Goed gezien honderd jaar geleden, die regionale spreiding van de senatoren

7662-goed-gezien-honderd-jaar-geleden-die-regionale-spreiding-van-de-senatoren (Door Ronald Sörensen)

In 1918 werd onze grondwet resoluut veranderd. Het kiessysteem ging volkomen op de helling en veranderde in het systeem zoals dat nu nog bestaat: Evenredige vertegenwoordiging! Bij de verkiezing van de leden van onze Senaat of Eerste Kamer bouwde men een merkwaardige manier van kiezen in. De leden werden niet direct gekozen zoals de leden van de Tweede Kamer, maar indirect via de leden van Provinciale Staten: Een zgn. getrapte verkiezing.


De reden was duidelijk. Ook in die tijd domineerde de gewesten Noord en Zuid-Holland de politiek en uiteraard werd vooral vanuit Amsterdam de gedachte geventileerd, dat buiten de grachtengordel de beschaving ophield (er is dus niets nieuws onder de zon) Het gros van de politieke ambtsdragers kwam er vandaan. De commissie die de grondwetswijziging voorbereidde speelde in op het bij de rest van ons land aanwezige sentiment en bouwde het op het eerste oog zo merkwaardige stelsel van getrapte verkiezingen in. De bedoeling was, dat de leden van de Provinciale Staten kandidaten uit hun eigen provincie zouden kandideren om zo regionale spreiding te bewerkstelligen en het Hollandse overwicht in ieder geval in de Senaat te beteugelen: En alzo geschiedde. De grachtengordel werd in onze senaat niet oververtegenwoordigd.

In de honderd jaar die volgde veranderde de werkwijze en doelstelling van de senaat echter drastisch. In plaats van een kamer van reflectie werd het een politiek lichaam, dat de regering kan maken en breken. Ook het kiezen van de leden werd aan die veranderde samenstelling aangepast. In alle provinciën dezelfde kieslijst en de leden van Provinciale Staten werden vriendelijk doch dringend verzocht op nummer één van hun partij op die kieslijst te kiezen. Het gevolg liet zich raden. In de Hollandse achterkamertjes werden voortaan de senatoren door hun partijbonzen benoemd.

Ik kom tot deze ontboezeming toen ik op deze site las dat de Barendrechter Lennart van der Linden op de lijst voor de Eerste Kamer staat voor de partij waar ik ook lid van ben (ik heb niet voor de senaat gesolliciteerd) Uiteraard bekeek ik de lijst met extra belangstelling omdat ik vrij veel mensen ken die lid zijn van het Forum voor Democratie. De partij waar ik mijn hoop op heb gevestigd als lokaal politicus, als voorstander van drastische democratisering van ons politiek stelsel en omdat ik in het partijprogramma veel Fortuynisme terug kan vinden.

Ik keek niet alleen met belangstelling, maar ook met enige argwaan. Hoofdkwartier van de partij is in 020 aan de grachtengordel gevestigd en wordt geleid door mensen uit 020. De Tweede Kamerleden wonen in 020. Het laatste congres werd gehouden in 020 en het volgende is weer in 020. Mijn argwaan werd bevestigd. Van de eerste vijf kandidaten op de lijst is 80% afkomstig uit……. inderdaad; je wordt er moedeloos van.

De stad waar 18 jaar gelden de populistische revolte begon en waar de Fortuynistische fakkel al zestien jaar brandend werd gehouden, doet er klaarblijkelijk niet toe en is onbelangrijk. Landelijk heeft bijna 35% van de kiezers bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen lokaal gestemd. In 020 geen enkele kiezer. Toch hangt de rest van Nederland inclusief ons Rotterdam er maar een beetje bij.

Ik vraag me wel eens af: Zou ‘r een pilletje tegen dat volkomen misplaatste Amsterdamse superioriteitsgevoel zijn?

Deze column werd eerder gepubliceerd in dagblad010.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties