‘Oude man’

6820-oude-man (Door Jim Postma)

Mensen in deze wijk die mij kennen weten dat ik haast dagelijks ‘een rondje om de kerk’ maak. En daar ik gelukkig nog steeds ‘eigen baas’ ben, betekent het dat ik in de loop van de late ochtend of vroege middag aan de slag ga met het bezoeken van mijn kroegen (de kroeg is mijn kerk). Waarom zou je trouwens braaf naar de kerk gaan, als de ware zondaars in de cafés bij bosjes te vinden zijn. Wat zou immers Jezus doen als hij weer terug was op aarde?


Preken van de kansel of in gesprek gaan met de verloren en verdwaalde schapen? Mocht ik Jezus nog eens binnenkort spreken, dan zal ik Hem dit zeker vragen. En dan hoort u het wel. Aangezien ik mijzelf nog steeds beschouw als een van zijn trouwe volgelingen, kies ik al vele jaren voor mijn ‘kroegbezoeken’. Ook aan te bevelen aan de vele kerkgangers.

Zoals bijvoorbeeld de soldaten van het Leger des Heils. Die zie je regelmatig in de glorie van hun schitterende uniformen door de kroegdeuren naar binnen glippen. Met niet te vergeten hun ‘eeuwige collectebussen’ in hun brandende handen. Vooral ook in de donkere dagen rond de kerst voor de boeg (Jezus is niet eind december geboren, maar in het voorjaar van dat komende jaar. Religies hebben dit op heidense gronden aangepast (vreugdevuren) naar eind december in plaats van eind februari c.q. begin maart).

Dan gaan de heilsoldaten juist in de zogenaamde donkere dagen voor de Kerst (nogmaals een heidens bijgeloof) in deze sfeer vrome liedjes zingen voor al die kroegzondaren. Uiteraard om de oogst van hun eigen collectebussen maar zo groot mogelijk te maken.

‘Zondige kroegen’
Voor de deuren van Albert Heijn en van de Hema zie je ze dus in deze donkere dagen nooit. Om de eenvoudige reden dat aldaar de collecten nooit zo hoog zijn als in de zogenaamde ‘zondige kroegen.’ Een waarheid als een koe. Dat daarnaast van elke gecollecteerde euro zo’n 80 eurocent gaat naar de eigen organisatie (zoals auto’s, kantoorgebouwen, organisatiekosten en de salarissen van de stafofficieren, zoals de kapiteins en de majoors) is een geheel ander verhaal. Het gezaghebbende weekblad Vrij Nederland heeft daar ooit een onthullend onderzoekverhaal over gemaakt, waarbij tegelijkertijd je de schellen van je ogen af vallen.

Trouwens valt er ergens in het hele Heilige Boek te lezen dat Jezus met zijn discipelen ging bedelen met collectebussen? Nee. De geldwisselaars pleurde Hij op zijn Rotterdams gezegd de tempel uit, veranderde water in wijn en liet een hele grote bruiloftpartij genieten van uit de hemel getoverde broden en vissen. (Amen.)

Terug naar mijn kroegen. Zoals gezegd voor mij een dagelijks ritueel beginnende met koffie en de ochtendkranten. Je moet tenslotte ook op de hoogte blijven van het wereldgebeuren, niet waar? Pas daarna beginnen mijn gesprekken, niet zelden met een wijntje en een treintje. Een nogal dure bezigheid, maar omdat ik verder geen hobby’s heb kan ‘bruintje’ dit nog net trekken. Uiteraard zonder om al te veel rondjes weg te geven, een geldknip kent ook zo zijn grenzen. Hoewel het altijd ‘beter is om te geven, dan om te nemen’, zo sprak ooit mijn goede leermeester Jezus.

‘Afrekenen!’
Als ik aan het einde van mijn rit moet afrekenen, vraag ik altijd een bonnetje. Niet voor de belastingen of om dat bonnetje te kunnen declareren, maar eventueel ter controle en zeker als bewijs van betaling. ‘Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten.’

Deze keer reken ik af bij café Reina aan de Bergweg. Achter de bar staat een nieuw en zeer charmant dienstertje. Zij kent mij nog niet en dus is zij verbaasd als ik haar vraag om het bonnetje. Als ze mij de rekening presenteert, ben ik stomverbaasd. Niet over de hoogte van het bedrag maar over wat zij rechtsboven op de bon heeft geschreven. Namelijk: ‘Oude man’.

Ik staar ernaar en kan het zelf nog maar moeilijk geloven. ‘Zo heet ik toch niet’, zeg ik als een boer met kiespijn. Zij kijkt mij en mijn inmiddels lange grijze baard meewarig aan en zegt verontschuldigend: ‘Maar meneer, ik weet uw naam toch niet.’ Daarop antwoord ik minder boos met een knipoog: ‘Dan kan je mij mijn naam toch vragen.’ En ik stel mij met mijn voornaam voor. Daarop vraag ik: ‘Mag ik dan ook de jouwe weten?’ Dat zegt zij met een allerliefste glimlach.

‘Mooie man’
Een week later zit ik koffie te drinken bij Boon aan de Proveniersstraat op het terrasje, om nog van het najaarszonnetje te genieten. Plotseling voel ik dat ik word aangestaard door twee jonge mannen. Als zij mijn vragende blik zien staan ze allebei op. ‘Meneer, mag ik u wat vragen?’ zo begint de oudste. En hij vervolgt: ‘Mogen wij een foto van u maken voor ons studieproject op de academie?’ Een beetje wantrouwig zoals ik in dit soort situaties ben vraag ik: ‘En waar heb ik dit dan wel aan verdiend?’

‘Nou’, antwoordt de student, ‘wij vinden u een mooie man!’ Ik val van verbazing haast van mijn stoel. Als ze een portretfoto van mij gemaakt hebben, wensen ze mij ‘een zeer goede dag’. Bijna triomfantelijk gaan zij er met hun ‘buit’ vandoor. Ik kijk ze glunderend na.

Tot mijn vriendin, die zwijgend naast mij zat, zegt: ‘Wat ben jij toch goedgelovig. Straks sta je in een portretserie van zwervers in de hele stad te kijk!’


Hans Roodenburg :
Ook gefeliciteerd Jim! Ik weet wel hoe het komt. Op internet zoek ik ook vaak op de term 'oude man', 'kerk' of 'kroeg'. Nu nog even het getal van rechtstreeks kezen op Rotterdam Vandaag & Morgen. Interessant is ook hoeveel via Google is binnengekomen. Misschien kan ooit Hennie die cijfers geven. Aan Ronald: niet journalisten zo pushen... Haha.

woensdag 15 nov 2017

Hennie van der Zouw :
Op facebook bereikte deze column op 15 november om 11:26 uur de mijlpaal van 1000 bereikte personen. Gefeliciteerd Jim.

woensdag 15 nov 2017

Ronald Sörensen :
Mooie column Jim.
Ik heb me gerealiseerd dat de enige keren, dat ik in de stad naar de kroeg ga, dat altijd in het gezelschap van (oud) journalisten is. Toeval ?

woensdag 15 nov 2017

Jeroen Waardenburg. :
Je weet het Jim tegen over een Kerk altijd een Cafe en dat is niet voor niets er wordt nog even na gevierd.

Voorts een pracht schrijfsel.

dinsdag 14 nov 2017

Hans Roodenburg :
Jim brengt mij op een idee. Ik ga voortaan ook de voornamen vragen. Het probleem is alleen dat ik in de dorpskroeg waar ik vaak kom vrijwel iedereen bij naam ken.

dinsdag 14 nov 2017

chris ripken :
Weer een parel van een columm JIM!

dinsdag 14 nov 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

In een flits



Al gaat de ouderdom

nog zo snel


De dood achterhaalt

hem wel


JP


  • Nieuw

  • Reacties