wijze woorden:,,Ik begrijp je woede maar dat is nog geen reden om op iemand te schieten.” Hij pakte de telefoon en belde de school. Hij zei:,, U spreekt met de opa van Geert-Jan. Zijn ouders zitten in het buitenland, maar ik zou om te beginnen mijn zeer gemeende excuses willen maken voor wat hij heeft gedaan. Hij komt nu direct weer naar school. En zoals u zult zien heeft hij zijn straf gehad.” Hij legde de hoorn op de haak en keek mij een beetje ondeugend aan: ,,Geert-Jan, als je straks over het schoolpad terug naar school loopt wil je dan een beetje kreupel lopen. Alsof je een geweldige schop onder je achterste hebt gekregen.”Het werkte voortreffelijk. Tot vermaak van mijn medeleerlingen hield ik het nog een paar dagen vol.De meeste van mijn schoolvrienden gingen naar de HBS of het Gymnasium. Daar was ik volgens het schoolhoofd absoluut niet geschikt voor. Het werd de Vlaggeman ULO bij de ingang van diergaarde Blijdorp. Daar staat nu het Wolfert van Borsselen scholencomplex. De paden op, de laan weer uit.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

All in the family

Als je heel toevallig
In hetzelfde nest
geboren bent

Wat is toevallig?

Wil nog niet zeggen
dat je broers en
zussen hebt.


Jim Postma

  • Nieuw

  • Reacties