Het Nederlandse Volkslied...wat een verdriet

6676-het-nederlandse-volkslied-wat-een-verdriet (Door Zettie Leeuwenburg)
Rotterdam - De schoolvakanties zijn vrijwel afgelopen, de kinderen in Nederland gaan bijna weer allemaal naar school. Rust voor de ouders, die daar waarschijnlijk best aan toe zijn. Helaas is de ´komkommertijd´ in de kranten nog niet afgelopen.
Na eindelijk verlost te zijn van het gezeur over ´Sint en Piet´ is er zowaar een andere ´kwelgeest´ uit een Haagse kelder opgediept: het Nederlandse volkslied... Wat een verdriet.

Het moet verplichte zang-kost worden op alle scholen voor het basis onderwijs, liefst staand gezongen en nog liever met een mooie pet in de hand! Daar is niets op tegen. Het is een mooi lied, dat dateert van de zestiende eeuw, en vanaf 1932 ons volkslied en nog lang verouderd. De muziekleraren - voor zover die er nog zijn - staan al te juichen en te trappelen van ongeduld om te kunnen beginnen. De Haagse politiek, die het vroeger ooit heeft geleerd, denkt er goed aan te doen en is na één publicatie van de originele tekst weer rustig verder gaan slapen.

De vraag komt onmiddellijk op: ´Hebben deze Haagse heren én dames wel eens over de tekst nagedacht? Weten zij wat zij, staande in de houding, zingen? Voorlopig lijken zij de tekst, die zij vroeger op school of bij de sportclub leerden, volkomen klakkeloos na te zingen. Een kwestie van: ´zo geleerd, zo gedaan´ en daar blijft het bij. De tekst echt begrijpen, is er niet bij.

Foutjes
Niemand in Den Haag schijnt echter in de gaten te hebben dat er een paar slordige foutjes in de toch al iets verouderde tekst zitten. Die zijn gelukkig heel makkelijk op te lossen zonder ons mooie Nederlandse volkslied te moeten veranderen. Het hoeft ook niet te worden vervangen door bijvoorbeeld het lied ´Wie Neerlands bloed door d´aderen vloeit,´ waar ook nog wel eens sprake van is geweest. Het moet alleen maar een klein beetje worden aangepast zodat ook de jeugd begrijpt over wat en over wie er wordt gezongen.

Neem bijvoorbeeld de regel ´van Duitse bloed´... Mooi Mis... Met die Duitsers wilden we al binnen tien jaar na het ontstaan van ons volkslied niets meer te maken hebben! Wij, Nederlanders, horen het oud-Nederlands woord van ´Dietschen bloed´ te zingen!
Veel gekker wordt nog als in één van de volgende regels in het eerste couplet van het ´Wilhelmus´ de tekst plotseling over een Spaanse koning gaat. ¨Wie, Wat, Waar, Wanneer¨, vraagt onze jeugd zich meteen af. ¨Moeten we echt over zo´n onbekende gozer zingen? Vindt onze eigen Koning Willem-Alexander dat wel leuk en goed´? Nee, natuurlijk is dat niet leuk voor hem, jongelui! Jullie kunnen er echter met een paar woordjes aan de tekst toe te voegen, zonder dat er iets aan de muziek moet worden veranderd, weer een fantastisch volkslied van maken!

Het zal even oefenen worden, maar blijf het proberen tot het goed gaat: ¨ De koning van Hispagne heb ik nog nooit geëerd¨! Het past precies op de maat van de muziek!
Veel Succes! Een vette glimlach van onze eigen Koning Willem-Alexander zal jullie beloning zijn.

Bron van de foto:1e Van der Huchtschool-Paulus Potter


Ronald Sörensen :
Ik ben het absoluut niet met je eens Zettie.

Het Wilhelmus is het oudste volkslied ter wereld.
Het staat voor onze wordingsgeschiedenis en voor de onverzettelijkheid van onze voorouders ten opzichte van religieuze en staatkundige tirannie.
Natuurlijk zingt het niet makkelijk mee, maar het is in uitvoering veel korter en veel minder “Kijk ons eens geweldig zijn “dan het gros van de volksliederen.
In de praktijk dus typisch Nederlands, omdat wij er helaas een handje van hebben ons verleden zwaar te onderschatten, misschien zelfs te onderkennen.

De term Diets is na WO II absoluut niet meer gangbaar. Voor de oorlog stond het vooral voor het samengaan van alle Nederlands sprekende gebieden: Nederland, Vlaanderen en N.W. Frankrijk.
Helaas hebben met name de Vlaams nationaal socialisten die naam gekaapt.

Google Verdinaso maar.

Zie verder mijn commentaar bij het stukje van Rinus

dinsdag 29 aug 2017

Jan Tak :
Uw volgende kritiek op het Rood Wit Blauw zien we gaarne tegemoet :-)

dinsdag 22 aug 2017

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties