‘Engel op stadhuis hielp Dirk Kuyt’

6519-engel-op-stadhuis-hielp-dirk-kuyt (Door Jim Postma)

Jaren geleden al weer schreef ik hier een column over de gouden ‘Vredesengel’ op het stadhuis. Daar heb ik ooit naast gestaan en het was een verhaal op zich hoe ik daar terecht was gekomen. Daar is toen een foto van gemaakt en daarvan weer een poster met de tekst: Jim Postma voor burgemeester. Dat was in de begin jaren negentig toen hier de Stadspartij werd opgericht (2 zetels in de raad).

Gelukkig is het deze stad bespaard gebleven dat ik daadwerkelijk burgemeester van Rotterdam ben geworden. Anders hadden nu alle hooligans in Siberië gezeten met onderlinge potjes sneeuwballen gooien bij zo’n 40 graden onder nul.

Later realiseerde ik mij dat ik waarschijnlijk de nu nog alleen levende Rotterdammer ben die ooit naast onze engel had gestaan.

Totdat ik tot mijn grote verbazing een mail kreeg van Henk Bast met foto’s als bewijsmateriaal. Daaruit blijkt dat zijn vader Hendrik Bast in 1920 (zie zwart-wit-foto) op het stadhuis is geweest om de engel te repareren van enkele beschadigingen. Dit in opdracht van de gemeente Rotterdam. Deze Hendrik is inmiddels lang overleden.

Maar nu schrijft zijn zoon Henk Bast mij het volgende: ‘Ik kreeg de kans om op dezelfde plek te komen staan, (zie kleurenfoto) toen er wederom gerenoveerd moest worden. De projectleider van deze klus was Hans Helbers. Deze gaf mij de gelegenheid om de steiger te beklimmen via het carillon waar men ook bezig was. De tijdspanne was 1988/89 en het was in oktober, bijzonder koud toen.

Het blijft wel dezelfde engel die pas bij Dirk Kuyt op zijn schouder geeft gezeten toen hij afgelopen zondag Feyenoord kampioen maakte. Tijdens de tv-opnamen bij de huldiging op de Coolsingel gisteren vergat de cameraman onze engel met Dirk in beeld te brengen. ‘Een beetje dom’, dacht ik’, aldus Henk Bast.

Onze ‘stadhuisheld’ Henk Bast is op 20 maart 1927 in Hillegersberg geboren. En is dus reeds 90 jaar ‘jong’. Van harte gefeliciteerd Henk, namens Rotterdam Vandaag & Morgen.

Op de zwart-wit foto hierboven is dus Hendrik Bast te zien in 1920 naast de engel op het stadhuis.

Op de kleurenfoto hierboven is de zoon van Hendrik, Henk Bast te zien, eveneens naast de engel in 1988/89.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties