Eén schoen

7197-e-n-schoen (Door Alek Dabrowski)

Onlangs was ik in debatcentrum Arminius. Als een van de laatsten verliet ik het pand. Vlak voor vertrek bezocht ik nog even de in de kelder gelegen toiletten. Tot mijn verbijstering lag daar één in de steek gelaten schoen. Ik controleerde de verschillende toiletruimtes, maar zag nergens een soortgenoot zitten of liggen. Mijn fantasie slaat op zo’n moment op hol. Wat was er voorgevallen?

Was iemand zo de weg kwijt dat hij – het was duidelijk een herenschoen – één schoeisel verloor? Maar hoe kan het dat iemand dit niet beseft? Hij strompelde op één schoen verder en had niet in de gaten dat er iets niet klopte? Of de tweede mogelijkheid: iemand voelde steeds meer beknelling na een avondjes stappen op te kleine schoenen en trok deze uit. Opgelucht liep hij naar boven. Pas later ontdekte hij iets kwijt te zijn.

Als laatste mogelijkheid sluit ik opzet niet uit. Iemand wilde gewoon een grap uithalen of had overal schijt aan en riep uit: “weg met die teringschoen!”. Misschien was het een cadeautje van zijn ex en moest hij even zijn frustratie kwijt. Maar waarom één schoen? Is die tweede zoekgeraakt? Heeft een ander hem meegenomen? Zoveel eenbenigen lopen er niet rond in Rotterdam, dus die mogelijkheid sluit ik uit.

Op straat zie je ook weleens een eenzame schoen liggen: bijvoorbeeld een verkreukelde meisjesschoen. Ik word er altijd wat treurig van. Een jong stel gaat uit. Hij drinkt te veel bier. Zij doet tegen haar zin in mee, wil hem niet teleurstellen. Dan wordt er afgezakt met vage zoete drankjes. Alles staat haar tegen: de avond, haar vriend, haar leven en haar schoenen.

Later zit zij achter op zijn fiets. Ze zwalken over straat. Haar vriend, de klootzak, is boos omdat zij zich heeft misdragen. Ze heeft de tafel ondergekotst. Vol walging smijt zij haar pumps de sloot in. Eentje haalt het water, de ander blijft op de stoeprand liggen. Een paar uur later wandel ik met mijn hondje voorbij en zie de schoen liggen.

Eenmaal sprak ik iemand die geregeld zijn schoenen tijdens het stappen kwijtraakte, en niet alleen zijn schoenen: ook sleutels, jassen, truien en muntstukken verdwenen zomaar na het drinken van enige borrels en biertjes. Hij heette Cees. Ik kwam hem geregeld tegen in de Academiebar. Deze vergeten gelegenheid zat in de kelder van wat ooit de sociale academie was. Later kreeg het instituut aan de Nieuwstraat een andere naam.

De bar fungeerde als kantine en hangplek na lestijd. Vanaf borreltijd waren het vooral gesjeesde studenten, mislukte leraren en andere dorstigen die de bar bezochten. De bierprijzen waren zeer gunstig. Om de toiletten te bereiken moest je vele deuren door. Je passeerde kantoren waar soms nog nuchtere mensen zaten te werken, een vreemd gezicht. Bij overmatige inname kon iemand even niet goed worden. Het probleem van de toiletten op afstand werd dan pijnlijk duidelijk.

Cees vertelde mij op een keer dat hij uitsluitend nog de Academiebar frequenteerde, vooral om economisch redenen. Niet alleen waren de biertjes hier niet duur, bovendien ging de aanschaf van nieuwe schoenen en andere kledingstukken in de papieren lopen. Om maar te zwijgen over het telkens forceren van de voordeur om zonder sleutel de eigen woning binnen te komen. Op één plek drinken had dit grote voordeel. ‘s Morgens werd je wakker, je miste je schoenen, maar je wist dat je maar op één plek hoefde te zoeken: de Academiebar.

Arie C. Torcque Zaanen :
"Effe gezellig samen "hokken" op het toilet van de kerk, ging dat vroeger zo?"
Nou ja Jan,.. in mijn kerk niet, in mijn kerk waren twee badkamers met Spa en een buitenzwembad. (even ter verduidelijking, ik heb een paar jaar in een tot woonhuis verbouwde Gereformeerde kerk in Aalst Gld. Gewoond.)

maandag 30 apr 2018

Jim Postma :
Het hele verhaal komt eigenlijk hier op neer:

'Ga nooit naast je schoenen lopen...'.

En als je dat per se wel wil doen, dan moet je ze toch eerst uitrekken.

zondag 29 apr 2018

Jan Tak :
Effe gezellig samen "hokken" op het toilet van de kerk, ging dat vroeger zo?

zondag 29 apr 2018

Arie C. Torcque Zaanen :
Nou ja Jan,.. ik ben niet zo "in" met Jim maar ik denk niet dat hij net zo groot is als hij breed is, alhoewel met al die fluitjes en kratjes die hij propageerd weet je maar nooit. Wat ik wel weet is dat de bedoelde ruimtes zo smal zijn om het samen hokken tegen te gaan of het moeten afstamelingen van kabouter Piggelmee zijn die kunnen dan gewoon opelkaar gestapeld worden (Pffff)

zaterdag 28 apr 2018

Jan Tak :
Er is met mij van alles mis Arie maar i.i.g. bedankt voor de correctie :-)
Eerlijk gezegd viel mij allereerst die deurbreedte op, nou daar komt onze Jim niet doorheen.
Het blijft een raadsel?

donderdag 26 apr 2018

Jeroen Waardenburg :
De vraag is ook natuurlijk wat voor merk schoen is het,zal en een Verhulst zijn of een van Bommel................

donderdag 26 apr 2018

Arie C. Torcque Zaanen :
Beste Jan, Er is iets mis met jou rekenkundige inbeeldings vermogen, je schrijft dat de deurklink op +/- 60 cm hoogte is gemonteerd, maar even m'n rekenkundige inbeldingsvermogen geraadpleegd, de steen hoogte van de tussen muurtjes wijzen wel degelijk op 80/90 cm. want bouwstenen van 5 cm hoogte moeten dan wel "Lego" stenen zijn.

donderdag 26 apr 2018

Jan Tak :
Het uittrekken van een schoen is gebruikelijk bij de oudere na-druppelaar, welke schoen is afhankelijk van de kant waar je "hem" draagt, in dit geval dus een "linksdrager"

Maar er is meer vreemd op deze foto:
Deurklinken op +/- 60cm hoogte, deuren van 50 cm breed:

Ik zeg "een pedo op de kleuterschool".

zondag 22 apr 2018

tHEO sTEPPER :
Misschien wilde hij bewijzen dat je wel degelijk op een been kunt lopen? (nadat iemand hem erop wees, dat hij niet zo lullig moest doen en een tweede biertje drinken...)

zondag 22 apr 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Leve onze grote vriend ‘Den Dood’


De zon komt op, op en op. En duikt weer onder.
Al miljarden jaren lang. De zon is eeuwig.
De zon komt op, op en op en duikt weer onder.
Al biljoenen jaren lang. Onze zon is oneindig.

Alleen wij stervelingen
– zij die sterven gaan, groeten U -
leven
geen fractie met duizenden nullen
achter de komma van een seconde.

Zelfs de arme eendagsvlinder
is stukken beter af dan wij.

Na zo’n kleine honderd jaar (in mensenjaren)
is ons leven op. Op is op, nietwaar?
In een flits van een gebroken zonnestraal.

Voor ‘Den Dood’ hoeft niemand meer te vrezen.
Onze ‘Vriend Den Dood’ is de grote bevrijder
van onze aardse, soms helse, kommer en kwel.

Het is ‘Mister en Missis Ouderdom’
die wij moeten vrezen.
Zo geniepig, zo snel,
met al hun gebreken en pijnen.
Geen ontsnappen aan. Voor rijk noch arm.

Hoe ouder en ouder, hoe stokouder,
hoe groter onze angsten.
Om tenslotte als verscheurd perkamentpapier
te verschrompelen
onder die schijnbare meedogenloze,
harteloze koperen ploert.

De mens komt op, op en op.
En duikt weer onder.
Een mensenleven lang.

Zie onze bevrijder.
Leve onze grote vriend ‘Den Dood’.


Jim Postma


  • Nieuw

  • Reacties