Meer dan 100.000 werkers in haven

7667-meer-dan-100-000-werkers-in-haven

Rotterdamse haven bestendigt positie als banen-groeimotor van de economie

Het Rotterdamse havengebied blijft een magneet voor werkgelegenheid en economische groei in Nederland. De zeehaven-gerelateerde directe werkgelegenheid in de regio Rotterdam-Rijnmond bedroeg 101.443 werkzame personen in 2017, het hoogste niveau sinds 2002. Gecombineerd met de hoeveelheid indirecte werkgelegenheid, zijn er 183.675 personen werkzaam in deze regio. Dat is 2,0% van alle werkzame personen in Nederland. Tezamen produceren zij € 22,8 miljard (was € 22,5 miljard) aan toegevoegde waarde, ofwel 3,1% van het bruto binnenlands product.


Dat blijkt uit de Havenmonitor – De economische betekenis van Nederlandse zeehavens 2002-2017 die is opgesteld door Erasmus Centre for Urban, Port and Transport Economics in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

“Deze havenmonitor toont opnieuw aan hoe belangrijk mainport Rotterdam is als banenmotor voor de Nederlandse economie”, zegt Allard Castelein, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam. “Ik ben ervan overtuigd dat de economische betekenis van de Rotterdamse haven voor de BV Nederland in werkelijkheid nog groter is”.

Lees de volledige Havenmonitor

De havenmonitor meet elk jaar de directe werkgelegenheid en toegevoegde waarde van alle zeehavens in Nederland inclusief zogeheten achterwaartse indirecte effecten. Met achterwaartse effecten wordt bedoeld de toegevoegde waarde die het gevolg is van inkoop door bedrijven vanuit de haven elders in de Nederlandse economie.

Havenbedrijf Rotterdam laat een aanvullende studie uitvoeren naar de voorwaartse indirecte effecten van de Rotterdamse haven op basis van CBS-gegevens over internationale handel. Met voorwaartse indirecte effecten wordt bedoeld dat tevens rekening wordt gehouden welke economische activiteiten er mogelijk worden gemaakt in Nederland door de aanwezigheid van de Rotterdamse haven, zoals wederuitvoer via logistiek en distributie. Het Havenbedrijf verwacht de resultaten van deze aanvullende studie nog dit jaar te kunnen publiceren.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties