Drank & drugs

7354-drank-drugs (Door Alek Dabrowski)

Blowers drinken niet, de gemiddelde blower dan. Dat is een jongen van een jaar of zestien. Na schooltijd koopt hij via een ouder vriendje een paar voorgedraaide joints en paft deze met zijn maten weg op een bankje in het park. Moeder heeft tijdens het avondeten niks in de gaten. Haar slaperige zoon zal het druk hebben op school. En sowieso hebben pubers een ander dagritme dan volgroeide mensen.

De gemiddelde drinker blowt niet. Dat is een man van boven de veertig, die de dagelijkse arbeid afsluit met een paar glazen in zijn stamkroeg. In het weekend gaat hij nog weleens met zijn maten stappen en anders haalt hij de kratten bier in huis voor bij de barbecue, de voetbal of welke gezelligheid thuis dan ook.


Drie decennia geleden kon je in praktisch elk jongerencafé op Rotterdam-Zuid blowen én drinken. Op de hoek van de bar zat de dealer: Rode Libanon, Zwarte Afghaan, of als je aanstellerig wilde doen, een zak gedroogd groenvoer met zaadjes, dat toen nog gewoon weed heette in plaats van wiet, of erger nederwiet. Blowen was toen illegaal, maar nog niet door en door crimineel. Hippies verbouwde het spul thuis. Het THC-gehalte was niet extreem hoog.

Bij dit gemengde aanbod van drank & drugs, zag je al jong de persoonlijke voorkeuren: drinkers stonden actief aan de bar, tapten moppen en vochten graag. Blowers lagen het liefs languit op een bank en beschouwden op hun gemak de wereld om hen heen. “naar school gaan was zinloos, maar wat moest je dan met je leven?” Bij Pink Floyd gingen zij uit hun dak.

Natuurlijk werd er geschakeld tussen drank & drugs. Je was jong en wilde alles uitproberen. Maar na enige tijd werd er meestal gekozen tussen een van de twee verdovingen. Diegenen die wel veel dronken en stug doorblowden vormden een buitencategorie. De haast waarmee zij zichzelf ten gronde richtten wekte eerst bewondering, later medelijden. Het is goed dat er voor deze mensen nu strengere regels bestaan, om hen tegen zichzelf te beschermen.

In de binnenstad was er toen meer scheiding tussen blowers, die zich ophielden in coffeeshops en de drinkers. In de meeste kroegen waren drugs niet toegestaan. Natuurlijk waren er uitzonderingen. In Parkzicht liep je met een reuzenjoint in de ene en met een fles bier in de andere hand, alle ruimtes door. En je had het legendarisch café De Seen, op de Oude Binnenweg. Stefan van Hoek omschreef De Seen als een etablissement waar de gast zich kon “wagen aan de strijd om het combinatieklassement: het worden van dronken én stoned tegelijkertijd”. De schrijver behoort zelf tot de eerder genoemde buitencategorie en verdient daarbinnen om twee redenen een ereplaats. Ten eerste leeft hij thans nog. Ten tweede heeft hij prachtig over zijn bestaan vol drank & drugs geschreven in ‘Wat een lelijk kind ben jij’.

Vanuit Zuid bezochten we wel eens De Seen op dagen dat we het niet meer uithielden op school. Met name de vrijdagmiddag hadden wij het zwaar in de sombere schoollokalen. Liever zaten we dan om 12 uur aan een tafeltje voorovergebogen over een stuk brokkelstuff, de lokale specialiteit van De Seen. Een half uur later keken we elkaar glazig aan. Er werd niet meer gesproken. Af en toe moest iemand plotseling lachen. Ik wilde het liefst slapen.

Deze sessies, in De Seen en elders, waren omgeven met allerlei rituelen: het precies dichtrollen van de joint, het gebruik van blauwe Rizla, het rond laten gaan, het bestuderen van elkaar pupillen, het zien van tekenen van stonedheid, enzovoorts. Naast de blowrituelen waren er de verhalen over waar je de beste hasj kon roken en de twijfel wat er in godsnaam was toegevoegd aan dat spul uit De Seen, want hier werd je wel heel erg relaxt van.

De relaxte sfeer in de Seen werd ooit bruut verstoord. Op een Koninginnedag ergens in de jaren tachtig zaten we er rustig wat te drinken en te roken. Voor de deur speelde een band. Over de Oude Binnenweg kronkelde een mensenmassa voorbij. Hieruit maakte zich plots een groepje mannen los; skinheads of voetbalhooligans, ik weet het niet meer. Zij grepen een tafel en mieterde die dwars door het grote raam van De Seen: alom glasscherven en geschreeuw. Een bandlid lag op de grond en werd geschopt en geslagen. Een totaal zinloze actie. De bezoekers waren in shock. Drank & drugs waren er nodig om de boel te kalmeren.

De Seen bleef gewoon open. In die tijd moest er wel wat meer gebeuren eer een etablissement van overheidswege werd gesloten. Ik kwam er niet vaak meer en ontdekte dat ik geen blower was. Het geheel – de rituelen, het geslaap, het pochen - begon mij danig te vervelen. Ik had de lol begrepen, maar op den duur wist ik het wel. Liever hield ik mijn ogen open met een groot glas koude pils of een duister Belgisch biertje in de hand.

Jos Valster :
Ik behoor tot de groep van blowers die ook graag een borreltje of een wit wijntje weg kan werken.
Niks mis mee, dat van die 5 plantjes heeft onze fijne ex burgemeester zo weten te veranderen dat als de buren zeggen hè get wat een rare plantjes, de politie ze mag komen ophalen en vernietigen.....fijne man die ivo.......ik heb ooit eens if I was a rich man gespeeld voor hem, toen zei die al dat ik precies wist wat hij leuk vind.......afijn.......
Waarvan akte of niet who cares.....alhoewel beter één akte in de hand.......vroegger had je er nog een speciale tas voor.....

maandag 15 okt 2018

Jim Postma :
Overigens ben ik van mening met al die Nederwiet-blowers in de wind dat alleen daardoor al het hoogst noodzakelijk is dat onze dijken moeten worden verhoogd.

Waarvan akte.

zaterdag 21 jul 2018

Frank Drion :
overigens blijf ik van mening dat blowen tot hersenverweking lijd.

zaterdag 21 jul 2018

Jim Postma :
Now you are talking Sör! Weed verbouwen in heel Nederland volkomen vrij geven, zowel (medicinaal) van de overheid, als particulier. Stoppen met al die totaal onnodige miljoenen verslindende heksenjachten van justitie (politie).
Bejaardentehuizen vol gooien met weedcakes ('we gaan nog niet naar huis, nog lange niet!...@@@).

Prijzen en criminaliteit dalen naar recordlaagte. Everybody happy, go Lucky.
Verder een fascinerend exportproduct ('Nederweed, betere, bestaat er niet') en vanuit al die miljarden inkomsten verdwijnt het 'eigen risico bij onze 'Tante Rotzorg' als vanzelf.

Trouwens, heden ten dage, zijn zij (weedproducties)in nota bene de Verenigde Staten al vele stappen verder dan bij ons.

Waarvan akte!
(p.s,. Sör, gezien je staat van dienst in deze maak ik je bij voorbaat al grootaandeelhouder. D.w.z. Veertig procent voor jou, de overige 60 procent kan je vanzelf al raden, nietwaar!).

maandag 16 jul 2018

Ronald Sörensen :
Merkwaardig toch dat ik bij (oud)gebruikers altijd hoor dat ze duf worden.

Het gebruik van softdrugs verscherpt en verdiept de waarneming.
Luister naar Satie of Bach en je begrijpt iedere noot en hoort het geniale.
Ooit geblowed en toen een kopie van een werk van Paul Klee gezien. Ik begreep het! Zag de intentie.

Ik ben gestopt, toen ik voor een concert een blowtje pakte. Zwakte , want je moet onder zonder kunnen genieten. Dat kan ik nu, maar het blowen heeft me een enorme duw in mijn rug gegeven.
Niets mis mee.
Overigens heb ik in 2002 al voorgesteld om gemeente wiet (weed) te gaan verbouwen. Iedere Rotterdammer mag legaal vijf plantjes hebben.
Vraag 100 Rotterdammers hun medewerking en verbouw hun plantjes in een gemeentelijke kas (naam eigenaar erbij).

maandag 09 jul 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Aforismen 3: Pim Fortuyn (1948-2002)


(Door Kees Versteeg)

Deze ‘Vriend des Vaderlands’ behoeft geen nadere introductie. Nieuwsfeit: gisteren werd de Pim Fortuyn Prijs 2019 uitgereikt. Die eert de strijders voor het Vrije Woord.

De Rotterdamse AD-columniste, televisiepresentatrice en documentairemaakster Fidan Ekiz was één van de genomineerden. Een pikante nominatie volgens velen, gezien haar Nederturkse achtergrond. Ze reageerde daarop in het AD. ‘Dus: wat ik van mijn nominatie vind? De Pim Fortuyn Prijs is keihard nodig. Het is niet alleen schandalig dat ik dit anno 2019 moet schrijven. Het is dieptreurig.’

Ze won niet. De prijs gaat dit jaar naar de misdaadverslaggevers John van den Heuvel en Paul Vugts. Voor hun onverschrokken verslaggeving over de georganiseerde misdaad. Ze ontvingen tal van doodsbedreigingen en moesten meerdere malen onderduiken.

Van den Heuvel en Vugts zijn goede en dappere journalisten. Fidan Ekiz is een mooie, dappere en intelligente vrouw. De andere genomineerden zijn ook dapper. Laten we hopen dat we nog lang van ze mogen horen, en geen inspiratie ontlenen aan dit aforisme van Pim Fortuyn: ‘Als je onsterfelijk wilt worden, moet je wel op tijd doodgaan’.

  • Nieuw

  • Reacties