Amsterdamned

6769-amsterdamned (Door Alek Dabrowski)

Laten we het onder ogen zien: Rotterdam is aan het ver-amsterdammen.

Rotterdam wordt internationaal geroemd vanwege de gewaagde architectuur en de open sfeer. We zijn een stad in opkomst, een alternatief voor de dichtslibbende hoofdstad. Rond Centraal Station zie je dagelijkse buitenlandse toeristen verbaasd rondkijken. Wekelijks wordt mij gevraagd waar de Markthal is.

Rond het Schieblok en op de Kaap hoor je andere talen spreken: geen Turks of Berbers, maar Spaans en Engels. Het publiek is jong en vrolijk. Irritant is dat het bedienend personeel je soms aanspreekt in het Engels. Maar dat hoort bij een wereldstad, vinden wij.

Met de komst van deze toeristische voorhoede - de stroom Amerikanen en Aziaten volgt binnen een paar jaar – neemt de openheid en moderniteit in de horeca toe. Overal kun je een lokaal biertje krijgen, net als muntthee, caffè latte en verse sapjes. Het staat allemaal standaard op de kaart.

Plekken waar slechts één merk bier uit de tap stroomt en waar je eerst wantrouwig wordt bekeken alvorens je überhaupt bediend wordt, zijn aan het verdwijnen. Vroeger struikelde je over de foute kroegen. Omgeven door stinkende alcoholisten, schreeuwende omaatjes en motorbendes voelde ik mij er wel thuis. In het reeds lang vergane café De Boezembrug in Crooswijk was dit alles dagelijkse kost.

Jaren terug betrad ik in gezelschap van een net gekleed echtpaar dit café. Er werd zelden iets schoongemaakt. Aan het plafond hing een dichte wolk van spinrag. De bar deed meer dan plakken. Hier verkocht men louter flessenbier, want een tap onderhouden vergde een discipline die niet op te brengen was door het personeel. Bij binnenkomst sprak de barman tegen een soortgenoot de legendarische woorden: “zullen we ze meteen beroven, of mogen ze eerst nog wat drinken.” Er was geen toerist te vinden in de wijde omgeving van De Boezembrug.

Dit soort gelegenheden verdwijnt in rap tempo uit de stad. De Witte de Withstraat en de Binnenwegen zijn bijna geheel veramsterdamned. In uithoeken van Delfshaven vind je nog cafés waar gerookt wordt en waar je bij binnenkomst een zure pisbierlucht (bier ad. € 1,75) tegemoet slaat. En op Zuid tref je, buiten de Kaap, nog de oorspronkelijke Rotterdamse uitgangscultuur aan.

In het centrum is het echter overal prettig toeven op hippe stoeltjes met rustige lounge-muziek. Je betaalt er teveel voor een overschat lokaal biertje en de bediening is on-Nederlands correct. Het lijkt wel of de mensen hier voor hun plezier zitten. Soms verlang ik dan naar een ober, die je naar het leven staat, maar je nog één laatste consumptie gunt.

Alek Dabrowski

Jan Tak :
Mooi verhaal Alek, als kroegchroniqueur en zodanig een geduchte concurrent van Jim, ben je voor mij geslaagd, graag meer ;-)

woensdag 18 okt 2017

Hans Roodenburg :
Veel in (oude) Rotterdamse kroegen geweest. Zeker vroeger (vóór 2005). Maar in de bruine cafés moest het wel hygiënisch zijn. Op de prijs keken we niet zo nauw. Als die maar redelijk was. De uitstraling was erg belangrijk en moest bruin zijn en het liefst géén harde muziek. In De Boezembrug ben ik nooit geweest. Het café lijkt me niet een echte aanbeveling. In het centrum en de Witte de Withstraat wél veel.

dinsdag 17 okt 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over: