Land- en tuinbouw bij Rotterdam is ook groots

6678-land-en-tuinbouw-bij-rotterdam-is-ook-groots (Door Hans Roodenburg)
Met alle bebouwingen in- en nabij Rotterdam wordt vaak vergeten dat de regio tot en met Zeeland een van de grootste land- en tuinbouwgebieden van ons land is. Dat uit zich in de grootste veiling van ons land in agrarische producten, The Greenery in Barendrecht. Verderop in Naaldwijk is er de grote bloemenveiling met uiteraard het Westland – ‘de glazen stad’ - als brongebied.


De teelt van groenten in de open grond neemt steeds meer land- en tuinbouwgrond (buiten de kassen) in beslag. Per 1 april 2017 werd op bijna 87.000 hectare in ons land groenten geteeld, 13 procent méér dan in 2006. Onder glas wordt de trostomaat het meest geteeld als groente. Dat blijkt uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

De teelt in de kassen is een aparte sector. Na de trostomaat volgen andere tomaten, paprika’s, kom-kommers en aardbeien in de kas of onder plastictunnels. De Nederlandse glastuinbouw heeft een grote naam.

Hoewel het areaal op de ‘koude grond’ minder is dan in Spanje en Italië is de opbrengst per hectare in ons land het hoogst. Spanje produceert in Europa weliswaar meer tomaten, paprika’s en komkommers dan in onze kassen.

Onder glas worden de meeste trostomaten geteeld. (Bron: GNU-FDL)

Dat heeft ook alles met het klimaat te maken. Hoe kouder hier, hoe minder het groeit. Daarom is er in Nederland vaak bijstook met aardgas (circa 10 procent van het totaal verbruik in ons land). Met klimaat-maatregelen en het terugschroeven van de gasbellen (in o.a. Groningen) zal het aardgasverbruik in de toekomst alleen maar minder worden. Maar je weet het nooit of alternatieven worden gevonden. Zo zijn er al mogelijkheden om van de petrochemische industrieën in Rotterdam pijpleidingen aan te leggen voor vrijkomende warmte naar kasgebieden.

In Nederland wordt op 4400 hectare onder glas groenten verbouwd. Het Westland, Lansingerland en Hendrik-Ido-Ambacht zijn de gemeenten met de meeste kassen. De overige bedrijven in de glastuin-bouw zijn onder andere actief in de bloemkwekerij, de boomkwekerij en de fruitteelt.

Iedereen in ons land en daarbuiten kan niet meer om The Greenery heen. Boeren, tuinders, groothande-laren, supermarktketens, verwerkende industrie en cateraars vinden in Barendrecht de plek om in groen-ten en fruit te handelen of af te nemen. Tot ver over de grenzen is The Greenery bekend. Nederland is een van de grootste exporteurs ter wereld van groenten, fruit, bloemen en planten.

Van de koude grond komen in ons land veel uien die onder de groenten vallen.

Wat betreft de groenten op de opengrond (buiten de kassen) scoort de ui het meest. Bijna 35.000 hecta-re is hiermee bebouwd. Dat is circa 40 procent van het totale areaal aan vollegrondgroenten. Dat is sinds 2006 42 procent toegenomen.

En aardappelen dan? vragen zich de onwetenden over de landbouw af. Aardappelen behoren gek ge-noeg niet tot de vollegrondgroenten, maar behoren tot de zetmeelproducten. Het totale areaal aan aardappelen is 175.000 hectare waarvan 85.000 hectare voor consumptie, 50.000 voor zetmeel (vooral in het noordoosten van ons land) en 40.000 hectare aan pootgoed. De consumptieaardappelen worden voor driekwart in Nederland op kleigrond geteeld. De Hoekse Waard nabij Rotterdam is een bekend ge-bied. Zeker ook voor spruiten van de ‘koude grond’.

Wat velen niet weten is dat ver na de uien winterpeen als vollegrondgroente op de tweede plaats komt. Bijna een zesde van het areaal aan uien in ons land. Van spinazie wordt veelal gedacht dat die merendeels uit de kassen komen. Ze komt echter ook van de vollegrond (ruim 2000 hectare), hoewel in verhouding tot de aardappelen en de uien heel weinig. Van de groene groenten neemt het areaal aan doperwten al vele jaren af.

Foto bovenaan: van The Greenery in Barendrecht komen in heel Europa vrachtauto’s aan met veilingproducten.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties