Vers Beton en meer van die dingen

6481-vers-beton-en-meer-van-die-dingen (Door Ronald Sörensen)

In een debat kan ik soms zeer ongenuanceerd en impulsief uit de hoek komen, een reden om altijd even tot tien te tellen en om de sociale media te mijden. Dat ligt anders bij websites.


Al vrij snel na mijn verschijnen op het politieke toneel, bestond de mogelijkheid om via site’s - toen een net ontwikkeld fenomeen – de degens met elkaar te kruisen. Alle politieke partijen boden de mogelijkheid om via een site hun standpunten te bekritiseren. Voor mij een mer à boire. Iedere ochtend op kantoor een kop koffie en de sites van de opponenten afspeuren op eventuele politieke onregelmatigheden. Geen dagtaak maar een leuke bezigheid; zeker op de site van …. inderdaad de Peveda.

Bij het reageren – altijd met eigen naam - is het de bedoeling absoluut niet te schelden of te beledigen. Godwins dienen te worden vermeden, maar zeker niet te worden genegeerd als opponenten ze gebruiken. In de digitale woordenstrijd (digipolemiek?) heb ik een voordeel van mijn vooropleiding, mijn hobby en mijn politieke taak. Als contemporain historicus ben je vertrouwt met de wordingsgeschiedenissen van de bestaande politieke partijen en kan je godwins niet alleen bestrijden, maar ook het schofterige ahistorische karakter ervan aantonen. Daarnaast heb ik grote belangstelling voor religie, die is begonnen nadat ik ontdekte dat in 1944 de gereformeerden kerken vrijgemaakt (artikel 31) zich afscheidden; alsof er toen niks anders te doen was. Mijn politieke taak ligt dus voor de hand; ik bestudeer de partijprogramma’s van de bestaande partijen en zoek naar overeenkomsten en verschillen. Leuk is natuurlijk als ik iets ontdek, dat tegen de oorspronkelijke partijbeginselen ingaat. Smullen en uitgebreid vermelden op de website van de betreffende partij.

Voor de Peveda werd ik echt een probleem. Veel van hun plannen en artikelen werden door mij becommentarieerd en aan de kaak gesteld. De techniek is dat je soms ook wat goed vindt, om daarna weer uit te halen als het nodig is. Voorwaarde is en blijft dat je artikelen en partijkranten wel zelf leest. Uiteindelijk besloot de partij van het Rotterdamse establishment de site niet meer toegankelijk te maken voor commentaar. Een overwinning die we op het fractiekantoor lachend gevierd hebben. Ook omdat op de website van Leefbaar Rotterdam commentaar wel mogelijk blijft. Helaas moesten we ook daar regelmatig optreden tegen anonieme helden; één keer zelfs wegens grove belediging een klacht bij de wethouder over een ambtenaar neergelegd, die zo dom was haar positie te verraden. Een klacht waar wethouder Karakus zich volkomen in kon vinden en haar op de vingers tikte.

Daarna zag ik op een andere site (R V&M) een schrijver c.q. dichter c.q. tekenaar c.q. politicus waar ik een appeltje mee te schillen had. Meneer was al een decennium volhardend godwinner en weer las ik er één. Fortuyn indirect duidelijk geïnspireerd door Mussolini (met quasi bewijs) Ik fileerde vervolgens het artikel, maar ondervond zowaar enig tegenwicht. De schermutselingen duurden bijna een jaar, tot ik een reactie onder de gordel - ik was een zeer opdringerige cultuurbarbaar – kon pareren met een stukje over een vieze man die zich in de opera van Berlijn belachelijk had gemaakt (echt gebeurd!) Bingo, hoorde ik later van zijn mederedacteuren, toen we een biertje dronken. Natuurlijk niet de essentie van polemiek, maar het terugtreden van deze schromelijk overschatte figuur, deed me werkelijk veel goed.

Tegen die tijd had ik ook de site Vers Beton ontdekt en vrijwel direct rook ik onraad, omdat ik dezelfde stokpaardjes zag en ondertussen natuurlijk ook de namen van veel zogenaamd objectieve linkse drammers ken. Dezelfde webmaster als de Peveda en de schrijvers lieten toch ook blijken vooral kritiek te hebben op alles wat uit de Leefbaar koker kwam, daarbij godwins en tendentieuze berichtgeving niet schromend. Echt uit de Peveda kast kwamen ze toen als politiek commentator een oud fractie voorzitter aangetrokken werd. Het enige raadslid, dat door zijn eigen fractie op de vingers is getikt , omdat hij ondergetekende in de raadsvergadering uitschold en die bijna klappen kreeg in het stadhuis, omdat hij een jonge vrouw lastig viel. Een man met een zeer “objectieve” kijk op de gang van zaken, die niet begreep dat ik zijn partijblad spelde.

Uiteraard heb ik me ook tegen de voortdurende simplificaties verzet en zelfs een artikeltje ingestuurd, waarin ik aantoon dat de PVV slechts in één onderdeel afwijkt van de reguliere partijen en dat dat na de komst van NIDA (door V.B. in hoge mate bewonderd) helemaal niet meer het geval was. Het duurde twee weken voor de redactie het geplaatst had. Een ander stukje werd na enkele weken volkomen verminkt teruggestuurd met de vraag of het zo ook kon worden opgenomen: Natuurlijk niet. Wel werd een zeer vriendelijk en erg lang interview met me uitgezonden met als achtergrond: wat zijn mijn beweegredenen om me op latere leeftijd nog zo druk te maken? Met beide journalisten heb ik sindsdien een vriendelijke verstandhouding; het kan dus wel. Met de rest van de redactie ligt het anders. Mijn reacties worden vaak zonder opgaaf van redenen verwijderd. Voor mij een teken dat ik de open linkse zenuw weer eens goed geraakt heb. Ik zou ze graag blijven teisteren, die zogenaamd objectieve, semi intellectuele, subsidie slurpende pseudo kunstenaars. Helaas moeten al mijn bijdragen voor ze geplaatst worden eerst langs de (rode!) pen van de oppercensix. Diep beledigend, omdat ik nooit scheld en mijn persoonlijke bezwaren verstop in bijvoeglijke naamwoorden (zie boven).

Voorlopig dus gestopt met reacties, maar als ik stop geef ik ze hun zin.

Een dilemma, waar ik nog niet uit ben.

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Nagekomen Pinksterverhaal

(door Torcque Zaanen)

Er waren eens twee broers. De oudste, een harde werker, fanatieke kerkganger, geen slecht woord over te zeggen. Zijn broer daarentegen zoop als een ketter, hoerde en snoerde, werkschuw, en deed alles wat God (of de priesters) verboden hadden. De oudste broer waarschuwde de jongste dat als hij zo door zou gaan, hij nog eens in de “Hel” zou komen. De jongste lachte hem dan alleen maar uit.

Op een dag was het zover. Na het drinken van z’n laatste borreltje werd de koets geprepareerd om hem naar zijn laatste rustplaats te begeleiden die, gezien zijn levensstijl, niet meer en niet minder dan de “Hel” betekende. Na enkele jaren in de “Hel” doorgebracht te hebben besloot hij op een dag wat verkoeling te zoeken en de benen te strekken. Na een kleine wandeling kwam hij bij een stenen muur die volgens zijn gevoelens weleens de scheiding tussen “Hemel” en “Hel” zou kunnen zijn.

Bij nader onderzoek ontdekte hij zowaar een stoffig raampje. Hij maakte het schoon en toen hij er doorheen kon kijken, kreeg hij bijna een hartstilstand. Het leek het er even op dat hij voor de tweede keer de kraaienmars zou blazen. Want wat zag hij daar, door dat smoezelige raampje... ja, z’n oudste broer, de broer die altijd zo netjes was geweest, hard gewerkt had, altijd trouw naar de kerk ging, die broer stond daar met een bezem in z’n handen, bezweet als een otter de grond te boenen.


Om de aandacht te trekken van z’n broer klopte hij met een rond slingerende bierfles zo hard hij kon op het raampje. Als bij toeval keek zijn broer op om te zien waar dat geklop vandaan kwam en zo keek hij zijn jongere broer in de ogen. Wat een verrassing, ja, hij was er wel blij mee, het was alleen jammer dat de afscheiding ertussen zat.

Ook al ging het moeilijk, ze konden toch nog wat ervaringen uitwisselen. De oudste broer maakte zich ook nu nog zorgen over z’n broertje, maar deze wuifde alle zorgen weg door te zeggen dat hij het enorm getroffen had: ‘al mijn vrienden en vriendinnen zijn hier, de hoertjes, de kroegbaas, ja eigenlijk iedereen en we vermaken ons best, alle drank is gratis, lekker eten en noem maar op, nee ik heb het best naar mijn zin.’

‘Maar tussen twee haakjes, wat doe jij daar in hemelsnaam met een bezem in je handen?’ ‘Nou, ja,...eh, kijk…’ begon z’n oudste broer verlegen, ‘het is hier erg groot en de boel moet schoon gehouden worden. Iemand moet het toch doen.’ ‘Hoe bedoel je, doen die anderen dan helemaal niks?’ De oudste broer keek hem vragend aan: ‘Hoe bedoel je: die anderen, welke anderen?’ ‘Nou gewoon,.. de anderen.’ ‘Nou nee,.... er zijn geen anderen, ik ben hier helemaal alleen.’ En hij nam zijn bezem weer op en veegde rustig door alsof hij zijn hele leven niets anders had gedaan.


  • Nieuw

  • Reacties