Pasfoto voor het rijbewijs

7034-pasfoto-voor-het-rijbewijs (Door Jim Postma)

Zo’n drie maanden terug kreeg ik van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) uit Rijswijk een brief met de mededeling dat mijn rijbewijs bijna was verlopen. Ik was mij nog nergens van bewust – wie kijkt daar naar, nietwaar – maar ging onmiddellijk mijn rijbewijs checken. Opgelucht zag ik de uiterste geldigheidsdatum, namelijk 28-02-2018, net een dag voor mijn officiële verjaardag. Dus 29-02-1948. Maar, zoals de oplettende lezers het zullen moeten beamen, is die dag er dit jaar niet.

En blijf ik dus slechts 17. Volgens de kalender ben ik in de afgelopen bijna 70 jaar pas 17 keer jarig geweest (17x4). In feite nog te jong om officieel een rijbewijs te krijgen, terwijl ik nu toch al zo’n halve eeuw achter het stuur zit.

Overigens moet ik noodgedwongen tot 2020 wachten voordat ik écht weer eens jarig word en mijn achttiende ware verjaardag kan vieren. Inshalah!

Van de RDW wel heel attent om me daar maanden tevoren op te wijzen. ‘Tijd genoeg’, dacht ik toen handenwrijvend. Maar naarmate deze februari verliep begon ik mij weer een beetje zorgen te maken. ‘Was het nou de 21e of de 28e?’, vroeg ik mij een week geleden nog af. Mijn bovenbuurvrouw Jana Beranová maakte zich meer zorgen dan ikzelf. ‘Schiet maar op’, zo spoorde zij mij aan. ‘In ieder geval doen voor je 70e verjaardag, anders moet je ook nog gekeurd worden.’

Zij dacht dat je vanaf 70 jaar een medische keuring moest ondergaan. Bij navraag bleek dit gelukkig vanaf je 75e te zijn. De aanmaningsbrief van de RDW was ik intussen tijdens een grote schoonmaak kwijtgeraakt. Op mijn nog geldige oude rijbewijs stond wel dat die de laatste keer was verlengd op 08-10-2010. Al weer zo’n acht jaar geleden.

Geldige pasfoto
Nu de RDW bellen hoe je een nieuw rijbewijs kan krijgen. Via Rijswijk of via het stadhuis? De dame van de dienst Wegverkeer vertelde dat dit ook kon via het kantoor van de voormalige deelgemeente. In dit geval op het Eudokiaplein. Je moest je oude rijbewijs meenemen en een geldige pasfoto, zo werd mij aldaar verzekerd.

Vervolgens een zoektocht door bureauladen voor zo’n pasfoto. Die vond ik, weliswaar al weer van zo’n vijf jaar geleden. Op de foto stond ik met een zwart omrande bril. Die draag ik al jaren niet meer, dus nam ik een dergelijk exemplaar mee van een collega die hem in mijn huis per ongeluk had achtergelaten. Het was er eentje met dikke glazen, zoals het onderste van een jampotje. Toen ik die bril voor het eerst opzette, zag ik alleen een dichte mist.

Lezen zonder leesbril doe ik immers al jaren weer feilloos (mijn ogen zijn automatisch vanwege de ouderdom gelukkig bijgesteld). In de wachtkamer van het Eudokiaplein was het hartstikke druk. Na het trekken van een nummertje was ik na een uur wachten eindelijk aan de beurt. Via het aankondigingsbord moest ik naar loket twee. Razendsnel zette ik nu de dikke leesbril op en liep in de dichte mist naar het bewuste loket. Daarachter zag ik in een waas een jonge charmante Indische dame met glanzend zwart haar.

Niet geldig
Toen ik het rijbewijs voor haar neus had neergelegd met mijn oude pasfoto zei zij meteen: ‘Die is niet geldig meneer voor het rijbewijs.’ Truuk mislukt dus, dacht ik spijtig. Ik zette daarop meteen mijn vermomming af. Hoewel ik nog een keer probeerde te protesteren, was zij onvermurwbaar. ‘U moet nieuwe pasfoto’s laten maken’, antwoordde zij resoluut. En ze wees mij daarop direct naar een nota bene tapijtenzaak aan de overkant van de Bergweg.

Dit tot mijn grote verbazing. ‘Maar’, stamelde ik ‘hier binnen in de Eudokiapassage zit een drogist die ook pasfoto’s maakt…’. ‘Nee, nee’, schudde zij het hoofd ‘die zijn niet zo goed.’

Eieren voor mijn geld kiezend liep ik toch maar naar de tapijtenzaak aan de overkant. Bij mijn binnenkomst werd ik met een gulle welkomst glimlach ontvangen, alsof deze dame mijn pasfotobezoek al verwachtte.

Voor tien euro kreeg ik er vier. Werkelijk professioneel. Daar had ik dus geen spijt van.

Al leek zij een beetje op een zus van de baliedame op het Eudokiaplein. Zoiets van ‘All in the Family’. Maar dat nam ik maar op de koop toe.

Jim Postma


Bron afbeelding: Autoblog.nl

Jeroen Waardenburg :
Je weet toch @Jim dat we in een snel en flitsend land wonen,waar de kreet altijd klinkt

(((((( KLAAR TERWIJL U WACHT ))))))

Rustig aan @Jim maak je niet kwaad.

vrijdag 23 feb 2018

jim Postma :
Het duurt dus vijf kalenderdagen (exclusief het weekeinde) voordat je het nieuwe rijbewijs kan gaan ophalen. Vandaag dus.

Hoe het met een paspoort zit, Hennie, weet ik niet....@@@

vrijdag 23 feb 2018

Hennie van der Zouw :
Maar hoe loopt dit nu af Jim? Ben wel benieuwd of je je paspoort op tijd had........

vrijdag 23 feb 2018

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Trouwringen bij caféruzie

(Door Jim Postma)

Tijdens mijn inmiddels duizenden cafébezoeken in deze stad maakte ik heel wat caféruzies mee. Koning Alcohol was en is daarin meestal de boosdoener. Zo was ik ooit getuige dat in ons bekend café ‘De Schouw’ aan de Witte de Withstraat een barbaarse ruzie ontstond over een gokautomaat. Een toen nog jonge collega van mij, Piet Koster van Het Vrije Volk, werd in het conflict door een brute dronkenman neergeslagen. Met een bloedend gezicht lag hij op de grond.

Pas later bleek dat die lafhartige klap (onze Piet kon zich amper of niet verdedigen) zijn grootste geluk ter wereld werd. Op de gokkast zelf won hij namelijk - zoals zo velen - amper wat of niets. Toen hij op dat moment uitgestrekt lag, ontfermde zich een onbekende schone jonge dame over hem. Zij hielp hem overeind en verzorgde zijn wonden. Het werd liefde op het eerste gezicht. Piet en Vera trouwden later met elkaar, kregen kinderen en het werd tot in de lengte van dagen één groot stralend huwelijk…

Na die gemene rot klap heeft Piet overigens nooit meer op een gokkast gespeeld. Zo wijs was hij wel. Liefde en geluk zijn namelijk nooit te winnen op zo’n duivelse, vaak verslavende, kast. Inmiddels is mijn goede collega van destijds, dus Piet Koster, al weer enkele jaren geleden overleden.

Kemphanen
Recent was ik weer getuige, nu in café Centraal aan de Zwartjanstraat, van zo’n onbenullige caféruzie. Toevallig zat ik met mijn barkruk tussen de twee kemphanen in. Het ging om een gepensioneerde zwaarlijvige slager en een gesjeesde filosoof met een grote grijze bromsnor. De aanleiding van de barruzie was de leesbril van de overigens homofiele slager. Vervolgens gingen zij elkaar uitmaken voor ‘rotte vis’, zoals je ziet in de strips van Astrix en Obelix.

In hun scheldkanonnade werd zelfs God meerdere malen vervloekt. Totdat barkeepster Yvonne de boel probeerde te sussen door te zeggen: ‘God bestaat helemaal niet!’

De beide kemphanen werd hierdoor even de mond gesnoerd. Toen zei Yvonne: ‘God zit in jezelf..’ De filosoof dacht even na en zei toen aarzelend: ‘O, Die zit dus in je hersenen.’

Waarop de slager opnieuw begon met: ‘Dan zit Die zeker niet in jou. Want jij hebt helemaal geen hersenen!’

Nu ontplofte de filosoof tegen de slager, met: ‘Weet je wat jij bent hè. Een vuile vieze ruige varkenspoot.’

Op dat moment stond ‘Ruud de glazenwasser’ op. Een krachtpatser met het figuur van Jerommeke uit Suske en Wiske.

Onderweg naar de café-uitgang sprak hij vredelievend met zijn bekende gulle lach:

‘Heren, heren toch! Ben zo weer terug. Ik ga even twee trouwringen voor jullie halen!’


  • Nieuw

  • Reacties