‘Stront aan de knikker (1)’

6305-stront-aan-de-knikker-1 (Door Jim Postma)

Ik loop door de altijd druk bezochte Zwartjanstraat om te gaan pinnen. Onder meer om mijn kroegrekening te betalen in een van mijn stamcafés. Dit keer café Centraal eveneens in deze winkelstraat. Ja, per dag loop ik wel zo’n vier tot vijf kroegen af op advies van mijn huisarts. Die raadde mij namelijk aan ‘om meer te gaan bewegen!’ Dus sinds die tijd doe ik dit trouw. Je zou wel gek zijn om het advies van je huisarts niet op te volgen, nietwaar?

Dank zij mijn huisarts loop ik sinds jaren op deze manier toch enkele kilometers. Dat ik ondanks dat vele bewegen niet afval, is weer een ander verhaal. Mijn ‘sportmotto’ is daarbij: ‘De kroeg is mijn kerk’. En juist tussen al deze ‘kroeggangers’ doe ik mijn dagelijkse inspiratie op. Onder een ‘Wijntje en een Trijntje’. Toch ook weer mooi meegenomen voor hetzelfde geld.

De vele kroeggangers die ik inmiddels door de jaren heen hier heb leren kennen vragen soms als ik hun café verlaat: ‘Waar ga je nou weer naar toe?’ Dan antwoord ik meestal: ‘Naar mijn rondje om de kerk!’ En anders, afhankelijk hoe de wind staat. antwoord ik op die vraag: ‘Naar het volgende tankstation. Om even bij te tanken!’

Alleen deze keer toen de barjuffrouw naar mijn bonnetje keek riep ik bij de deur: ‘Ben zo terug. Ga even pinnen.’ Maar toen ik in die Zwartjanstraat bij mijn ING-bank aan kwam bij de pinautomaten wist ik niet wat ik zag…

In kranten had ik menig maal op foto’s ‘ramkraken’ gezien bij banken. Ook was ik enkele jaren geleden getuige hoe er bij de automaten van de Rabo-bank hele files stonden in diezelfde winkelstraat. De flappentappen waren dolgedraaid en deelden zogenaamd ‘gratis geld uit’. De enthousiaste menigte bleef maar pinnen en pinnen. Pas later ontdekten zij te zijn thuisgekomen van een ‘bedrogen kermis’. Al dat ten onrechte getapte geld – velen hadden op dat moment geen cent op hun rekening staan – moesten zij weer terugbetalen als ‘boeren met kiespijn’.

Maar nu, nee, dat had ik nog nooit gezien. Beide pinautomaten waren letterlijk onder gekakt met hopen stront. Te vies en te smerig om aan te zien. Iedere voorbijganger keek er naar met afgrijzen. ‘Wat is hier aan de hand?’, was het eerste wat in mij opkwam. Maar niemand in mijn buurt kon antwoord geven op mijn vraag. Net als ‘vluchten kan niet meer’, kon ik ook niet meer pinnen. De gleuf waar je pasje in moest was expres met de stront ingesmeerd, evenals het vak waaruit het geld komt.

Terug in café Centraal wilde niemand mijn ‘strontverslag’ geloven. ‘Heb veel excuses gehoord’, zei barjuffrouw Yvonne smalend, ‘maar deze is nieuw voor mij’.

Totdat ik klusjesman Rinus zo ver kreeg om er foto’s van te maken. In de kroeg konden zij daarna hun ogen niet geloven. Rinus suggereerde: ‘Waarschijnlijk is het een gefrustreerd personeelslid geweest. D’r zijn bij die ING-bank toch pas honderden ontslagen…’.

Ik vond dit al met al reden om de politie te bellen. Om te horen of zij meer van deze smerige zaak wisten. Je kon hier tenslotte ook te maken hebben met een gevaarlijke geestgestoorde.

Maar tot mijn verbazing wist de politiemeldkamer van niets. De klap op de vuurpijl kwam echter voor mij toen de agent mij haast toebeet: ‘Dit is geen zaak voor ons, dan moet u bij de bank zelf zijn!’

Ik wist niet wat ik hoorde. Het was op dat moment zondagavond. En dan is niemand van de bank te bereiken. En de politie doet er dus niets aan…

De volgende dag, maandag dus, ging ik op verhaal uit bij het betrokken filiaal. Omstreeks 15.30 uur arriveerde ik daar om ook alsnog te kunnen pinnen. Weer kon ik mijn ogen niet geloven. Alle stront zat nog op beide automaten! Dit terwijl ik ervan overtuigd was dat de smeerboel er in de vroege ochtend reeds was afgehaald. Je kon dit toch geen reclame noemen voor je zaak. Belachelijk gewoon.

De bankemployee antwoordde mij desgevraagd: ‘Ja, we zitten nog te wachten op de ‘schoonmaakdienst’. Die zijn wel erg laat, onze excuses hiervoor. Overigens is het nu de tweede keer geweest dat onze automaten zijn besmeurd.’

Tot slot hoorde ik later van de officiële woordvoerder van de ING-bank, Karin van der Pol, dat er bij de politie officieel aangifte was gedaan van vernieling en vandalisme. Toch wat je noemt: ‘Stront aan de knikker’.

(Wordt vervolgd).

Foto´s © Rinus Vuik.

Rob Timmer :
Hahaaaa... :-) :-) :-)

zaterdag 26 nov 2016

Jan Tak :
Wellicht was Geert Jan je voor geweest met smeergeld?

zaterdag 26 nov 2016

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

Over de schrijver

Jim Postma

Jim Postma (Rotterdam, 29-02-1948) is samen met Geert-Jan Laan in 2008 de papieren weekkrant Rotterdam Vandaag & Morgen begonnen, later gevolgd door deze elektronische krant.

Beide initiatiefnemers werkten daarvoor jarenlang als onderzoeksjournalisten bij de toenmalige dagkrant Het Vrije Volk.

Jim Postma werd in die tijd ook bekend van zijn dagelijkse rubriek ‘Stukgoed’, over de kleine dingen in het leven, die voor velen toch bijzonder belangrijk zijn. Zoals ‘normen en waarden’.

In dit kader onderscheidt hij zich de laatste paar jaar in weekkranten als columnist en recensent in het Rotterdamse kunstwereldje.

Ooit begon hij in 1965 als jong journalist bij de dagkrant De Rotterdammer en vertrok daarna voor zeven jaar naar Afrika als correspondent, onder meer voor Radio 1 en 2.

In de negentiger jaren, na het verlaten van het gefuseerde Het Vrije Volk begon Jim Postma met het maken van televisiedocumentaires. Een hele bekende, die hij samen maakte met fotograaf/filmer Paul Stolk, werd ‘Een rustige Jaarwisseling’ voor de NOS/NOB. (Waarderingscijfer 8.2 en met 2.4 miljoen kijkers).

Hieruit volgde de campagne voor jonge vuurwerkslachtoffers, ‘Je bent een rund als je met vuurwerk stunt’. Dit leidde in die tijd tot aanzienlijk minder slachtoffers.

Andere televisiedocumentaires van Jim Postma, onder meer gemaakt in Afrika en in Mongolië, werden uitgezonden via de VARA, EO, AVRO/TROS, de BRT en CNN.

KOPSTOOT

Aforismen 2: Oscar Wilde (1854 – 1900)


(Door Kees Versteeg)

Oscar Wilde was een schrijver van Ierse afkomst, die aan het eind van de negentiende eeuw de leider werd van een esthetische cultus; zijn credo luidde l'art pour l'art – kunst om de kunst. In zijn werk wemelt het van de aforismen. Voordat hij als toneelschrijver doorbrak strooide hij al met geestige aforismen op bijeenkomsten van de Londense society. Na een succesvolle reis naar Amerika in 1882 werd hij volgens sommigen de eerste popster uit de wereldgeschiedenis. Maar de geaffecteerde dandy riep ook veel weerstand op. Na een beroemd geworden proces in 1895 werd hij gevangen gezet voor het in de praktijk brengen van zijn homoseksualiteit. In 1900 stierf hij totaal verarmd in Parijs. Hij ligt naast tal van andere beroemdheden begraven op het Cimetière du Père-Lachaise, de grootste begraafplaats van Parijs.

Men moet altijd een tikje onwaarschijnlijk zijn.

De prettigste mensen zijn mannen met een toekomst en vrouwen met een verleden.

Het is monsterachtig hoe mensen tegenwoordig allerlei dingen achter iemands rug zeggen die volkomen waar zijn.

Een cynicus is iemand die overal de prijs, en nergens de waarde van kent.

  • Nieuw

  • Reacties