Groen-wit-groen (3)

De legendarische liftboy(s)

Het was in juli van dit jaar precies vijftig jaar geleden dat ik voor het laatst – als hospitaalbediende – op de SS Nieuw Amsterdam de haven van New York binnenvoer. In de vroege ochtend van dinsdag 12 juli voeren we wederom de Hudson op, richting Manhattan, met de MS Rotterdam VI.


Aan dek vele tientallen voormalige zeelieden, maar ook andere employees van de oude Rotterdamse Holland Amerika Lijn, die ook nog een keer wilden meemaken hoe het ook al weer was. En daar werd menig traantje weggepinkt.

Het was een bijzondere overtocht. Het vertrek bij Hotel New York aan de Wilhelminakade was groots. Maar mogelijk nog indrukwekkender was de tocht over de Nieuwe Waterweg naar Hoek van Holland, precies veertig jaar nadat de SS Rotterdam V de laatste oversteek naar New York had gemaakt. Dat begon al met een daverende groet van de oude Rotterdam, nu veilig afgemeerd op Katendrecht. Maar ook op weg naar Hoek van Holland had kapitein Rik Krombeen zijn vinger aan de scheepshoorn. En dat werd massaal beantwoord langs vrijwel de gehele oever.

Mensen zwaaiden, toeterden met hun auto’s en voeren met een vloot aan kleinere en grotere schepen met de Rotterdam mee. Vanuit de flats in Vlaardingen en Maassluis zag je tientallen mensen vanaf de balkons zwaaien en fotograferen. Het was duidelijk. De inwoners van Rotterdam en het Waterweggebied hebben ook de nieuwe HAL-schepen in hun hart gesloten.

De overtocht was als een warm bad. Niet alleen het eten, de bediening en de tientallen activiteiten aan boord waren perfect, ook twee Nederlandse muzikanten stalen de show. Dat was de Nederlandse Frank Sinatra, misschien nog net niet de echte Frank in zijn glorietijd, maar nu toch beter dan Lee Towers. En daar was de duizendpoot, barpianist Rens de Ronde. Hij kreeg de Amerikanen aan het zingen met Amerikaanse en Britse evergreens.

Het hoogtepunt op deze reis was natuurlijk het uit volle borst meezingen van de klassieke Nederlandse zeemansliederen. Een groeiend aantal Nederlanders verzamelde zich aan de piano van De Ronde, vergezeld van ook steeds meer Amerikanen die nieuwsgierig waren naar wat er nu precies met de teksten werd bedoeld. De absolute topper was Ketelbinkie, dat later op de avond wel vier tot vijf keer zeer tekstvast werd gezongen. Maar ook de Zuiderzeeballade, vertolkt door medepassagier Roel Pels – met waar passend een brok in de keel – gooide hoge ogen.

Het was via deze Roel Pels dat ik 52 jaar later hoorde dat ik deel had uitgemaakt van een groepje dat bekend stond als de ‘legendarische liftboys.

Hij had het verhaal gehoord over een liftboy die een boek in het Latijn in zijn lift had gelegd. Op de vraag ,,Hey man, are you reading that?’’ gaf deze het standaard antwoord: ,,Yes sir, because I have to work in the summer to pay voor my study in the winter.’’ Kassa, meteen een dollar in handen. Op advies van een Molukse dekboy koos ik de dikke pil The economic consequences of the American Civil War, met hetzelfde resultaat. Zo te horen was ik niet de enige die deze truc met veel succes had toegepast.

Pels vertelde me dat dit verhaal lange tijd bij managementcursussen werd gebruikt als voorbeeld hoe je met eenvoudige maar creatieve middelen toch aardig wat extra muntjes kunt verdienen.

En zo vertrok ik weer van Rotterdam. Om terug te keren als een van de legendarische liftboys van 'die ouwe Lijn’.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties