Anekdotes uit de gesloten Spiegel (1)

7012-anekdotes-uit-de-gesloten-spiegel-1 (Door Jim Postma)

In het onlangs met veel feestvreugde gesloten café Spiegel (zie elders op deze pagina) zijn in de loop der jaren heel wat bijzondere verhalen verteld, achteraf als anekdotes. De meesten zijn aan ons door verteld via de uitbater Carl Coppers. Hij vertelt:

Coppers: ‘Ik denk dat dit ongeveer zeven jaar geleden gebeurde. De Rabo had een grote groep van directiemedewerkers op bezoek uit diverse Afrikaanse landen voor een conferentie.

Na afloop vonden de directieleden het een goed idee om vrijdagavond de groep te laten kennismaken met de Nederlandse bitterballen in ons café Spiegel.

Het was natuurlijk een leuke groep in bont gekleurde Afrikaanse klederdrachten en al heel snel hadden de dames achter de bar op vrijdagavond de zaak aan de gang. Zo iepen ze polonaise achter de bar, naar buiten en naar binnen. Met hete bitterballen in hun mond. Dat was pas folklore! Zo geslaagd dat de Rabo er nog melding van heeft gemaakt in hun interne krant.

Ten tijde van het faillissement van V&D kwamen ook de grote reorganisaties bij de banken. Zo werden destijds veel Rabo medewerkers ontslagen. Ook kwam er bij ons een naderend einde, maar een handvol Rabo’ers zijn ons tot de laatste dag trouw gebleven.

Van de politie (Haagseveer) hebben we elk jaar vooral tijdens Kerst veel recepties gehad. Twee jaar lang werd bij ons voor het centrum de kerstpakketten uitgereikt altijd onder het genot van een drankje en de bekende appelkanjers van banketbakker Speckers van Beek.

In privé kwamen de dienders eveens en dat is altijd gezellig geweest.

Privé is het publiek van café Spiegel zeer divers geweest. Op zaterdagochtend gingen we altijd speciaal vroeg open voor een grote groep postzegelhandelaren. Bij het Grotekerkplein had je de boeken- en postzegelstands. Deze groep kwam al sinds dat de Goede Ree bestond en is altijd tot sluiting bij ons gebleven.

De zaterdagen vulde de Spiegel met leuk publiek, pensionado’s, jonge lui, soms een bekende Nederlander ertussen. Op zaterdag de tafels vol, daar werd gekaart, daar andere spelletjes en jong en oud leuk onder en door elkaar.

Ons motto was elke dag bij de borrel een lekker hapje, borrelbal, bitterbal, toastje van de zaak.

Ik hoorde vaak zeggen, ‘dat doen ze nergens en dan antwoorden wij, het is geven en nemen., Jullie de drank en wij zorgen voor een versnapering.

Anekdote
Op zaterdag kwam al sinds de opening ome Jan uit Ridderkerk, al zeker in de 70 en later hoorde wij dat hij klokkenmaker was geweest. Toen wij gingen verbouwen in 2005 hing op een van de telefooncellen het bordje ‘ Jan ’s werkplaats’. Dat ik heb toen verwijderd. Later begrepen we dat Jan elke zaterdag de markt afstruinde naar klokken en dat die daar mocht opslaan.

Jan had de ziekte van Parkinson en had twee handen nodig om zijn vaasje bier op te drinken. Maar om vier uur in de middag was het altijd prijs. Dan zette we het nummer op van Bill Haley &His Comets, 'Rock around de Clock' op en dan ging hij daarop spontaan dansen door de zaak, onder luid applaus en hilariteit bij de klanten.

Eens vroeg Harrie die op een sleepboot woont: ‘Jan ik heb een antieke klok, kan jij die maken?” Hij had een scheepsklok uit Londen aan Jan meegegeven. Ik hoorde dat pas later en was verbaasd dat hij dat had gedaan. Ik zei dat gaat niet goed, Jan kan zijn biertje niet meer vasthouden. En ja hoor, de klok kwam terug en was gerepareerd… Maar Jan had de antiek witte emaillen wijzerplaat vervangen door een goedkoop geelkoper plaatje van Junghans.

Tja, en de oude wijzerplaat had hij weggegooid, Je had het gezicht van Harrie moeten zien…

Een aantal jaar geleden is Jan gevallen en kwam een einde aan zijn wekelijks bezoek. We hebben nog altijd een kerstkaart van hem gekregen.

Aboutaleb
Ook onze burgervader Aboutaleb heeft met zijn vrouw en dochtertje de Spiegel op zaterdag een keer bezocht voor een lunch. Toen ze moesten afrekenen weigerde de pin het waarop de bardame tegen mijn broer zei: ‘De pin doet het niet!’ Mijn broer keek vanuit de bijkeuken en zei: ‘Als die meneer te vertrouwen is mag hij morgen wel betalen!’ Dat leverde aardig wat gegrinnik op, ook bij de burgemeester’, aldus Carl Coppers.

(Wordt vervolgd).

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties