Een historische kat in de zak?

7290-een-historische-kat-in-de-zak (Door Ronald Sörensen)

De houding van historisch genootschap Roterodamum t.o.v. de partij die de laatste 20 jaar de Rotterdamse politiek beheerst, versterkt mijn oordeel dat geschiedenis geen wetenschap is.

Mijn boekje (uittreksel doctoraal scriptie) over de NSB in Rotterdam zal tevergeefs worden opgevraagd op hun zoekmachine. Ook naar het boek van Jan Booister: “Clash aan de Coolsingel“ over de geschiedenis van Leefbaar Rotterdam zal tevergeefs worden gezocht. Merkwaardig natuurlijk voor een genootschap dat zich bezig houdt met de geschiedenis van onze stad. Nu kan het aan de zoekmachine liggen, maar ik heb zo’n mijn bedenkingen.

Die bedenkingen zijn ook ingegeven door een publicatie over mijn historisch specialisme en onderwerp van mijn MO scriptie: NSB burgemeester Müller. Het genootschap kwam op het idee er een artikel aan hem te wijden, maar negeerde mij en benaderde een historica uit 020, die eenmaal in het Rotterdams archief bezig zich uiteraard met een aantal vragen tot mij wendde. Nadat ik haar verbaasd mijn antwoorden gegeven had, vroeg ze: “Bent u eigenlijk lid van Roterodamum?”Na mijn bevestigende antwoord hoorde ik haar denken: “Waarom schrijft hij dat artikel dan niet?” Ik had haar het antwoord kunnen geven: Omdat geschiedenis – zeker hedendaagse – politiek i.p.v. wetenschap is. In dit geval anti Leefbaar politiek. Ik ben ook nooit als één van de weinige leden, die naast geschiedenis gestudeerd en beschreven te hebben ook – op lokaal niveau - geschiedenis gemaakt heeft, gevraagd om een lezing te houden. In dat zichzelf zo deftig voordoende genootschap wordt een oud vakbondsman en ex- PvdA’er natuurlijk genegeerd. Of zal het wat anders zijn?

Enfin, dat genootschap heeft nieuwkomer Sylvain Ephimenco gevraagd een essay te schrijven over “Iets over de blijde intrede van een jonge immigrant in het Rotterdam van de jaren zeventig” Een opdracht met een dubbele “leve de multiculturalteit “agenda!

Sylvain heeft zich geweldig van zijn taak gekweten. In een bijna ontroerend begin beschrijft hij zijn worsteling met de Nederlandse zeden en de Nederlandse taal; zijn hart volgend kwam hij in onze stad en accepteerde zijn aanvankelijke moeilijkheden door hard werken en het leren van de taal, waarvan hij – dat blijkt ook uit het essay – steeds meer ging houden.

Dat is waarschijnlijk precies hetgeen het genootschap voor ogen heeft gestaan! Een nieuwkomer, die zich hartstikke thuis voelt en die zich voor 100 % inzet voor de Nederlandse samenleving. Maar dan komt het laatste hoofdstuk, waarin Sylvain zich uitspreekt over andere nieuwkomers, die geen enkele moeite nemen om b.v. onze taal goed te leren en die zich onderling ook in het gezelschap in een voor ander onbegrijpelijk taal uitlaten. Zijn andere opmerkingen zijn ook koren op mijn Leefbaar molen. Waarom? Ga dat zo snel mogelijk zelf lezen!

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties