Hoe superijdeltuiten vaak bedrijven naar de knoppen weten te helpen

In een onlangs verschenen proefschrift van mevrouw Antoinette Rijsenbilt onder de titel ‘CEO-narcisme.

Metingen en impact’ bij de Erasmus universiteit in Rotterdam wordt – zoals Hans Roodenburg al op deze website meldde - de vinger gelegd op de soms superijdeltuiterij waarmee toplieden heel wat ondernemingen en ook andere organisaties naar de knoppen hebben geholpen.


Onlangs was ik in de gelegenheid bij de opleiding Journalistiek van de Rijksuniversiteit Groningen een inleiding bij te wonen door Jeroen Smit, auteur van het boek ‘De Prooi’ met als ondertitel ‘Blinde trots breekt ABN AMRO’.

Een bestseller waarvan meer dan 200 duizend exemplaren zijn verkocht. Eerder maakte hij naam met een even goedgeschreven boek over de bijna ondergang van AHOLD.

Je kunt er eigenlijk kort over zijn. Het is zo. Maar waar Smit misschien nog te weinig aandacht aan besteedt is dat zeer vaak deze superijdeltuiten nog lang en vaak te lang in de media zijn bewierookt.


Ze worden ook niet zomaar zo ijdel. Zo heb ik toen hij nog maar kort de baas was van AHOLD in Davos Cees van der Hoeven en zijn toenmalige echtgenote meegemaakt als een aardige, hartelijke en ook humoristische man. In de bus van de Hollandse avond in Klosters terug naar Davos hield hij leuke toespraakjes en zong vrolijke Antilliaanse liedjes. Volgens Jeroen Smit was hij in zijn latere periode onuitstaanbaar. Hij waande zich een soort half god en omringde zich met een hofhouding van ja knikkers. Een keer teruggetreden beklaagde hij zich erover dat zijn voornaamste probleem was dat hij nu geen auto met chauffeur meer had.

Ooit kreeg de Nationale Nederlanden in Rotterdam de beleggingsafdeling een nieuwe directeur. Hij halveerde ongeveer de afdeling en liet abonnementen op De Telegraaf en de roddelbladen nemen onder de woorden: ,,Wanneer deze ijdeltuiten vaker dan een keer per jaar in Stan Huygens Journaal voorkomen of regelmatig met hun nieuwe stoeipoes in de roddelbladen, dan gaan we gelijk verkopen.”

Dat geldt trouwens ook voor de nog steeds prestigieus lijkende Koning Willem 1 prijs voor ondernemers. Kijk die lijst maar eens na.


Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties