Pienter pookje, rode DAF 66 en Lockheed

Begin 1975 kreeg ik mijn eerste leaseauto als redacteur van Het Vrije Volk. Het was een rode DAF 66 met natuurlijk dat pientere pookje. Mijn Rotterdamse rijinstructeur was razend: ,,Ik heb je geen les gegeven in mijn BMW om in een ouwe wijvenauto rond te rijden,” sprak hij woedend. Nu Born gesloten dreigt te worden wil ik dit nog even kwijt.



Wij vonden als verslaggevers de DAF 66 nog wel een pittig karretje. Bij het stoplicht was je altijd als eerste weg en achteruit reed hij even snel als vooruit. De advertentievertegenwoordigers van de krant vonden het rampzalig. Terwijl hun collega’s met hun Fords en Opels keurig aan de voordeur van klanten parkeerden, stopten zij om de hoek om maar niet te laten blijken dat zij met zo’n armoedig autootje op pad werden gestuurd. Ik begreep later dat Het Vrije Volk die auto’s wel zeer goedkoop kon inzetten. DAF dacht dat wanneer de razende reporters van die krant gezien werden in hun snelle DAFjes er een wat sneller imago tot stand kon komen, wat natuurlijk niet het geval was.


In september 1975 tuften mijn toenmalige collega Rien Robijns en ik met mijn DAF 66 naar Liechtenstein, ten einde een reportage over het verschijnsel ‘belastingparadijzen’ te maken. Op de heenweg door Duitsland ging het eerst best goed. Maar toen de Autobahn in het Zuiden van dat land door bergen en dalen ging, werden wij vaak ingehaald door toeterende vrachtwagens. Toch bereikten we Liechtenstein. Daar kregen we de eerste aanwijzingen en dat het wel degelijk prins Bernhard was, die was omgekocht door een of meerdere Amerikaanse vliegtuigbouwers.


Er kwamen in de periode daarna - zeker ook door het spitwerk van de toenmalige correspondent van Het Vrije Volk in Washington Fred Foppen - steeds meer aanwijzingen dat ene Fred Meuser in Sankt Moritz de spin in het web was van deze omkoopschandalen.

En zo snorden we in januari 1976 opnieuw vrolijk over de autosnelwegen naar Zwitserland. Maar nu was onze DAF 66 tussen de sneeuw en het ijs van de Zwitserse winter niet meer dan een autoped. Nagestaard door hoofdschuddende Zwitsers wisten we uiteindelijk de stad Chur te bereiken. Daar namen we maar de trein naar Sankt Moritz, die ook toen zich moeiteloos een weg baande door een adembenemend sneeuwlandschap.


In Sankt Moritz kostte het enige moeite Fred Meuser te spreken te krijgen. Uiteindelijk kwam hij naar ons hotel, waar hij ons direct de oren waste. Hij had een langdurig gesprek gehad met een sterverslaggever van het Duitse weekblad Der Stern. Deze Gerd Heidemann was een voorbeeld voor ons. Elk zinnetje van de beschuldigingen had hij nauwkeurig met hem doorgenomen. Na deze krachtige verklaring over de latere verspreider van de vervalste dagboeken van Hitler wilde hij ons nog wel iets zeggen. En dat kwam hier op neer: ,,Heren, de prins heeft geen cent gehad. Alle commissies heb ik in mijn eigen zak gestoken. Soms een breukdeel van procenten maar het ging over aardige bedragen.’’


Wij belden dat verhaal braaf door. Toen korte tijd later premier Den Uyl de commissie Donner installeerde, stuitten zij op dit verhaal. Wanneer het waar was dan was de zaak gesloten en afgerond. Zij informeerden bij Meuser. Hij zei ons wel gezien te hebben in Sankt Moritz, maar niet echt met ons te hebben gepraat. Zodoende werden wij - in het diepste geheim - door de commissie Donner als getuigen gehoord. Waarom Meuser dat ontkende werd al snel duidelijk. Naar aanleiding van ons stuk in Het Vrije Volk had de Zwitserse ambassade in Den Haag de Zwitserse fiscus op de hoogte gesteld van zijn uitspraken. En er bleek een groot verschil tussen zijn beweringen en zijn aangiftes.


Op de terugweg was onze rode DAF 66 bij het station in Chur bedekt met een dikke sneeuwlaag. Toen we de voorruit schoonmaakten zagen we een tiental bekeuringen, die keurig zo om de 12 uur onder de ruitenwisser waren gestopt. Voor alle zekerheid plakten we wat sneeuw op onze nummerborden en verlieten het Alpenparadijs zo snel mogelijk.


Maar geen kwaad woord over de DAF 66.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Loopbaan


Rutte, onze grote premier in het klein,

wil niet zijn hele leven onze premier zijn.

Hij wil weg, hogerop,

naar de echte hoge top.


Ik laat zien: ‘Ik ben een ferme knaap.

Van mij komt heus geen broodje aap.

Vastberaden koers ik naar mijn nieuwe stek.

Ik heb een probleem. Er is geen plek.’


Geert-Jan Laan


  • Nieuw

  • Reacties