Welke schade, meneer Postma?’

7652-welke-schade-meneer-postma (Door Jim Postma)


Zit samen met mijn buurvrouw van boven bij haar boven (op de derde verdieping) naar buiten te staren. ‘Gek hé,’ zeg ik tegen haar, ‘wat een stilte ineens!’ Zij beaamt: ‘Ja, zelfs de stilte kan je nu horen.’

Daarvoor zaten wij zo’n twee jaar lang met al onze andere buren in een heksenketel van lawaai. Vanwege eerst de sloop en daarna de nieuwbouw van verzorgingscentrum De Provenier. Een grote geldverslindende operatie aan de Provenierssingel en de omliggende zijstraten, die nooit nodig was geweest. Zo beoogde ik enkele jaren terug. Het dertig jaar oude gebouw had makkelijk gerenoveerd kunnen worden. Niet als wederom een verzorgingscentrum, maar als laagdrempelig hotel (vlak naast CS) of studentenflats.

Het grootkapitaal, zoals iedere keer weer, walste ons daarin volkomen plat. Zelfs had ik geopperd om na de sloop van het oude centrum er een prachtige buurttuin van te maken. Veel groen om je heen in een stad overwoekerd en overspoeld met giftig fijnstof Maar dan verklaren ze je eenvoudig voor gek.

Dat was ik al. Alleen nu zelfs knettergek. Mijn goede buurvrouw voormalig stadsdichter Jana Beranová en ik zitten nu voor zo lang wij verder leven tegen een ‘monster’ aan te kijken. Een burcht, een grote kazerne met militaire legergroene ramen en hekwerken.

Somberheid
Ontworpen zonder een sprankje creativiteit. Zonder vrolijke verfkleurtjes zoals geel of blauw. Vanwege deze uitzonderlijke soberheid en somberheid zullen de toekomstige bewoners hier zeker vrolijk van worden. Volkomen smakeloos. Enkele buren van mij in mijn Versijdenstraat noemden dit wangedrocht van nieuwbouw zelfs een ‘gevangenis’ of ‘gesticht’. Met ons buurtbewoners die hier voortaan elke dag tegenaan zitten te hikken is nooit overleg gepleegd over de verfkleuren van het gebouw. Tenslotte aan de buitenkant ook je visitekaartje.

Het ergste voor mij persoonlijk is dat ik nu voor goed mijn gouden stadsengel op het stadhuis kwijt ben. Onze en zeker mijn beschermengel. Waar ik ooit aan de top en nok van het stadhuis heb mogen naast staan. Zijn vleugels heb ik daar aangeraakt. Dat moest ergens in de jaren tachtig zijn geweest toen onze engel van een nieuwe laag bladgoud werd voorzien. Als toenmalig verslaggever van Het Vrije Volk had ik de eer daar een kleine reportage over te maken. Met onze engel en mij daarnaast op de foto als ‘eeuwig’ bewijs. Pas later realiseerde ik mij dat ik thans de enige levende Rotterdammer ben die naast onze stadhuisengel heeft gestaan. (De ‘bladgoudman’ kwam uit Brabant).

Weg engel dus. Als ik vroeger bij Jana met een smaakvolle versnapering in mijn hand naar buiten zat te mijmeren, straalde de engel mij flonkerend toe. Maar omdat de ‘kazerne’ voor mijn neus enkele meters hoger is geworden, is mijn bovenaardse beschermengel voor goed uit mijn zicht gevlogen. Zo ook een deel van de zon, het zonlicht. Het is hierin niet aan mij om wraak te nemen, maar van een engel weet je dat nooit…

Toppunt ellende
Het toppunt van onze ellende beleefden wij eind 2017 en begin van het Nieuwe Jaar. Om de haverklap konden wij niet werken met deadlines en al omdat er steeds weer sprake was van kabelbreuken in de nieuwbouw. Internet eruit, telefoon eruit, tv weg. Niet een paar keer, maar tot negen keer toe. Inderdaad om knettergek van te worden. Jana en ikzelf haast een inzinking nabij. Dan een hele dag, dan een keer zelfs vijf dagen achterelkaar. IJsberend door je eigen huis heen, met je kop tegen het plafond.

Daarop bij de aannemer Slokker na talloze telefonische acties schadeclaims ingediend. Sturen zij een ‘paljas’ op je af in driedelig kostuum. Die kwam het ‘eigen vlees’ keuren namens zijn opdrachtgever. Eerder had een monteur van de KPN schriftelijk verklaard dat de oorzaak ‘hoogst waarschijnlijk te wijten was’ aan kabelbreuken tijdens de nieuwbouwwerkzaamheden op het terrein van De Provenier in aanbouw. Een overtuigend bewijs in een eventuele rechtszaak.

De ‘paljas’ een gladjanus van de bovenste plank, probeerde toen de schuld in de schoenen te schuiven van KPN. Zonder verder onderzoek of wat dan ook. Nadat wij keer op keer hadden verklaard hoe de vork werkelijk in de steel zat, met daarbij de overhandiging van een kopie van de verklaring van de KPN-monteur. Maar toen sprak de ‘vleeskeurder’ van eigen vlees met een staalhard gezicht: ‘Schade? Over welke schade heeft u het eigenlijk, meneer Postma?!’

Ik vloog ziedend overeind. Als Jana mij op dat moment niet had tegen gehouden dan had ik deze paljas in apenpak met kop en staart van onze trappen gepleurd.

Dat ik dit uiteindelijk niet heb gedaan, daar heb ik nog spijt van tot op de dag van vandaag.

Bron foto: Rinus Vuik

Arie C. Torcque Zaanen :
Je hebt er in elk geval mooie herinneringen aan over gehouden, het is beter iets te verliezen dan dat je het nooit hebt gehad, en ach Jim, je hebt Jana nog is dat niet veel belangrijker.

dinsdag 13 nov 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties