Het Oude Tramhuis

7304-het-oude-tramhuis (Door Alek Dabrowski)

Er zijn cafés die alleen diep in de nacht werden bezocht. Het besluit om er heen te gaan ontstond op een moment dat het gezonde verstand al enige uren het lichaam had verlaten. Overdag piekerde je er niet over om er een stap over de drempel te zetten. Maar het stadium van piekeren was je op zaterdagavond na vieren voorbij. De verhalen die over zulke nachten in het geheugen zijn achtergebleven zijn per definitie vaag.

Eén zo’n kroeg – en meteen een van de meest beruchte – is het Oude Tramhuis op het Eendrachtsplein, oftewel het Hermesplantsoen. In de jaren tachtig stond op het genoemde tijdstip van vier uur ’s nachts een aantal opties open: café Pleij aan de Oostzeedijk (ging nooit dicht), Bonaparte (kwam je wel binnen, maar kwam je er nog uit?), Cita 2000 (moest je wel zin in luide muziek hebben) en het Tramhuis. Je kon ook gewoon naar bed gaan, maar we waren jong en hadden altijd dorst.

Het Tramhuis heeft een lange geschiedenis. Begin twintigste eeuw werd het gebouwd. Het deed achtereenvolgens dienst als werkplaats, wachthuis en onderkomen voor de technische dienst van de RET. Het gebouwtje werd vaak verplaatst. Het stond op zes verschillende locaties in Rotterdam, waaronder het Beursplein en het Weena. Vanaf 1971 staat het Tramhuis op de huidige plek. Eerst als koffiezaak, later als (nacht)café.

Ik denk regelmatig aan Het Oude Tramhuis. Elke week fiets ik er wel een keer langs. Dan zie ik een laffe Kebabzaak, waar in spuuglelijke kleuren vleesafval wordt aangeprezen. Wat mij opvalt is dat de onderneming wel erg vaak gesloten is. Raadselachtig voor zo’n toplocatie.

Ik moest ook aan het Tramhuis denken omdat een oude vriendin (E.) onlangs vertelde dat wij er een keer samen zijn doorgezakt in het Oude Tramhuis. Wonderlijk, ik kon mij er niets meer van herinneren. Het geheugen is een raadsel. Wat ik drie weken geleden heb uitgespookt, weet ik mij nauwelijks te herinneren, maar de jaren tachtig en negentig staan mij nog glashelder voor de geest. Alleen sommige stapavonden dreigen nu in de vergetelheid te geraken.

Zoals ik hierboven al schreef, nachtverhalen waar kroegen als het Oude Tramhuis in voorkomen zijn per definitie vaag. Ik bekijk een oude foto waarop te zien is hoe het Tramhuis op zijn huidige plaats werd gezet. Op wielen werd het gebouw vervoerd. Ik weet toch zeker dat ik ’s nachts een ijzeren trap afging om bij de toiletten terecht te komen. Hoe hebben ze dat gedaan? Is de kelder later uitgegraven? Alles is mogelijk.

Een paar Tramhuisverhalen borrelen op uit mijn geheugen. Voor de betrouwbaarheid kan ik onmogelijk instaan. Vlakbij het Tramhuis was een taxistandplaats. Chauffeurs kwamen er ’s nachts regelmatig wat drinken: een colaatje, of als het werk erop zat een biertje. Op een zekere nacht vormde een bende taxichauffeurs aan de bar de meerderheid van het publiek. De gesprekken werden steeds slapper. Herenondergoed was het onderwerp van gesprek. Plotseling zagen wij de heren collectief hun broek laten zakken om elkaars ondergoed te vergelijken. Een wedstrijdelement sloop erin: wie had de mooiste onderbroek aan?

Een andere anekdote draait om de forse, volslanke barvrouw, eentje die het nachtleven door en door kent. Al rokend en tappend overzag zij de hele zaak, ongeacht welke kant zij opkeek. De jongens moesten niets bij haar proberen. Maar eens, diep in de nacht, had zij een vrolijke bui. Iedere man die een biertje bestelde mocht even – zolang het tapproces aan de gang was - aan een van haar grote borsten zitten. Voor sommige mannen kwam een jongensdroom uit. Ben ik erbij geweest? Ik vrees van wel, maar kan het mij niet meer herinneren.

Foto’s:

Ary Groeneveld - Het Oude Tramhuis wordt geplaatst

Wim L.J. Consenheim – Het Oude Tramhuis met Fikkie

Jim Postma :
De vechtpartijen (nog net geen schieten en messentrekkers) die ik aldaar in mijn Vrije Volk-periode (1975 - 1990) na het 'zakken van de krant' waren destijds niet meer op een hand te tellen. Dronken taxichauffeurs, dronken obers en ander horecatuig, pooïers, snollen en doorgeslagen zeelieden gaven het Oude Tramhuis een reputatie die je niet graag wilde missen.
Zelfs mijn Oude RET-Strippenkaart (met 30 strippen)was in een paar jaartjes tijd volkomen vol gestempeld. Met bloeddoorlopen blauwe ogen, bloedneuzen, gebroken ribben, schouders, armen, handen, tanden en de diverse hersenschuddingen. De ambulances reden af en aan, zonder gedwongen sluiting van deze Oude Tramhuis-tent.

Wat een fantastische tijd was dat!

Zo lang je natuurlijk in de achterhoede bleef staan als zogenaamde 'rugdekking'.

In die tijd een hele Oude Tramhuis Kunst.

Waar de 'watjes en mietjes' van dit 'onderwereldvolkje' al snel werden gescheiden.

dinsdag 12 jun 2018

Jeroen Waardenburg :
Het Oude Tram Huis,zou een mooie Hollandsche krokettenkiosk kunnen zijn op de zogenaamde nieuwe Coolsingel, liefst voor C&A, stond er vroeger ook een.

maandag 11 jun 2018

Arie C. Torcque Zaanen :
Een wedstrijdelement sloop erin: wie had de mooiste onderbroek aan?

Ik denk (maar wie ben ik) dat men wilde weten wie er nog een onderbroek met een gulp had, vandaag aan de dag kun je alleen maar "Gender" vriendelijke onderbroeken kopen, zijn zowel voor mannen als voor vrouwen

maandag 11 jun 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties