Soep van Vandaag & Morgen

6871-soep-van-vandaag-morgen (Door Jim Postma)

De vertegenwoordiger komt handenwrijvend het bruine caférestaurantje binnengelopen. Buiten is het guur, waterkoud. Zoals nu, eind november, begin december. Nog verkleumd trekt de man zijn jas uit, doet zijn muts en natte sjaal af en gaat aan een tafeltje zitten.. De ietwat vervallen zaak met schrale belichting, is verder leeg.

De klant zet nu zijn bril op en gaat de ‘Kleine Kaart’ bestuderen. Hij heeft duidelijk trek in iets warms. Zijn oog valt daarom op ‘diverse soepen, 3,50 euro’. Dan komt uit de keuken de ober aangesloft. Een zestiger, zo te zien vlak voor zijn pensioen. Beleefd gedag zeggen heeft hij al lang verleerd. Zijn gezicht spreekt boekdelen, stoïcijns, nors.

De nog verkleumde vertegenwoordiger is niettemin blij om hem te zien. In plaats dus dat hij als nieuwe klant wordt verwelkomd zegt hij tot de ober: ‘Goedendag meneer, mag ik vragen, wat is de soep van vandaag?’ Wederom handenwrijvend, maar nu van plezier.

De bejaarde ober haalt zijn schouders op en antwoordt koel: ‘De soep van vandaag? Hebben we niet. We hebben alleen nog de soep van gisteren!’

De vertegenwoordiger moet hierop even slikken. Naar een alternatief kijken op de kaart had de vertegenwoordiger kennelijk geen zin. Hij is duidelijk teleurgesteld. Dan zegt hij met hernieuwde hoop: ‘Maar ik heb trek in de warme soep van vandaag!’

Antwoordt de ober kortaf: ‘Dan moet u morgen maar terug komen.’

Jeroen Waardenburg. :
Nou wij zijn wel een liefhebber van een stevige maaltijd soep; warm brood en een glas rode wijn.................heerlijk.

donderdag 30 nov 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

De kluts kwijt


Je zou ze de kost moeten geven die gedurende

deze enorme hittegolven de kluts zijn kwijt

geraakt. Waarvan recentelijk weer ondergetekende.


In de bloedhitte ben ik op zoek naar een

Kringloopwinkel in het dorp Oude-Tonge. Daar

buiten, midden in natuurgebied en boerenland,

bivakkeer ik vaak om de hitte in de stad te ontvluchten.


Hoewel, zo ontdek je al snel van stad naar platteland:

‘Vluchten kan niet meer.’


Afijn. Een keer had ik daar jaren geleden in dit vriendelijke

dorpje een matras gekocht voor mijn buitenhuisje.

Maar nu kon ik de tweedehands-winkel niet meer

direct terugvinden.


Geheel de weg kwijt stopte ik mijn oude bestelwagentje

langs de kant van de weg, toevallig in de buurt van

een autogarage. Zo’n vijftig meter daar vandaan.


De goedlachse automonteur wees mij onmiddellijk

de goede richting. Namelijk naar de volgende rotonde.

Ik had mij dus eenvoudig vergist. Omdat de monteur

mijn auto niet zag, vroeg hij: ‘Bent u lopend?! Het is nog

wel zo’n driekwart kilometer hier vandaan?’


Geruststellend antwoord ik hem: ‘Nee, mijn wagen

staat wat verder op. Ik was alleen even de kluts kwijt.’


Op dat moment loopt de monteur naar een van de

auto’s en vraagt met een ‘big smile’: ‘Zo, u was de kluts

kwijt, hè? Nou, dan heeft u geluk. Heb er hier nog eentje

liggen voor een goedkoop prijsje. Hoeft u ook niet meer

naar de Kringloopwinkel.’’


Jim Postma


  • Nieuw

  • Reacties