Schandaal Rost van Tonningen?

Het grote schandaal is niet dat Grimbert Rost van Tonningen, de oudste zoon van de nazi-ouders, spreekt op de 4 mei herdenking in Culemborg, maar dat twee leden van het organiserend comité uit protest hier tegen zullen wegblijven.


Wie de afgelopen decennia kennis heeft genomen van hoe de zonen van deze familie met de kwaadaardige opvattingen van hun ouders zijn omgegaan kan het alleen maar toejuichen dat eindelijk een kind van een NSB’er ook het woord voert.


Qua leeftijd is het onmogelijk dat deze twee bestuursleden nog in het verzet hebben gezeten. Ook is het zeer de vraag of familieleden zijn omgekomen.

Het doet me denken aan de Duitser die in Amsterdam, opnieuw geconfronteerd met de Holocaust, de discussie besloot met de tekst: ,,Anne Frank, dat is toch dat meisje, die verraden door Hollanders, door de Amsterdamse politie is weggevoerd.”


Mijn vader had tot diep in de jaren vijftig een zwart bureau. Tegen een kennis hoorde ik hem eens zeggen: ,,Dat bureau heb ik ingepikt toen we direct na de bevrijding het huis van een NSB’er leeghaalden aan de Uitwierderweg in Delfzijl.”

Ik zag tot mijn grote genoegen dat de huidige commissaris van de koningin in Noord-Holland, de liberaal Johan Remkes, wel aanwezig was bij het uitspreken van de alternatieve lezing door Thomas van der Dunk in Haarlem.


Godfried Bomans heeft eens een meesterlijke satire geschreven over het heftige verzet in Nederland, na de oorlog.

Dit is geen letterlijk citaat, maar het ging ongeveer zo: ,,Met gevaar voor eigen leven wist hij aan boord van de eerste veerboot naar Harwich te komen. Vanuit Harwich nam hij zo onopvallend mogelijk de trein naar Londen, waar hij zich direct in de Ondergrondse verborg.”



Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties