‘Kwakkie’ met Lucky Day

7246-kwakkie-met-lucky-day (Door Jim Postma)


Zit heerlijk zomers te genieten op het terras van café Companje aan de Teilingerstraat als voormalig leraar Pieter (Duits aan het Zadkinecollege) mij gezelschap komt houden. Hij, al weer enkele jaren gepensioneerd, met nog steeds een jongensachtig hoofd en wel natuurlijk met nog goed gevulde grijze haren.

Voor zijn neus staat zijn haast al weer ‘eeuwenoude metgezel’, een vorstelijk glas rode wijn. Met zijn zuiderlijke tongval altijd weer een genoegen voor praatjes-pot, in het kader van ‘gezelligheid kent geen tijd.’ Hij steekt meteen van wal als ik een forse nip neem van mijn goud-gele-rakker.

‘Moet je zien’, zo wijst hij naar zijn schouder, ‘ben ik te pakken genomen door zo'n smerige rotduif die zijn kwakkie bovenop mijn mooie colbertje heeft gekakt. Een vieze bijtende rotzooi die je haast niet zonder vlekken van je pak af krijgt.’

Ik kan een glimlach niet onderdrukken als ik tegen Pieter zeg: ‘Nou, dan heb je toch geluk gehad!’ Pieter, stomverbaasd: ‘Noem je dat geluk!’ Als ik het hem wil uitleggen komt eveneens vaste stamgast Ditteke naast ons zitten met flesje bier. Zij heeft zojuist de laatste flarden van ons gesprek opgevangen en zegt nu op haar beurt: ‘Nou, zeker een rotzooi. Ik had het een keer met een duif die net van de rode bessen had gesnoept. Die rooie vlek is er nooit meer uitgekomen.’

Eindelijk kan ik het stokje weer overnemen als ik zeg: ‘Toch, zo leerde ik al vroeg van wijlen mijn oma, brengt vogelenpoep meestal geluk.’ Ik zei dit in de volste overtuiging toen heel vroeger dus het nog barste van het bijgeloof. Zoals een openstaande paraplu in huis bracht ongeluk. Als je op tafel zou morsen zou je bezocht worden door een boze geest. En nog veel meer van die fabeltjes uit de toenmalige Fabeltjeskrant.

Geen wonder dus dat zowel Pieter als Ditteke reuze verbaasd waren over deze zogenaamde oude volkswijsheden. ,Sterker nog, ik zal vertellen wat mij met die vogelenpoep is overkomen. Ongelooflijk! Maar ik zweer jullie, honderd procent de waarheid. Een dergelijk verhaal als mij is overkomen, kan je niet eens verzinnen!’

Café Timmer
Nu toch nieuwsgierig geworden wachtten beiden mijn verslag in een zeker spanningsveld af. ‘Zat destijds op zo’n mooie dag als deze op het terras van bekend oud-café Timmer aan de Oude Binnenweg. Ook weer gelukkig in gezellig gezelschap, net als nu. Alleen zaten er daar zo’n tien gasten aan tafel toen plotseling zo’n klodder op mijn rechterschouder belandde. Net op zo’n stil moment dat je nog duidelijk het ‘kwakkie’ kon horen vallen. De betrokken duif zat vlak boven mij te stralen op het randje van een jaloezie vlak boven de etalageruit.

Mijn tafelgenoten was dit tafereel niet ontgaan en iedereen barste vol leedvermaak los in een schaterende lachbui. Met natuurlijk weer zoals vanouds alle ogen gericht op ‘Kwatta’. In zo’n situatie probeer je althans je toch nog een houding te geven. ‘Even naar de plee’, sprak ik als een boer met kiespijn’, gaan we het varkentje weer even wassen.’

Op het moment dat ik terugkeerde met een natte vlek op mijn schouder riep ik haast triomfantelijk: ‘Nou, ik heb nog geluk gehad ook!’ Eveneens trof ik nu verbaasde gezichten. ‘Ja’, zei ik dankbaar voor de vrolijke belangstelling, ‘voor hetzelfde geld had die duif midden op mijn kop gekakt. En daar heb ik toch al niet zo veel haren meer…’.

Comedy Capers
Nog als middelpunt van de belangstelling ging ik weer geheel relaxed zitten. En amper zat ik weer of een nog grotere kwak kletste bovenop mijn kruin. Spatte aldaar uiteen over de rest van mijn kleding.

Het tafereeltje dat toen ontstond had in een korte film zeker niet misstaan op YouTube. Het was nu niet meer gierend van de lach, maar blauw en bulderend van de lach, waarbij er een zijn evenwicht verloor en zo op straat rolde. Comedy Capers in Optima Forma.

Nadat de hele ploeg eindelijk tot rust was gekomen, kneep ik er stilletjes tussenuit naar de eerste de beste sigarenboer. En met de woorden van wijlen mijn oma Nel nog in mijn achterhoofd kocht ik een lootje van ‘Lucky Day.’

Pas de volgende dag ontdekte ik tot mijn eigen stomme verwondering dat ik met acht of negen getallen goed zo’n 1200 euro had gewonnen. Om de voor kroegtijgers bekende redenen heb ik dit heuglijke nieuws nooit door verteld aan mijn destijds illustere gezelschap bij café Timmer. Alleen ‘gekke Henkie’ zou dit tot zijn eigen schade en schande wel doen. Een rondje weggeven is een ding, maar een heel terras schreeuwend om ‘vul de kelken!’ ging mij persoonlijk te ver.

‘Maar ik ga onmiddellijk zo’n Lucky Day kopen’, riep Pieter enthousiast terwijl hij opstond.

Heb het hem nog niet durven vragen. Maar Pieter, in ieder geval veel geluk met je ‘vogelenpoep!’

Chris Ripken :
Weer een meesterlijke Jim!

woensdag 16 mei 2018

Jana Beranová :
wij ook, in de pluralis Majestatis, hopende, verlangende naar veel nieuwe
meester-columns.

vrijdag 11 mei 2018

Jeroen Waardenburg :
Wij sluiten ons gaarne aan bij de woorden van Rinus Vuik.

woensdag 09 mei 2018

Rinus Vuik :
Voor mij ben en blijf jij de Meester onder de columnisten Jim.Ik heb mijn vitaminen weer binnen, want lachen is gezond, en gelachen heb ik om deze meesterlijke column!!!

woensdag 09 mei 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Militairen ‘blauw ‘ op straat


Gratis ochtendkrant Metro kopte gisteren:
‘Politie zal straks ‘nee’ moeten zeggen’.
En: De werkdruk bij de politie is zo hoog,
dat het aantal overtredingen van de
Arbeidswet dit jaar zal uitkomen op 200.000.

Gevolg: Politiemensen stukken minder gemotiveerd,
te hoge werkdruk leidt tot stress, burn-outs en
aantal ziekmeldingen onder onze wethandhavers
neemt alarmerende vormen aan.

Met nu zo’n 1100 nieuwe agenten erbij en dure
langdurige opleidingen, blijft het landelijke
Nationale Politiekorps dweilen met de kraan open.

Interview met hoofdagent: ‘Wat je alleen wel ziet,
Is dat de burgers langer moeten wachten op een
aangifte die ze hebben gedaan. En ze zullen minder
blauw op straat zien?’

Nog minder blauw op straat? Nog langer wachten
voor de burgers op aangiften? Kan het nog gekker.

De misdaad, zeker de zware criminelen tieren
tegenwoordig zo welig als nooit te voren. Gelegenheid
maakt de dief. Pakkansen steeds kleiner, de
veiligheid op straat en in het verkeer nemen
intussen eveneens alarmerende vormen aan.

Waarom op korte termijn geen militairen tijdelijk
betrekken als noodagent nu de nood het hoogst is.
Wat doen militairen eigenlijk in vredestijd?
Oefenen in de kazerne, in het bos, op het strand
En waarom dus niet direct op straat en in het verkeer?

Met zeer effectieve korte opleidingen tot agent, overal
direct inzetbaar, van terrorismebestrijding tot
invallen bij zware criminelennesten.

Simpel zolang de nood het hoogst is tijdelijk
met een het wisselen van een
groen naar een ‘blauw’ uniform. Met daarbij een
besparing van honderden miljoenen euro’s.

En anders, Opstelten zei het al in alle toonaarden:
'Blauw op straat,
meer blauw op straat,
nog meer blauw op straat.’

Allemaal, allemaal, hartstikke blauw op straat!


Jim Postma.

  • Nieuw

  • Reacties