Taai ongerief

5495-taai-ongerief (Door Geert-Jan Laan)
In de vrolijke column van Corry Gryn over het verschijnsel dat steeds meer stellen zich in identieke kleding hullen stipt zij een verschijnsel aan dat eerst sinds kort in Nederland te zien is.

Bijna twintig jaar geleden zag ik die stellen al in Duitsland. Ik had toen verkering met een eveneens vrolijke Duitse dame net over de Duits-Nederlandse grens in Oost-Friesland. Het kan dus goed zijn dat het stel in Veere, dat Corry zag lopen, ook de Duitse nationaliteit bezat. Mijn Duitse vriendin vond het helemaal niks. ,,We noemen dat ‘partnerlook’ sneerde ze. ,,Als het niet goed gaat in een relatie dan is dit zo ongeveer het laatste redmiddel.”


Ik vond dat een wat snelle conclusie. ,,Wat kan mij het schelen als ze allebei maar redelijk gekleed zijn. En zich niet in vervuilde, afgedragen lompen presenteren.”

Het onderwerp kleding houdt de mensheid al eeuwen bezig. Misschien wekte de eerste man in de oertijd al jaloezie toen hij zich als eerste in een berenvel hees. Aan het begin van de vorige eeuw schreef Theo Thijssen, de schrijver ook van Kees de jongen, een vermakelijk boek onder de titel ‘Het taaie ongerief’. De kledingperikelen van een jonge, arme onderwijzer. Boordjes die elke dag schoon moesten zijn. Goedkope broeken die ook na een regenbui hun zwarte kleur behielden.

In de tweede helft van de 20ste eeuw rukte, zeker op de redacties, een nieuwe losse kledingmoraal op. Korte broeken, sandalen, los gedragen uitwaaierende overhemden en zeker geen stropdassen.

Dat viel niet altijd even goed. In 1968 interviewde ik nog voor het Rotterdamsch Parool de president-directeur van de Rotterdamse Droogdok Maatschappij (RDM) ir. K. van der Pols. Hij was ook voorzitter van het bestuur van de VVD. De jonge freelance fotograaf de mij vergezelde zag er niet uit. Een smerige, rafelige broek en dito T-shirt. Van der Pols bekeek de jongeman en vatte zijn verschijning diplomatiek, maar duidelijk samen: ,,Zo jongeman. Ik zie dat jij vanmorgen niet lang hebt geaarzeld bij je keuze uit de klerenkast.”

Later toen ik zelf wat te zeggen kreeg op redacties heb ik die zin vaak geleend. Zeker in mijn periode als onderzoeksjournalist had ik al snel geleerd dat je je als een kameleon moest aanpassen aan je omgeving. Dus in een pak met stropdas naar een ondernemerscongres, maar niet in donker pak naar een kraakpand.

Journalisten die niet buiten de deur kwamen mochten wat mij betreft zo informeel mogelijk rondlopen. Op pad evenwel gelden andere eisen. Verkeerde kleding betekent geen vertrouwen en dus ook geen vertrouwelijke verhalen. Zo heb ik heel wat journalisten moeten leren hoe ze een stropdas moesten strikken.

Wanneer ik nu jonge studenten journalistiek zie dan kleden zij zich weer wat beter. Alleen geen stropdas meer maar dat geldt ook voor vele hooggeplaatsten. Maar als ik ze zie in een aardig donker pak met daaronder soms die vreselijk gekleurde sportschoenen dan denk ik ,,een vlag op een modderschuit.”

Maar misschien ligt dat nu echt alleen aan mij.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Geert-Jan Laan

Geert-Jan Laan (1943, Delfzijl) is mede-oprichter van de nieuwe weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen.
Laan begon zijn journalistieke carrière bij Het Vrije Volk en het Rotterdams Parool, werkte van 1970 tot 1975 als sociaal economisch redacteur bij Het Vrije Volk en bedreef tussen 1975 en 1982 samen met Rien Robijns onderzoeksjournalistiek, o.a. naar Lockheed/Northrop, OGEM, etc. Ze wonnen de persprijs 1980 en publiceerden samen vijf boeken.

Daarna werkte Laan tot 1990 als plaatsvervangend hoofdredacteur/directeur van Het Vrije Volk te Rotterdam. Via zijn eigen PR- en journalistiek productiebureau deed hij in 1991 ,in opdracht van Robert Maxwel, onderzoek naar de eerste Nederlandse tabloid.

Hij was tot 2003 hoofdredacteur van Nieuwsblad/Dagblad van het Noorden en was onder meer voorzitter van het Nederlands Persmuseum te Amsterdam. Tevens was hij voorzitter van de Commissie Dag van de Persvrijheid.

KOPSTOOT

Reïncarnatie


(door Ronald G)

Olivia Laing doet in haar boek ‘’Crudo’’ uit 2018 alsof ze Kathy Acker is. Olivia Laing schrijft fictie die over haarzelf gaat. Anderen noemen een dergelijke manier van schrijven wel autofictie. Ze schrijft in de derde persoon over zichzelf en noemt zichzelf naar de in 1997 overleden schrijfster Kathy Acker.

Laing schrijft als Kathy over de periode die vooraf gaat aan haar, Laing’s, huwelijk. Dat is geen fictie maar allemaal ''echte'' biografie in dagboek vorm, waarover ze doet of het fictie is. Ze mengt er observaties uit boeken van Acker doorheen. Ze schrijft bovendien in de traditie van John dos Passos en Döblin, met veel nieuwberichten – die nu twitterberichten zijn- tussendoor. Trump komt aan het woord, direct via Twitter, later in het boek Jacob Rees Mogg die op de Britse ontbijttelevisie verklaart dat hij van mening is dat abortus illegaal moet zijn ook na verkrachting.

Intussen vertelt de schrijfster ‘’Kathy, by which I mean I, was getting married. Kathy by which I mean I, had just got off a plane from New York. It was 19.45 on 13 May 2017”. Olivia Laing laat dus Kathy Acker reïncarneren in haar boek en in het literaire deel van haar leven. Dichterbij kan haast niet.


  • Nieuw

  • Reacties