Kratje bier

7195-kratje-bier (Door Jim Postma)


Drie steigerwerkers zijn aan de slag op 15 meter hoogte aan een pand nabij het Churchillplein. Zij zijn daar bezig met de nodige reparaties zoals metsel- en voegwerk en het vervangen van verrot hout vlakbij de nok. Frans, de baas, geeft daarbij steeds aanwijzingen aan Willem en Jan. Hoognodig want de beide knechten getuigen niet altijd van optimale handigheid en vooral oplettendheid. Waarschijnlijk te wijten aan hun drankzucht. Zo tussen de bedrijven door, als baas Frans niet in de buurt is, willen zij beneden voor hun lunch uit hun gereedschaptassen nog wel eens stiekem een aantal slokken bier nemen.

Met kauwgom trachtten zij dat meestal te camoufleren. Frans zelf is namelijk geheel onthouder en kan dan behoorlijk te keer gaan als hij zelfs maar alcohol ruikt. Die dag bij het Churchillplein op die 15 meter hoogte stond echter een fel windje met zonneschijn er tussendoor. Willem en Jan, gezworen kameraden, zeker in de kroeg, waren er van overtuigd dat deze keer baas Frans niets zou kunnen ruiken. Reden voor deze knechten om vrolijk te fluiten en waar mogelijk toch op redelijke afstand te blijven van hun ‘bazige’ baas.

Totdat Willem een forse balk pakte van zo’n anderhalve meter en die op zijn schouders tilde. Op dat moment stond Jan vlak achter hem te voegen. Toen vroeg Jan aan Willem, die een beetje hardhorend was, om zich vooral niet met die balk om te draaien. Maar Willem draaide zich wel om naar zijn maat en vroeg op zijn beurt: ‘Wat is er Jan?’ Tijdens dat omdraaien raakte hij Jan met de balk tegen zijn voorhoofd. Als gevolg daarvan zwalkte Jan naar de rand van de steiger.

Evenwicht
Baas Frans schrok zich rot, wilde Jan grijpen, maar die verloor in zijn geheel het evenwicht en kukelde zeer ongelukkig achterover. Vervolgens zien zowel Frans als Willem tot hun grote ontsteltenis dat het reeds te laat was. Jan, nota bene ook nog zonder valhelm, viel met zijn handen en benen zwaaiend de afgrond in en landde aldaar op het trottoir. Zijn beide metgezellen nog steeds op 15 meter hoogte zagen meteen een grote bloedvlek uit zijn hoofd komen.

Willem en Frans stonden erbij en keken er naar, geheel overstuur. Na de grote schrik klommen zij zo snel mogelijk naar beneden toe om te constateren was zij reeds vreesden. Jan bleek morsdood te zijn. Niettemin belden zij meteen de politie en de ambulancedienst via 112. Al na vijf en zeven minuten waren die gearriveerd. Geen enkele hulp mocht meer baten. Frans en Willem moesten zo gedwongen de formaliteiten vervullen die bij dergelijke ongelukken noodzakelijk waren. Met tientallen eveneens zeer geschrokken voorbijgangers in de buurt.

Frans sprak nu zeer ernstig tegenover Willem: ‘Allemaal jouw schuld. Het minste wat wij nu kunnen doen is om zijn weduwe, mevrouw De Visser, gaan informeren. Ik zelf ben daar heel slecht in. Dus zorg jij maar als de sodemieter dat zij wordt geïnformeerd, voordat de politie aan de deur staat.’

Huisadres
Met een weggetrokken wit gezicht ging Willem op weg naar de Gouvernestraat, het huisadres van Jan. Drie kwartier later komt hij terug naar de plek des onheils, waar Frans hem al stond op te wachten. Tot de stomme verbazing echter van de baas bleek Willem een kratje bier op zijn schouders mee te dragen.

Baas Frans is woest. In niet mis te verstane Rotterdamse scheldwoorden vloekt hij Willem uit en zegt daarbij nog hevig verwijtend: ‘Je zou nog naar het huis gaan van mevrouw De Visser!’

Antwoordt Willem geheel timide: ‘Heb ik gedaan baas! Ik belde daar beneden aan. En toen hoorde ik haar stem op vier hoog door de intercom. Toen vroeg ik: ‘Woont hier de weduwe De Visser?!’ En daarop antwoordde zij: ‘Nee, u spreekt met mevrouw De Visser!.

Toen zei ik: ‘Wedden om een kratje bier!’

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties