‘De Kit’

7148-de-kit (Door Jim Postma)

Ben na een zeer lange tijd weer eens terug op de Amsterdamse Wallen. Gelukkig nog net buiten het toeristenseizoen om, anders word je daar knettergek. In mijn Vrije Volktijd al weer lange tijd geleden kwam ik daar vaker in verband met lopende misdaadzaken. Zowel tussen de Rotterdamse als de Amsterdamse penoze. Niet zelden ging het hier toen ook al om afrekeningen in drugsdeals. Al of niet uit de hand gelopen, ruzies en schietpartijen, pure liquidaties.

Als destijds nog avontuurlijk onderzoekjournalist gespecialiseerd in deze zogenaamde onderwerelden in die perioden, likte ik mijn vingers hierbij af. Niet alleen hier in de Maasstad, maar ook in Utrecht, Den Haag, Breda en of het zuiden daarvan en wat noordelijker in Arnhem en soms in Leeuwarden. De adrenaline vloeide hier op zijn sterkst in mijn aderen. ‘Never a dull moment!’

Nu weer ouderwets terug in de hoofdstad, maar helaas zonder misdaadmissie(s). Uit pure nostalgie bezocht ik de tentjes waar vroeger ‘De Holleeders en consorten’ zaten. Naast de voor bekende bruine kroegjes met af toe nog een enkele prostituee. Als laatste bezocht ik een hele populaire in de nabijheid van de Warmoestraat, waar vroeger een berucht politiebureaus was gevestigd.

Guur
Buiten was het guur. Ik had dus die ochtend mijn regenjas aangetrokken met van die ouderwetse epauletten aan weerszijden. En mijn bekende bruine hoed die intussen met mij over grote delen van de aardbol had gezworven. Met donkere vieze vuile vlekken erop, eigenlijk geen gezicht meer. Alleen deze hoed blijft voor mij tot op de dag van vandaag absoluut goud waard. Een junkie die nog in zijn roes zat sprak mij daar een uurtje terug in het Engels op aan. Met een grote ‘smile’ riep hij mij toe: ‘Magic Man!’

Alleen die kreet van hem al maakte mijn hele dag weer goed, alsof die nog niet goed genoeg was. Zo arriveerde ik in dat voor mij nostalgische cafeetje. Binnen was het gezellig druk met bijna allemaal plaatselijke stamgasten. Kleurrijk met veel tatoos, meezingers van André Hazes en luid gekakel als in een kippenhok. Als een wildvreemde stond ik daarbij en keek naar dit folklore schouwspel alsof ik in een theater was terecht gekomen.

De bar was zo goed als ‘uitverkocht’ op een lege barkruk na. Daar ging ik op zitten met een gevoel ‘wie maakt mij wat?’ Na mijn bestelling van een goudgele rakker zou ik daar spoedig achter komen. Op de tap voor mij lag namelijk nog een pakje shag en een glas met nog een schraal gevuld biertje. Ik schrok daar een beetje van en dacht ó jee, waarschijnlijk zit die nu op het toilet. En ja hoor, ik hoorde de wc-deur dichtslaan en daar kwam een zeer potige klant uit. Waarschijnlijk een ex-pooier of wellicht nog steeds in het vak.

Nors
Met boze blik kwam hij mij tegemoet en voordat ik bij mijn lurven werd gegrepen stond ik met een sierlijk gebaar op, met mijn volle glas in de hand (altijd een prima wapen) en sprak hem gemoedelijk toe. ‘Sorry, ik wist niet dat u hier reeds zat.’ Daarop begon hij mij nors op te nemen van onderen naar boven. Daarbij bleef hij ijzig stil en riep plotseling, zodat iedereen het kon horen, misprijzend naar mij: ‘Ik zien het al. De Kit hè. Hey jongens zie je dat, we hebben de Kit in de zaak. Wat mot je nou weer van mij?’, vroeg hij min of meer dreigend.

De kunst in zo’n situatie is dat je dan toch met een pokerface kan blijven kijken, anders is het zo met je afgelopen. Angst ruiken zij als junglefiguren met het recht van de sterkste maar al te snel. En een paar klappen tegen je kop, met een mannetje of drie, zijn zo verkocht. Hoewel ik mij op dit moment juist sterk voelde omdat je niet zo maar wordt uitgemaakt voor ‘de Kit’ oftewel politie of recherche.

Maar ik realiseerde mij ook donders goed in zo’n situatie dat je vooral niet al te bijdehand moest gaan doen. Dus waste ik wijselijk mijn handen in onschuld en deed net of mijn neus bloedde. ‘De Kit’, antwoordde ik ontkennend, ‘De Kit’, hoe kom je daar nou bij?!’ Snel nam ik hierop een forse teug van mijn bierglas om te voorkomen dat ik ging morsen en dat als zwakte zou worden gezien. Want inmiddels net als in een film keken al die kleurrijke figuren naar mij met hun ogen gericht op deze Kwatta. Beslist niet bepaald vriendelijk.

Territorium
Van alles flitst op zo’n moment door je heen. Behalve mijn biezen pakken natuurlijk, want anders had deze sterk gespierde junglefiguur mij zeker gevolgd naar buiten. Dus bleef ik vlak bij hem staan met het doel om mijn territorium tot het uiterste te verdedigen. Op mijn eerdere ontkenning reageerde de spierbal met: ‘Jôh, ik zien het al, alleen aan je schoenen al. Ken je toch. Dé Kit blijft voor mij dé Kit.’

Nadat de andere gezichten aan de bar wat minzaam begonnen te lachen, durfde ik zelf een zwakke glimlach voor de dag te toveren. Maar na mijn derde ontkenning kreeg ik genoeg van dit barspelletje waarin ik de underdog bleef. De betrokken bardame die het een en ander op een vakkundige wijze had geanalyseerd gaf mij daarop een bemoedigend knipoogje. Zodat ik het nu de hoogste tijd vond om van mij af te bijten. Ik keek hem midden in zijn porum aan en sprak vol zelfvertrouwen: ‘Jôh, als jij nou eens ophoudt met je geouwehoer, dan neem je van mij een pilsje!’

Het effect daarvan was veel sterker dan ik ooit had verwacht. De spierbal rolde haast van verbazing van zijn barkruk af. Toen riep hij keihard ten gehore van de hele zaak: ‘Krijg nou de pleuris. Hoor je dat! Ik krijg van de Kit een pilsie. Voor de eerste keer in mijn hele leven krijg ik een pilsie van de Kit…!’

Rinus Vuik :
Meesterlijke column Jim, die ik van begin tot (magistraal) einde, met spanning heb gelezen.Spanning zat ook in dit prachtig verhaal! Chapeau(dit gebruik ik met link naar jouw hoed)!!!

dinsdag 10 apr 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Tekort aan politie


Met het dagelijkse grote gebrek

aan respectvol gezag

met de daarbij hoognodige alom

gerespecteerde gezagsdragers


Is onze stad

niet meer van ons


JP

  • Nieuw

  • Reacties