De 'Vuurgrens'

5534-de-vuurgrens (Door ManuelKneepkens)
Op 14 mei jl. was het weer eens zover. ,,Bent u niet meneer K. van de vuurgrens…?”
,,De vuurgrens? …’De Brandgrens’ zult u bedoelen...”
,,Ja, dat zég ik toch... Maar hoe kwám u daar nou op?’’

Daaraan gaat uiteraard een andere vraag vooraf: hoe ik op het idee kwam dat het bombardement intensiever dan tot dan toe gebeurde herdacht diende te worden.
Weliswaar was er sinds 1988 door toedoen van o.a. stadshistoricus Louk Elfferich een klein monumentje opgericht ter hoogte van Statenweg 147, het huis waar zich ten tijde van het bombardement kolonel Scharroo bevond, op dat moment zowel militair als burgerlijk de hoogste gezagdrager in Rotterdam.... maar de 14 mei-bijeenkomst bij die gedenksteen heeft nooit meer dan een kleinschalige omvang gehad. Die intieme herdenkingsplechtigheid is er overigens vandaag de dag nog steeds en gaat vooraf aan de centrale herdenking bij het monument van Zadkine.


Ja, hoe kwam ik daartoe? Mijn vrouw was medio jaren tachtig huisarts van de Chinezen aan de Westersingel. Daar werd op een gegeven moment groots een huwelijk gevierd. Dokter en haar man waren ook uitgenodigd.
Dat betekende dat wij tijdens het Huwelijksbanket aanzaten te midden van ‘een zee van Chinezen’ aan wat ik maar het ‘blankentafeltje’ zal noemen. Daar waren bij elkaar gezet, de acht ‘bleekscheten’ met hun partners, waar die Chinese restauranthouders contact mee hadden. Een daarvan was … douanier. De man begon zeer ongemakkelijk te kijken, toen hem bleek dat ik als docent strafrecht & criminologie de kost verdiende...

Ik vrees dat hij ‘plat’ was…en dat dank zij hem probleemloos koks uit China, illegalen, ons land binnen konden komen om vervolgens de keukens van de restaurants aan de Westersingel te gaan bemannen. Hoe dan ook, wij ‘blanken’ daar aan dat tafeltje kenden onderling elkaar dus niet. Waar zouden wij het in godsnaam met elkaar over moeten hebben?
Toen stelde iemand de vraag: ,,Waar was je tijdens het bombardement?’’
Dit leverde een uitermate levendige discussie op, waarbij mijn vrouw en ik slechts de rol van geïnteresseerde luisteraars konden vervullen want wij waren ten tijde van het bombardement nog niet eens geconcipieerd….

Tijdens die conversatie vertelde een mevrouw dat het huis waarin zij als kind gewoond had aan de goede kant van de Valk-Roostraat had gelegen. De huizen aan de overkant van de straat waren weggebrand. De brandgrens had precies midden door de De Valk-Roostraat gelopen.
Het was voor het eerst dat ik het woord 'brandgrens' hoorde en ik vroeg me toen gelijk al af waarom er van die brandgrens in onze stad in het geheel niets te zien was.

Jaren later was ik met de raadscommissie Kunst en Cultuur in Berlijn. Wij zouden meerdere multi-culti projecten in de wijk Kreuzberg bezoeken in de hoop daar lering uit te trekken voor Rotterdam.
Op het laatste moment ging plotseling een politicus mee ‘die mij meer verknocht is dan ik hem’. Hij verving om een of andere reden het vaste lid van zijn partij in die commissie. Op de vraag die mij nu en dan gesteld word: ,,Bent u links, meneer K,” pleeg ik tegenwoordig steevast te antwoorden: ,,Ik worstel met mijn rechtsheid … en dát zouden meer Rotterdammers moeten doen!”
Nu de politicus in kwestie worstelde in het geheel niet met zijn rechtsheid. Integendeel. Hij was er juist trots op en placht dit niet onder stoelen of banken te steken.

In het vliegtuig kwam hij naast mij zitten en vertelde dat hij heel vaak Berlijn bezocht. Het was zijn meest geliefde vakantiebestemming. Na Beijeren dan…
,,Op de vrije middag in het programma moeten wij samen maar eens een wandeltocht door Berlijn maken…. Dan zal ik je de echte ‘Berliner-luft' eens laten opsnuiven!”
Hij stelde me dat zo enthousiast voor dat ik niet durfde weigeren. En zo liepen wij op onze vrije middag samen door Berlijn. Al converserend … en dat was een doodvermoeiende zaak. Want over alles, over werkelijk alles, waren we het niet eens. Mijn wandelgenoot scheen daar overigens absoluut niet mee te zitten, ik wel. ‘Ik moet die man kwijt of ik word gek’.

Plots kwamen we in een straat met een groot tentoonstellingsgebouw. 'Malevitch' stond er met grote letters boven de ingang. ,,Een tentoonstelling van Malevitch!” riep ik uit: Dat moét ik zien. Daar hangt vast en zeker het Zwarte Schilderij. The first monochroom painting!''
,,Malevitch, is dat niet abstract?” zei mijn wandelgenoot.
,,Ja, dat is abstract.”
,,Manuel, dan ga ik daar niet naar binnen.. Abstracte kunst dat is allemaal kleren van de keizer… een speeltje van de elite om de gewone hardwerkende Nederlander te irriteren… dat je daar intuint, in die humbug!”
,,Nou daar denk ik anders over. Een grote retrospectieve tentoonstelling van Malevitch dat komt zelden voor. Ik moét dat zien!”
,,Ik peins er niet over,” zei mij rechtse wandelgenoot.

Plots herinnerde ik mij de anekdote die de vader van Gerard en Karel van het Reve - Simon Vanter was zijn ‘nom de plume’ - in zijn memoires beschreven heeft.
Herman Gorter zou komen spreken in Enschede. Simon, toen aldaar arbeider in de textielindustrie, moest hem van de trein halen en begeleiden naar de kroeg in de achterafwijk waar de grote rode dichter zijn toespraak zou houden..
Het was warm en het was ver. Op een gegeven moment kwamen zij langs het Grand Hotel van Enschede. ,,Laten we hier even pauzeren en een glas kwast drinken,” stelde Herman voor. Simon schrok. ,,Maar meneer Gorter dat kan niet! Ik ben maar een man met de pet. Ik kan daar toch niet naar binnengaan, daar bij de hoge heren! ”
,,Nou zei Herman,’’ dan wacht je toch buiten tot ik mijn kwast gedronken heb.”
En zo geschiedde.

Maar dat ‘dan wacht je toch buiten’ dat zei ik dus niet. Want plots besefte ik dat mij hier een gouden kans werd geboden om met goed fatsoen van mijn rechtse wandelgenoot af te komen.
,,Nou dan zie ik je toch straks ik het hotel!”
En ik glipte naar binnen… een paar minuten gewacht in de hal (ik hou helemaal niet van Malevitch) en aan de andere kant het pand uit.
En toen zag ik daar een rij klinkers in het wegdek.. En een bordje vermeldde dat deze rij klinkers behoorde bij een lange reeks die door de hele stad was neergelegd om de loop van voorheen de muur van Berlijn weer te geven. En toen viel het kwartje. ‘Dát zouden we ook moeten doen met de brandgrens in Rotterdam...!

Zoals iedere Rotterdammer weet is de markering van ‘de brandgrens’ veel grootser en grondiger aangepakt dan de bescheiden rij van keramische klinkers (vuurkleur), die ik naar Berlijns voorbeeld aan de gemeenteraad toentertijd heb voorgesteld.

Maar… dat onze stad de brandgrens aan ‘rechts’ te danken heeft …zij het indirect … dat weten de Rotterdammers pas nu! Zie Boven!


Berliner Luft


Reiziger, als je terugkomt met je koffer
uit Berlijn

omhels dan je lief

zoals wijlen John F. Kennedy
wijlen Marilyn Monroe

en roep dan: ,,Ich bin ein Rotterdammer!’’

Dát lucht op!

Johannes :
Waarom deze vorm van een excuus Ronald Sorensen nergens voor nodig toch?
Bovendien zoals het in context werd gesteld is de opmerking "Na Beijeren dan…" zelfs een regelrechte belediging .
Als je, 70 jaar na de oorlog, zo'n opmerking maakt heb je toch iets gemist.

donderdag 28 mei 2015

R.Sorensen :
Tevreden Hans? Ik heb het stukje heel laat gelezen en heb te snel gereageerd, waardoor ik soms geen verleden tijd gebruikte, waar dat nodig is. Eigeel in de Berlijnse opera.
Overigens ben ik verleden jaar voor het eerst in München geweest. Naar Wedstrijd Bayern met mijn jongste zoon. Helemaal fout natuurlijk.

donderdag 28 mei 2015

Wim :
Tja...........

dinsdag 26 mei 2015

roberto timero :
??? Wat heb ik gemist?

maandag 25 mei 2015

Hans Roodenburg :
En dan nu de visie van Ronald Sörensen...

maandag 25 mei 2015

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Huis van Erasmus wil ster naar Erasmus vernoemd zien


Op 18 september heeft het bestuur van Huis van Erasmus bij het Nationaal Comité voor de naamgeving van de verre ster HAT-P6 en haar planeet HAT-P-6b de namen ervoor voorgesteld. Ons bestuur heeft allereerst het gevraagde thema waaronder deze naamgeving zou moeten passen, vastgesteld, zodat in een later stadium de namen voor nieuwe planeten in hetzelfde stramien kunnen passen. Ons thema luidt: kosmopolitisme.

Desiderius Erasmus geldt als de grootste Nederlander aller tijden. In het Europa van zijn tijd stond Erasmus ‘wereldwijd’ bekend en was “Heel de wereld is mijn vaderland” zijn lijfspreuk. Erasmus was een sterk pleiter van de vorming van wereldburgers die uitgaan van de vrije dialoog, het kritische denken, tolerantie, respect en verantwoordelijkheid. Universele idealen die het nog steeds waard zijn om uit en over te dragen. Erasmus’ kosmopolitisch denken stond bij hem hoog in het vaandel. Zijn kosmopolitisme is een begrip dat nog steeds waard is om wijdverbreid bekend en verspreid te worden. “Heel het heelal is mijn ruimte”.

Vandaar dat ons bestuur de volgende namen heeft voorgesteld:

Voor de ster HAT-P-6: Erasmus
Voor de planeet HAT-P-6b: Cosmopolitan (kosmopoliet)

Na 30 september 2019 gaat het Nationaal Comité alle inzendingen beoordelen en maakt een selectie. Die zal vervolgens aan de Internationale Astronomische Unie (IAU) worden overgedragen. Gaat ook de IAU met het voorstel akkoord, dan volgt in oktober ronde twee. Tijdens deze ronde mag het Nederlandse publiek gaan stemmen. In december zal de IAU bekend maken met welke namen HAT-P-6 en HAT-P-6b door het leven zullen gaan.

Namens Huis van Erasmus, www.huisvanerasmus.nl

Rein Heijne, bestuurslid

Foto HAT-P-6 – de grote ster in het midden: aladin.u-strasbg.f

  • Nieuw

  • Reacties