Stop Woorden

7492-stop-woorden (Door Jim Postma)

Super! Of zo?

‘Snap je?!’

Als er iets is dat mij mateloos irriteert in het gebruik van onze moedertaal, dan zijn dat stopwoorden. Met name door de aankomende jonge generaties. Let maar eens goed op hun huidige taalgebruik. Een aantal van die zogenaamde stopwoorden zijn onder de jongeren mateloos populair. Zoals na elke tweede of derde zin het woordje ‘Super!’ Of: ‘Nou, dat is super, joh!’


Je zou haast een actie hierover gaan beginnen onder het motto: ‘Stop de stopwoorden.’ Is deze trend nu iets van deze laatste tijd of kwam dat reeds voor in de oudere generaties onder ons. Zo kan ik zelf nog herinneren kunstenaar en auteur Jan Wolkers tijdens zijn vele vraaggesprekken. Haast elke zin van hem eindigde met het woordje ‘hè?’. Echt waar, draai zijn interviews maar terug, steeds hetzelfde stopwoordje. Het rare daarvan is dat de meesten van ons zich daar totaal niet van bewust zijn.

Is dit nou allemaal uit gemakzucht? Of proberen zij daarmee het luisterend oor vast te houden? Een ding is zeker, het is en blijft een verarming van ons algehele taalgebruik.

Met een luisterend oor op terrassen of op plekken waar hangjongeren uit hangen komen de volgende stopwoordjes constant aan de orde. ‘Gaan we straks nog naar de bios, of zo?’ Of: ‘Nemen we er nog één, of zo?’

Alarmerend
Daarnaast neemt het aantal vloekwoorden alarmerend onder de jongeren toe. Vooral, ‘kanker dat, kanker dit, die vuile kankerhoer, dat kankerjong’, haast terugkomend in elke zin. Met name van de ‘nieuwe Rotterdammers, oorspronkelijk afkomstig uit Marokko (‘kutMarokkaantjes’) en uit Turkije. Vreemd genoeg gaat het hier niet zelden om jonge meiden met hoofddoeken op. Onder jongeren met een Surinaamse of Chinese afkomst hoor ik dergelijke verachtelijke scheldwoorden bijna nooit.

Je vraagt je dan automatisch af of dit te maken heeft met weinig of geen opvoeding van de betrokken ouders. Of doen die maar net of ze deze verfoeilijke straattaal niet horen. En hoe zit het dan verder met de leraren op scholen die dit zeker te horen krijgen op schoolpleinen en de straten daar om heen. Wordt hier tijdens de schoollessen door de onderwijzers ooit over gesproken?

In bruine kroegen van een laag allooi zijn deze vloeken zeker ook niet van de lucht. Naast het dagelijkse gekanker op alles en iedereen vallen de ‘gvd’s’ als rotte appelen uit de alcoholistische kelen. En het ergste hiervan is ook weer dat ze elkaar napraten als papegaaien, zonder dat zelf te beseffen. Of gaat het hier gewoon stomvervelend stoer doen. Feit is echter dat er haast niemand in de zaak iets van zegt. Zelfs de uitbater niet of de betrokken barkeeper.

Rede n voor mij is in ieder geval dit soort scheldtenten zoveel mogelijk te mijden, hoewel ik zelf allesbehalve ‘een heilig boontje’ ben als gelouterde kroegtijger. De vele ‘gvd’s’ en alle vloeken met ‘kanker’ daarin stuiten mij werkelijk tegen de borst. Vooral omdat deze haatdragende stopwoorden absoluut niet noodzakelijk zijn om in klare andere taal je gevoelens te verwoorden. Soms betrap ik mijzelf daar op om de betrokkenen daar op te wijzen. En soms, gelukkig maar, bieden zij hiervoor hun excuses aan. Welgemeend of niet.

Bij ‘yuppen’ en vaak bij ‘would-be-kunstenaars’ is het gebruik van het stopwoord ‘Cool’ in vele zinnen te horen. Ja en daar word je natuurlijk zelf ‘cool’ van. En anders ‘high!’

‘Stotteraar’
Hoe makkelijk het is om stopwoorden of stopzinnetjes over te nemen heb ik zelf mogen ervaren in een kroeg waar een notoire ‘stotteraar’ kwam. Als hij voor de zoveelste keer niet uit zijn woorden kwam, stotterde hij ‘Hoe heet het?...’. Dan keek hij je aan met zo’n blik van: ‘Zeg jij het eens?!’ Maar daar trapte ik natuurlijk niet in. Een stotteraar hoor je geduldig aan te horen net zo lang tot hij of zij er zelf uit is. Trouwens, het is maar zelden dat je in dit kader een vrouw hoort stotteren. Ook weer voer voor psychologen.

Verbazingwekkend is het hier weer dat ik zelf in gesprekken het zinnetje ‘Hoe heet het?...’, van hem heb overgenomen. Meestal als ik niet snel genoeg op een naam of een uitdrukking kon komen. Ja, het kan dus verkeren.

Een voor mij bekende wat oudere kunstenares roept om de twee of drie zinnen het woordje ‘kadootje’. Een paar keer is leuk natuurlijk. Maar als dit zich maar blijft herhalen en herhalen dan wordt dit uiteindelijk een saai gesprek. Meestal met een knipoog beëindig ik het zelf met de woorden, ‘ja sorry hoor, maar ik heb vandaag écht geen kadootje voor je.’

‘Snap je?!’
Dan heb je de categorie van ‘snap je?’ Zowel bij ouderen als jongeren. Daar heb ik écht een hekel aan. Of ze je aanzien voor de eerste de beste ‘domoor’ die niets begrijpt van wat hij of zij zegt. Na verloop van tijd en na de zoveelste ‘snap je’, antwoord ik ironisch: ‘Nee, ik snap er geen reet van…’. Einde gesprek dus.

In mijn vakantiewerkplaats buiten Rotterdam in Oude –Tonge zit ik bij gebrek aan een ‘wifi’ vaak te tikken in hotel ‘Lely’. Voor mij persoonlijk een luxe bedevaartoord met hele charmante en ijverige dienstertjes. Meestal nog schoolgaande vakantiehulpen die er op die manier een centje bijverdienen en sociale contacten opdoen met de meestal oudere gasten. Als ik bij een van hen met een wulps paardenstaartje afreken en een kleine fooi geef, zegt zij altijd met een heel blij gezicht ‘Super’. En of gebruikt zij automatisch het stopwoordje ‘Super’ weer tijdens gesprekjes met de jonge collega’s.

Toen zij van de week bij mij weer het woord ‘Super!’ liet vallen, kon ik het niet nalaten om ondeugend te antwoorden. ‘Nee, het is niet Super, maar het is Normaal!’ Zij keek mij even niet begrijpend aan. Daarop sprak ik de verlossende woorden: ‘Ik tank nooit Super, maar altijd Normaal!’

‘Snap je?!’

Kees Versteeg :
Stopwoord nummer één van deze tijd is 'OK'. Dat kan tegenwoordig van alles betekenen, afhankelijk van de manier waarop het wordt uitgesproken.
OK is de moeder van alle surplaces. Het kan ook heel goed 'niet OK' betekenen. Let er maar eens op, OK?

maandag 17 sep 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Tekort aan politie


Met het dagelijkse grote gebrek

aan respectvol gezag

met de daarbij hoognodige alom

gerespecteerde gezagsdragers


Is onze stad

niet meer van ons


JP

  • Nieuw

  • Reacties