De begrafenis van Loesje

Na 20 mooie levensjaren ligt Loesje sinds kort in het Kralingse Bos begraven. Vredig onder een oude eikenboom. Ver weg van honden- en mensenspeelplaatsen. Loesje was al die tijd de lievelingskat van bekend dichteres Jana Beranová. Zij is mijn buurvrouw en wanneer Jana weg was voor werk of vakantie in het buitenland, mocht ik Loesje te eten geven. Zo was zij dus ook een beetje van mij.


Loesje heeft een nogal merkwaardige geschiedenis achter de rug. Vlak voor de Kerst van 1991 reed een automobilist op de hoek van de Jacob Loisstraat en de Versijdenstraat in de Provenierswijk, vlak achter het Centraal Station, een jong katje aan. De bestuurder stopte niet maar reed klakkeloos door. Enkele omstanders hadden het ongeluk gezien, toen Jana toevallig kwam aanlopen. Zij ontfermde zich over het ongelukkige katje dat schuin weg probeerde te kruipen. Jana nam het mee naar de toenmalige dierenartsen Lateur & Lateur met hun praktijk aan de Walenburgerweg.


Dierenarts Tini sprak daar somber: ,,Normaal laten wij zulke aangereden poesjes meteen inslapen.’’ Jana stond nog steeds met het witgevlekte zwarte katje in haar handen en keek Tini haast smekend aan. De twee dames kenden elkaar langer. Met een lichtere flonkering in haar ogen was Tini om. ,,We gaan een foto van haar maken, kijken wat er aan de hand is.’’ Na een half uurtje bleek dat alleen het bekken van Loesje was gebroken.

Jana zorgde ervoor dat overal in de wijk posters kwamen te hangen met het vermiste poesje, maar niemand kwam haar ophalen. Tini en Jana besloten haar Loesje te noemen. ,,Nu is zij van jou!’’, sprak de dierenarts resoluut tot de dichteres.

Jana had zelf thuis nog twee katten, maar zo’n kleintje kon er best nog bij. Loesje begon na een moeilijke periode van revalidatie goed te herstellen, hoewel haar linkerachterpootje gebogen bleef. Maar tegenover de andere twee volwassen katten stond Loesje al snel haar ‘mannetje’. Zij liet beslist niet met zich sollen. Zodoende werd zij zelfs de baas in huis.


Loesje wilde op het laatst niet meer eten, liet haar kopje hangen, kwam niet meer overeind en in die nacht overleed zij in haar slaap.

Die dag ben ik meegegaan om haar te begraven. ,,Neem een grote schep mee’’, sprak Jana tegen mij. Maar dat zag ik niet zitten. Vond ik te opvallend. Dus nam ik slechts een klein schepje mee om te voorkomen dat omstanders 112 gingen bellen. Daar had ik later weer spijt van, want de grond in het Kralingse Bos bleek bikkelhard.

Met de plastic tas met daarin Loesje in een dekentje passeerde ik een hondeneigenaar die met twee grote herders aan het spelen was. Opeens kwam een van die honden op mij afgerend en hapte naar de zak met Loesje. Met een ruk hees ik nog net op tijd de vracht boven mijn hoofd. ,,Zit zeker wat lekkers in, hè’’, sprak de hondenbaas grijnzend tegen mij.

,,Ja, een kat in de zak!’’, antwoordde ik als een boer met kiespijn.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Ziel

“Op het einde van zijn leven, kon mijn vader niet meer communiceren, maar hij kende wel hele stukken poëzie uit het hoofd die hij opzegde terwijl we ze hem voorlazen. Je zag hem dan even weer oplichten. Anderen hebben dat met muziek of schilderkunst. Ik heb het talloze keren zien gebeuren en iedere keer was het diep ontroerend.”

Nicci Gerrard in een interview met Marnix Verplancke.

https://bazarow.com/

(van de redactie)


  • Nieuw

  • Reacties