Padvinderij en knopen

6026-padvinderij-en-knopen (Door Ronald Sørensen)
In het logboek van de Jut staat een door mij geschreven zinnetje: ‘Tijdens het zeilen geef ik de schipper les over het katholicisme en hoe deze van oorsprong zo sympathieke beweging kon leiden tot inquisitie, despotisme, heksenverbrandingen, padvinderij, vervolging joden en autodafe’ (o.a. de brandstapel).

Toen de schipper het destijds las, keek hij me eerst zwijgend aan en klom daarna afkeurend mompelend naar het dek.
Ooit vroeg ik aan mijn ouders of ik net als andere jongens in de buurt naar de padvinderij mocht, maar dat stuitte op een gedecideerd: ,,Oh nee, daar komt niets van in,” van mijn vader.

Om daarna mijn moeder, die een vraagtekengezicht trok, toe te voegen: ,,Je wilt toch niet dat hij wordt zoals neef Koos?” Mijn moeder dacht even na en knikte daarna begrijpend. ,,Wat is er met neef Koos?” vroeg ik, waarop mijn vader heel kortaf zei: ,,Dat vertel ik je later wel.”


Pas heel veel later begreep ik dat mijn vader de padvinderij zag als een broeinest van homoseksualiteit waar onschuldige, in potentie heteroseksuele, jongentjes op geraffineerde wijze werden klaargestoomd voor de herenliefde.

Mijn schipper vertelde me ooit dat zijn voorkeur voor het zeilen was opgebloeid bij de katholieke padvinderij. Zijn beste zeilvriend was zijn hopman van weleer.
Nu draai ik mijn hand niet om voor flauwe grappen, dus ik zei: ,,Hop-hopman zeker,” terwijl ik er veelbetekenend bij glimlachte en een vette knipoog gaf.

De schipper vond mijn opmerking weer een bewijs van mijn kortzichtige en kinderachtige levenshouding. Ook omdat ik wist dat die omschrijving absoluut geen recht deed aan de masculiene instelling van de schipper en zijn zeilmaat.
De padvinderij was volgens hem een vereniging waar jongens veel nuttige dingen geleerd werd, zoals b.v. knopen leggen en kamperen in de open lucht.
,,Zou voor jou dus ook wel wat geweest zijn ‘oud wijf’ voegde hij me toe. Die naam had ik te danken aan het feit dat ik – nog totaal niet bezeild – de eerste knopen legde zoals ik gewend was en die knopen worden in de zeilwereld ‘oudewijvenknopen’ genoemd.

Al snel leerde ik dat knopen in verschillende omstandigheden a la minuut moeten kunnen worden losgemaakt en dus op speciale manier geknoopt moeten zijn.
Nu ontbeert het me totaal aan technisch inzicht dus het knopen maken was een vaardigheid die ik me met bloed zweet en tranen heb eigen gemaakt.

,,Jammer genoeg heb je niet op de padvinderij gezeten,” meesmuilde de schipper, als er weer een knoop van me lossprong of erger, juist niet meer los ging ,,daar had je het wel geleerd.”
,,En niet alleen dát hè hopman,” antwoordde ik dan met een knipoog, die hem met een meewarige blik op zijn gezicht en hoofdschuddend deed weglopen.

Snel en goed knopen kunnen leggen was een vereiste aan boord en daarom oefende ik eigenlijk dagelijks met een stukje touw. Paalsteek, mastworp, achtje maken, platte knoop en zelfs de hangmans knot.

Toen mijn neef een keer mijn boot leende vroeg hij waarom er in handbereik in de kuip een scherp mes lag. Ik legde uit dat je soms geen andere keuze heb dan zo snel mogelijk een lijn door te snijden. B.v. als je bij het sluizen te laat verhaalt en dreigt aan de kade te worden opgehangen.

Toen ik een week later weer aan boord kwam zag ik dat ik een andere fokkenschoot had. Ik vroeg ernaar en ja hoor, bij het wenden om overstag te gaan kwam de schoot niet los en bleven ze recht op de strekdam afvaren. Doorsnijden bleek de enige oplossing.

Op een gegeven moment dacht ik zo bedreven te zijn in het knopenleggen, dat ik het op me nam op de kade te springen, de snelheid uit de boot te halen en hem met een paalsteek vast te leggen.
In mijn enthousiasme sprong ik tot grote hilariteit van de andere opvarenden met de tros in mijn hand aan de wal, zonder die eerst aan boord vast te hebben gemaakt.
Daverend gelach (terecht) en natuurlijk werd me mijn gebrek aan een gedegen scholing bij de padvinderij weer voor de voeten geworpen.

Gelegen in een Franse haven kwam een heel contingent zeeverkenners met blauwwit gestreepte shirts en baretten met rode pompoenen naast ons liggen. Direct klauterden ze over ons voordek naar de wal en weer terug en bleven dat ongeveer een uur of drie volhouden.

Op een gegeven moment struikelde een van de jongens bijna over onze fokkenval, maar hij kon nog net worden opgevangen door zijn kompaan.
Na het bijna ongeluk stonden ze even hand in hand en wisselden een betekenisvolle blik van genegenheid en verstandhouding.

Ik grinnikte en keek naar de schipper, maar voordat ik zachtjes iets zeggen kon zei hij al: ,,Houd je mond Sör!”

Schrijf uw reactie








Type de code over:


Social media

KOPSTOOT

Loopbaan


Rutte, onze grote premier in het klein,

wil niet zijn hele leven onze premier zijn.

Hij wil weg, hogerop,

naar de echte hoge top.


Ik laat zien: ‘Ik ben een ferme knaap.

Van mij komt heus geen broodje aap.

Vastberaden koers ik naar mijn nieuwe stek.

Ik heb een probleem. Er is geen plek.’


Geert-Jan Laan


  • Nieuw

  • Reacties