Ik wacht even met het gasfornuis

7684-ik-wacht-even-met-het-gasfornuis (Door Jan D. Swart)

Mijn vrouw moest en zou een hoge rendementsketel. Ze had van Arno Bonte gehoord dat ze zuinig moest zijn met energie, bovendien had hij voorgerekend wat het ons zou schelen, dus stel op sprong belde zij een installateur, die haar handig had toegesproken in de trant van ik mats je wel en inderdaad na driekwart jaar kwam de firma Roest B.V. voorrijden.

Driekwart jaar!
Dat begreep mijn vrouw niet helemaal, maar gelukkig ben ik er dan altijd nog om haar voor de tweehonderdeenendertigste keer uit te leggen dat als je gematst wordt, je moet wachten.

Er stapten twee uit de kluiten gewassen jongemannen uit het busje, die vervolgens de nieuwe ketel enthousiast op hun nek namen en naar binnen sjouwden. Mijn vrouw ging hun voor, zoals haar dit vroeger bij de majorettes geleerd was, af en toe ook achterwaarts om zich ervan te overtuigen dat de jongens volgden, en ik keek toe. Ik kijk altijd toe onder die omstandigheden, omdat ik me er niet mee mag bemoeien.

Een minuut later passeerden ze me wéér. Nu in omgekeerde volgorde. En de nieuwe ketel ook. Ze hadden er namelijk geen van drieën aan gedacht dat het wellicht verstandiger was geweest om eerst de oude te verwijderen. Dat gaf stof, roet en roest, dus per uur zag ik het gezicht van mijn vrouw een gevaarlijk percentage zakken. Zelfs de hond droop af, gevoelig als hij is voor gebeurtenissen waarbij mijn vrouw niet is opgewassen tegen het verband der dingen en de gevolgen ervan.

Het succes van een hoge rendementsketel hangt in niet geringe mate af van de manier waarop de condens, die normaal gesproken door de schoorsteen verloren gaat, via een ingenieus pijpensysteem weer wordt ingevoerd en hergebruikt. Ik leg het nu even heel erg simpel uit, Arno kan dat beter, maar het kwam er bij ons op neer dat het bestaande afvoerkanaal daarvoor niet kon worden gebruikt. Dat was er helaas niet bij gezegd toen mijn vrouw door de firma Roest werd gematst. Mijn vrouw dacht: ze hangen ‘m op en rijden weer weg.

Het aanleggen van een schoorsteenkanaal geeft stof, zaagsel en afgezien van een enorme ravage ook nog eens twee dagen langer werklui over de vloer. Daar had ze niet op gerekend. Ik heb wel twintig keer per uur moeten horen dat als ze ’t allemaal had geweten, afijn, dan was ze er niet aan begonnen en als ze dat gaat zeggen, weet ik wat er volgt. Dan moet ik twintig keer per uur aan die werklui vragen hoe lang het nog duurt. Zelf is ze dan heel laf even geen majorette meer.

Drie dagen later reed het busje weg. Op de factuur was geen spoor van enig matsen te ontdekken, zodat het hoge rendement van onze hoge rendementsketel alsnog volledig in rook was opgegaan. Op slag was de lol eraf. Bij mijn hond ook. Die had inmiddels roos. Niet van de zenuwen, maar van de kou. Wat hem betreft kon de firma Roest de pot op.

We hebben daarom ook maar besloten met de sloop van het gasfornuis heel even te wachten tot onze Arno het matsen echt in de vingers heeft.

Deze column staat ook op www.dagblad010.nl

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties