Waren die jaren vijftig wel zo fantastisch?

Er is - begrijp ik - onder oudere jongeren die nu een degelijke dertig tot veertig jaar oud zijn, zonder die jaren te kennen, vaak een hevig ‘retrogevoel’ naar de jaren vijftig. Bij een aantal uitingen uit die jaren lijkt dat ook geen slechte zaak. Het was de tijd dat Nederland en de rest van West-Europa kennis maakten met de Amerikaanse cultuur die varieerde van Coca Cola, Marilyn Monroe en sonore Hollywoodfilms en na de schaarste van de oorlog voldoende te eten. Er kwamen Scandinavische meubels en kleurrijke borden, kopjes en schotels.


Ik zal de clichés over de wederopbouw maar niet herhalen. Er werd keihard gewerkt aan het herstel van de bruggen, wegen, spoorlijnen en havens die door de Duitsers net voor hun aftocht waren verwoest.

Maar was het zo leuk in die jaren vijftig?


Gehuwde vrouwen waren handelsonbekwaam. Zij konden zelf geen hypotheek afsluiten. In veel beroepen werden zij nog ontslagen wanneer zij trouwden. Het huishouden, de kinderen moest de vrouw verzorgen terwijl Pa, die nog geen ei kon koken, zich afsloot achter de krant.

Er was ook een grote mate van sociale controle. Onlangs zag ik op het kanaal Holland/Doc een propagandafilm van de Dordtse Victoriafabrieken, die aan de lopende band koekjes, chocoladeproducten en banket vervaardigde.

Het kan zijn dat mijn moeder daar ook nog even heeft gewerkt. De film volgt een jeugdige vrouwelijke sollicitante, die graag bij Victoria wil werken. De sociaal- werkster van de fabriek bezoekt ook haar ouders en stelt vast dat het een “keurig gezin is”. Haar ouders krijgen ook regelmatig van de fabriek te horen hoe het met haar gaat.

Ik was zeven jaar toen de jaren vijftig begonnen. Ik heb daar niet zoveel last van gehad omdat ik- voor die tijd – redelijk ruimdenkende ouders had.


Ik had nog een geluk. Begin jaren zestig verhuisden we naar Londen, waar ik de opkomst van de popcultuur heb meegemaakt.

Maar toen ik begin jaren zeventig – wonend in een huisje onder de huurwaarde zonder douche met vrouw en kind in Rotterdam-Zuid - een vijfkamer woning kreeg aangeboden aan de Rotterdamse Schiekade heb ik me wel even bedacht. Het was een puinhoop, en ik heb twee linkerhanden.


Als jong journalist was ik al bevriend met de freelance fotograaf Richard Henke. Hij had twee rechterhanden en hij wilde dat huis graag hebben. Het leek de makelaar een goed idee, maar zijn secretaresse moest wel even kijken waar hij nu woonde. Richard had net een nieuwe vriendin en woonde bij haar op een kamer boven een politiebureau aan het Stieltjesplein.

Hij was net aan het scheiden van zijn tweede vrouw, maar zijn eerste echtgenote woonde nog op een sjiek adres in Hillegersberg. Zij ging ermee akkoord dat hij zijn eigen naambordje nog even bij de buitendeur aanschroefde. De secretaresse kwam en was onder de indruk.


Hij kreeg het huis. De jaren vijftig waren nu echt voorbij.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

De mooiste gedichten van de wereld 4

50 dichters kiezen hun favoriete gedicht uit de schatkamers van Poetry International en vertellen waarom.

Jana Beranová over Vasko Popa


Een kleine hommage

Het is 1970, het 1e jaar van Poetry International.
Voor vertalingen is nog weinig geregeld. Ik lees
dat mijn landgenoot Miroslav Holub uit het Duits
is vertaald en bel op. Martin Mooij vraagt mij om
te komen. Holub kreeg van het toenmalig regiem
geen uitreisvisum. maar omdat ik ook uit andere
Slavische talen kan vertalen, bevind ik me opeens
tussen de werelddichters.

Eén kijkt me aan met van die droeve wolvenogen.
Ik wist toen nog niet dat wolven een belangrijke
rol speelden in zijn Roemeens-Servische cultuur.
Het is Vasko Popa en hij leest die avond uit
‘Spelen’ voor. Poëzie als spel met ons bestaan.
Ik lees en herlees. Tuimel van verbazing naar
verbazing. Het is Beckett, maar menselijker.
Een stoelpoot die lief gebaart! Ik zie een
keukenstoel. Allicht, fauteuils hebben armen.
Absurd. Een merkwaardige herkenning.

Van het eerste festival is op papier weinig
overgebleven, maar ‘Spelen’ zijn in mijn
vertaling opgenomen in Machine van
woorden (1975), de eerste boekuitgave
van Poetry International.

In 1974, toen hij de wolvengedichten las,
kocht ik voor hem een vaatje haringen – Popa
was dol op Hollandse nieuwe. Bij het afscheid
op Schiphol struikelde ik, het vaatje viel op de
grond en rolde naar hem toe. Hij gaf het een
tik, vaatje rolde terug en ik kon het alsnog
feestelijk overhandigen. Aan het eind van zijn
leven, hoorde ik jaren later, zat hij in winterjas
op een stoel midden in de kamer te wachten
op de dood. Dat was weer een andere stoel.



vertaling: Jana Beranová

Popa was 6x gast op Poetry International


  • Nieuw

  • Reacties