Het verband tussen rente en inflatie

5656-het-verband-tussen-rente-en-inflatie (Door Hans Roodenburg)
Vele mensen klagen over de lage spaarrente die zij krijgen op dit moment op hun vrij opneembare spaarrekeningen. Echter zij vergeten dat ook de inflatie – hogere prijzen in het algemeen – op een dieptepunt staat. Lage inflatie is voor vrijwel iedereen goed.

Om een voorbeeld te geven, bij banken krijg je voor je vrij opneembare spaargeld op het ogenblik hooguit 1,35 procent. De inflatie is op het ogenblik niet meer dan 1 tot 1,5 procent. Dus door die lage rente gaat men er in het spaargeld niet op vooruit in koopkracht.

Overigens moet wel worden beseft dat degenen die hun geld vastleggen voor langere termijn sparen, bij meer dan tien jaar (rente: ruim 2 procent) of zij die wat meer risico durven te nemen door een deel (?) van hun geld te beleggen er wel wat aan overhouden. Er zijn ook genoeg beleggers in aandelenfondsen die jaarlijks gemiddeld minstens 5 procent maken. De meeste jaren is het rendement van lange-termijnbeleggers hoger dan de spaarrente, soms gaat men erop achteruit.

Probleem
Een probleem voor personen, die boven de algemene vrijstellingen van 21.134 euro (in 2014) zitten in box 3 van ons belastingstelsel, is dat zij doorgaans 1,2 procent extra belasting betalen. Als je alleen spaargeld hebt en je zit boven de vrijstellingsgrens dan is dat zuur want dat betekent in feite dat je jaarlijks wat inlevert. Vooral in beleggingen gaat men er nog op vooruit in koopkracht. Bij termijn-sparen hangt het van de rente, de vrijstellingen en de ontwikkelingen daarin af.

Als je alleen spaargeld hebt en je zit boven de vrijstellingsgrens dan is dat zuur want dat betekent in feite dat je jaarlijks wat inlevert.Voorts is er een verband tussen inflatie en hypotheekrente. Als men de laatste voor 10 jaar vastlegt dan betaalt men over die periode thans tussen de 2 en 3 procent, afhankelijk van de aanbieder. Mensen roepen, niet verder kijkend dan hun neus lang is, ‘maak mij het uit, ik heb hoe dan ook belastingvoordeel’. Dat is onjuist want het is nog altijd zo dat hoe lager de hypotheekrente is men minder netto betaalt.

Misverstand
Over de rente bestaan ook veel misverstanden onder de ontvangers. Ze kijken alleen maar naar de hoogte wat zij ontvangen en leggen niet de relatie met de inflatie. Om een voorbeeld te noemen in de jaren ’80 kon men op een vrij opneembare spaarrekening makkelijk 5 of 6 procent rente maken, de hypotheekrente was in die periode ruim boven de 8 procent (voor vijf jaar vast!), terwijl de inflatie afhankelijk van het jaar en omstandigheden ook al gauw 4 tot 6,5 procent bedroeg. Dus de werkelijke koopkrachtstijging was op grond alleen van de rente-ontvangsten erg laag of zelfs niet. Er is dus nauwelijks verschil met deze tijd.
Bij al dit soort rekensommen moet worden beseft dat ze altijd afhankelijk zijn van de economische omstandigheden en de vraag hoeveel risico men met zijn kapitaal wil nemen. En dan hebben we het nog niet eens over de belastingen die van grote invloed zijn op het traject van bruto naar netto. De grootste invloed hebben die overigens op de inkomsten uit arbeid of pensioen.

Progressief
Hoe meer men verdient, hoe hoger de progressieve inkomstenbelasting. Er zijn bijvoorbeeld mensen met alleen AOW die niet of nauwelijks inkomstenbelasting betalen (over hun belastbaar inkomen) maar de hogere inkomensgroepen worden ‘gepakt’ met 52 procent in de hoogste schijven (was overigens ooit 70 procent). Dat laatste had weer grote kapitaal- en inkomstenvlucht uit Nederland tot gevolg, maar dat is weer een heel ander verhaal.
Dus er zijn genoeg nuanceringen aan te brengen in de borrelpraat dat de rente te laag is en er te weinig op spaargeld wordt gemaakt. Ook moet men beseffen dat banken tussen het geld dat zij ontvangen (van de spaarders) en dat zij vervolgens weer uitlenen (ook veel van de centrale banken) vaak minstens 1,5 procent zit voor hun kosten, winsten, risico’s enzovoort. Niettemin lezen wij erg veel dat de hypotheekrente in Nederland in het algemeen hoger is dan in vele andere landen van Europa. De oorzaak daarvan is heel verschillend.

 De inflatie in Nederland behoort tot de laagste van Europa (behalve in vergelijking met Duistland).Inflatie
De inflatie in Nederland behoort tot de laagste van Europa (behalve in vergelijking met Duistland). Al met al blijft het zo dat een ieder individueel elk jaar weer moet beslissen wat voor zijn portemonnee het beste is. Daarvoor zijn geen richtlijnen te geven. Wat dat betreft hebben de mensen, die per jaar alles wat er binnenkomt weer uitgeeft, het makkelijkst. Ze kijken jaarlijks hoe ze moeten leven. Vandaar ook dat in de media een hot item is wat er met de uitkeringen gebeurt. Eten uit de overheidsruif is misschien wel een van de grootste discussiepunten van ons land. Wie wordt er gepakt en wie niet?
Daarom kijkt iedereen – van uitkeringsgerechtigden tot grootkapitalisten – uit naar wat de regering op Prinsjesdag aankondigt voor volgend jaar op financieel-economisch gebied en daarmee samenhangende ’koopkrachtplaatjes’. De (politieke) beschietingen zijn al begonnen.

Extra
Er zou vijf miljard euro extra uit de overheidsruif te besteden zijn. Waaraan is nog niet écht duidelijk. Wellicht zal er iets worden uitgetrokken om de vermogensrendementsheffing (van thans 1,2 procent) in box 3 te verzachten en waarschijnlijk voor de vermogensgroepen (tot 100.000 euro boven de vrijstellingen).
Hoe dat wordt opgelost, zonder het belastingstel weer ingewikkelder te maken, weten wij ook niet. Misschien toch maar weer de oude vermogensaanwasdeling (VAD) van wijlen minister Duisenberg in het kabinet Den Uyl in de jaren ’70 van stal halen? Die VAD heeft het overigens indertijd in de Tweede Kamer na erg veel weerstand in de samenleving niet gered.

Schrijf uw reactie








Type de code over: