Rondjes

7270-rondjes (Door Alek Dabrowski)

De manier waarop mensen zich in de kroeg gedragen zegt veel over hun persoonlijkheid. Stel je wilt met een nieuwe zakenpartner in zee en je kent hem of haar niet zo goed. Ga samen een avondje stappen en je weet voldoende. Zit je tien uur alweer thuis voor de televisie of word je de volgende middag wakker in een politiecel? Dat zijn twee uitersten. Je kunt vervolgens zelf je conclusies trekken.

Eén kenmerkend onderdeel van het stappen is het geven van rondjes. Hoe verschillend kunnen mannen hiermee om gaan. Een eerste type is de gulle gever. Hij maakt bij zijn entree al duidelijk dat hij er zin in heeft. Hij groet iedereen en lacht iets te uitbundig naar de barvrouw. Bij het stappen is hij de eerste die een rondje geeft. Hij denkt er verder niet over na wat hij terug krijgt. Als hij maar een gezellige avond heeft, dan heb jij het ook. Wel jammer dat hij soms aan het eind van de avond moeilijk afscheid kan nemen en dan huilend alleen aan de bar achterblijft.

Het andere uiterste is de gier. Dit type zal nooit een rondje geven: uit aangeboren zuinigheid, vanwege nooit geheel verdrongen Calvinisme of de sloeber heeft gewoon nooit geld. Voor sommige mensen lijkt het een principekwestie. Anderen dienen voor hem te betalen. Hij heeft al genoeg voor de samenleving gedaan. Iedere kroeg heeft wel een gier als stamgast. Ik noem geen namen... Eens sprak ik een gier aan bij zijn naam en hij was zwaar beledigd.

Een lichte variant op de gier is de rekenaar. Vroeger ging ik regelmatig stappen met een man die wij de Neus noemden en niet omdat hij zo’n klein neusje had. Verwar hem niet met die andere Neus die nu in het gevang zit. Onze neus was een goedzak. Hij bulkte van het geld, zeker in de ogen van ons, arme studenten.

Nooit heb ik hem als eerste een rondje zien geven. Meestal kwam hij als derde of vierde aan de beurt. Hij koos zijn moment goed, wanneer nog niet iedereen zijn glas leeg had. Bij het uitserveren nam hij ruim de tijd. Iedereen moest beseffen dat dit zijn rondje was. De Neus voerde deze performance zo goed uit dat veel mensen niet door hadden dat hij een rekenaar was. Wij pakten hem weleens terug door juist bij zijn ronde trek te krijgen in een zwaar Belgisch biertje.

Zelf maakte ik voor het eerst kennis met het verschijnsel rondje toen ik met mijn vader in een café zat. In het weekend logeerde ik als kind weleens bij hem. Zondag aan het eind van de ochtend maakten we eens een wandeling langs het water. Pa kreeg dorst en we legden aan in een cafeetje in Kralingen. Hij nam aan de bar een pilsje, onderwijl de stamgasten vriendelijk groetend. Ik werd achter de flipperkast gezet met een echte cola.

Na mijn tweede cola moest ik plassen, maar zag op tegen het wc-bezoek in deze donkere ruimte. Ik wilde mijn vader vragen wanneer we weer verder gingen, toen de deur openzwaaide en een vrouw lachend de kroeg binnentrad. Zij had iets te vieren en trok meteen krachtig aan een boven de bar hangende bel. Iedereen veerde vrolijk op. Mijn vader legde uit dat dit niet het moment was om te vertrekken. Het zou zelfs als een belediging opgevat kunnen worden.

Ik begreep later dat zo’n rondje van de zaak ook als een valstrik kan werken. Een vriend vertelde laatst dat hij noodgedwongen een hele dag in een kroeg op het Noordereiland was blijven plakken. Hij dronk er een biertje toen hij vanuit de kring van stamgasten een tweede bier kreeg aangeboden. Hij weigerde niet en zat vervolgens in het rondjessysteem van deze kroegtijgers. Het tempo zat er flink in. Nu kon hij niet meer zomaar weglopen. Hij gaf eerst zelf een rondje, maar kreeg binnen de kortste tijd weer drie pils voor zijn neus. Een tweede rondje van zijn kant volgde, enzovoorts, enzovoorts. Op zo’n moment zou je wensen dat er meer gieren in de kroeg zitten.

Jim Postma :
Over rondjes weg geven werd ik al vroeg geïnformeerd door mijn Oude Heer. Nog voor ik zelf vanwege mijn jeugdige leeftijd in de kroeg kwam. Zo werd ik ook al van tevoren gewaarschuwd voor kroegen met spiegels en roze lampen. Levensgevaarlijk, tot op de dag van vandaag.
Mijn oude heer, zeer zeker ook niet van gisteren, kwam zo de gewone bruine kroeg in gelopen en vanuit het einde van de bar (met zeven man om tafel) werd er geroepen: 'Ha, die Teunis! Geef hem van ONS een biertje!'.

En als hij dat dan bij zijn binnenkomen accepteerde, kon hij na dat ENE biertje, er ZEVEN terug geven!'

Wat een absolute CHARLETANS, berekend tot aan het bot!

Kom hier nog uitgebreid op terug, na talloze barlessen in dit kader!

woensdag 30 mei 2018

Jeroen Waardenburg :
Heerlijk die Hollandsche kleinburgelijkheid over rondjes geven omdat een of andere vent ook altijd in die kroeg komt de zogenaamde stamgast.Voorts niemand kan in andermans/vrouw geldbeursje kijken.Veel mensen willen gewoon een biertje drinken zonder al dat verplichtende geouwehoer.

Zo nu maar een goedkoop Alfa biertje uit eigen koelkast goed gekoeld zonder gedoe.

En wat weggeven is alleen voor echte vrienden bedoeld en meer niet.

dinsdag 29 mei 2018

Ronald Sörensen :
Die gier is bekend in eigen en onze kring en zo blijft het.

maandag 28 mei 2018

Alek Dabrowski :
Ha Ronald, nu ben ik natuurlijk benieuwd. Wie was die gier?

vrijdag 25 mei 2018

Arie C. Torcque Zaanen :
Ja Ronald (con tu permiso) dan zijn er ook een heleboel die bij het afrekenen zonodig moeten aftappen....

vrijdag 25 mei 2018

Ronald Sörensen :
Soms is het gedrag van mensen ontluisterend.
We stonden in een kroeg aan de Oostzeedijk met o.a. de deelraadvoorzitter.8000,- euro per maand zonder onkostenvergoeding.

Vijf man dus vier gaven een rondje en wachtte geduldig op no.5, die deed of zijn neus bloedde. Vooruit dan maar weer en weer vier biertjes tot het wachten weer begon, maar nu standvastiger. No 5 (de politicus) ging uiteindelijk naar de bar en kwam terug met alleen een biertje voor zichzelf!

vrijdag 25 mei 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Leve onze grote vriend ‘Den Dood’


De zon komt op, op en op. En duikt weer onder.
Al miljarden jaren lang. De zon is eeuwig.
De zon komt op, op en op en duikt weer onder.
Al biljoenen jaren lang. Onze zon is oneindig.

Alleen wij stervelingen
– zij die sterven gaan, groeten U -
leven
geen fractie met duizenden nullen
achter de komma van een seconde.

Zelfs de arme eendagsvlinder
is stukken beter af dan wij.

Na zo’n kleine honderd jaar (in mensenjaren)
is ons leven op. Op is op, nietwaar?
In een flits van een gebroken zonnestraal.

Voor ‘Den Dood’ hoeft niemand meer te vrezen.
Onze ‘Vriend Den Dood’ is de grote bevrijder
van onze aardse, soms helse, kommer en kwel.

Het is ‘Mister en Missis Ouderdom’
die wij moeten vrezen.
Zo geniepig, zo snel,
met al hun gebreken en pijnen.
Geen ontsnappen aan. Voor rijk noch arm.

Hoe ouder en ouder, hoe stokouder,
hoe groter onze angsten.
Om tenslotte als verscheurd perkamentpapier
te verschrompelen
onder die schijnbare meedogenloze,
harteloze koperen ploert.

De mens komt op, op en op.
En duikt weer onder.
Een mensenleven lang.

Zie onze bevrijder.
Leve onze grote vriend ‘Den Dood’.


Jim Postma


  • Nieuw

  • Reacties